Over dit gebied

Historie

aanleg IJsselmeerpolders
Flevoland is volledig door mensenhanden gemaakt. In 1918 werd de Zuiderzeewet aangenomen: het besluit voor de afsluiting van de Zuiderzee en de aanleg van de IJsselmeerpolders. Hierbij werd bepaald dat een flink deel van de nieuwe polder natuur moest worden. In 1937 ging de aanleg van de Noordoostpolder van start; deze viel officieel droog op 9 september 1942. 

Voor de nieuwe polder waren verschillende namen in omloop, maar in 1948 werd Noordoostpolder de officiële naam. Tot de vorming van de provincie Flevoland in 1986 hoorde de polder bij de provincie Overijssel

Bossen

De bossen werden aangeplant in een deel van de polder dat te nat was voor de landbouw. De bodem bestaat hier uit zand en keileem, waardoor regenwater moeilijk wegzakt. De bosbouwers hadden destijds geen ervaring met zo'n bodem en besloten daarom allerlei verschillende soorten bomen te planten. Hierdoor ontstond in korte tijd een zeer gevarieerd bos.

Naast zand en keileem zitten er hier veel schelpen in de grond; een restant uit de tijd dat hier nog de zee was. Op de kalkrijke bodem groeien bomen heel hard en voelen veel plantensoorten, maar ook paddenstoelen zich thuis.
 
Noordoostpolder bos
Fotograaf: Martin Stevens
Bron: Natuurmonumenten


Graslanden

De graslanden bestaan voor een deel uit boerenland dat bemest wordt en waar weidevogels broeden. Het beheer van deze graslanden is in handen van boeren uit de omgeving. Daarnaast liggen verspreid over het gebied graslanden waar de ontwikkeling van bloemrijke velden het doel is. Hier wordt juist niet bemest en lopen grote grazers. Op sommige plekken grazen deze dieren de begroeiing kort af, terwijl ze op andere plekken nooit komen. Hierdoor kan zich daar een andere vegetatie ontwikkelen. Deze grote afwisseling trekt veel vlinders en andere insecten aan.

Randmeren

Vogeleiland in Zwarte Meer
Fotograaf: Paul van Gaalen
Bron: Natuurmonumenten
De randmeren, die zich uitstrekken van Amsterdam tot aan Kampen, zijn ontstaan na de inpoldering van Flevoland. Met opzet heeft men bij het inpolderen een flinke strook water tussen het oude land en de polder gelaten. Dat functioneert als een buffer tussen de laaggelegen Flevopolder (in feite de vroegere bodem van het IJsselmeer) en het hogere oude land.
 
De randmeren maken net als het IJsselmeer deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur, een netwerk van onderling verbonden natuurgebieden. Als zoetwatermeren hebben ze een belangrijke functie voor vissen en waterplanten. In de winter zijn deze meren een geschikte plek voor overwinterende watervogels.