Akkoord tussen Bleker en IPO slecht voor natuur in Zuid-Holland

Schotse Hooglander, Koe
Fotograaf: Jos Kleinekoort
Bron: Natuurmonumenten

De Zuid-Hollandse natuurorganisaties Zuid-Hollands Landschap, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten maken zich grote zorgen over de plannen voor decentralisatie van het natuurbeleid. Deze vloeien voort uit het Onderhandelingsakkoord tussen het IPO en staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.   

Dramatische gevolgen

Krijn-Jan Provoost, plv directeur Natuurmonumenten Zuid-Holland: ”De gevolgen van dit akkoord zijn dramatisch voor de natuur. Wij vrezen dat Provinciale Staten nog onvoldoende overzicht heeft op de impact van dit akkoord. Wij vragen hen met klem om extra financiële inspanningen te verrichten om de schade van dit akkoord enigszins te beperken.”
 

Groene Jonker naast de Nieuwkoopse Plassen
Bron: Natuurmonumenten
Onderhandelingsakkoord slecht voor natuur, landschap en leefbaarheid!

De organisaties stellen vast dat het Akkoord dramatisch dreigt uit te pakken voor het beheer, de ontwikkeling en de bescherming van natuur, landschap en groene recreatiegebieden in Nederland. Er wordt maar liefst 72% op de natuuruitgaven bezuinigd. De negatieve consequenties daarvan voor de leefbaarheid en het vestigingsklimaat in ons land worden onvoldoende gezien.
 

Pijnpunten

De grootste pijnpunten uit het akkoord zijn volgens de drie organisaties dat:

  • een fatsoenlijk beheer van bestaande natuur- en recreatiegebieden op de tocht staat. Dit zal ten koste gaan van zowel de biodiversiteit als de beleefbaarheid van die gebieden;
  • de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in Nederland ongeveer 100.000 ha kleiner wordt. De realisatie van natuurgebieden in Zuid-Holland zal vrijwel tot stilstand komen en de achteruitgang van de biodiversiteit niet kan worden gestopt. Voor zover er nog gebieden kunnen worden aangekocht, dient dat in eerste instantie betaald te worden door verkoop van bestaande natuurgebieden;
  • internationale verplichtingen (o.a. Natura 2000) op het gebied van de biodiversiteit worden geschonden;
  • het rijksgeld voor aanpak van Top-verdrogingsgebieden weg is, hetgeen de anti-verdrogingsdoelstelling van het Coalitieakkoord Zuid-Holland in gevaar brengt;
  • de 100 miljoen extra voor recreatiegebieden rond de steden die te weinig is om bovengenoemde financiële gaten structureel te dichten.

 

Zomer in de Nieuwkoopse Plassen
Fotograaf: R. Koster
Bron: Natuurmonumenten
Schade niet te overzien

Uit het oogpunt van politieke besluitvorming is het minstens zo zorgelijk dat het Akkoord nog zoveel (financiële en andere) open einden en onduidelijkheden omvat, dat de omvang van de schade nog niet is te overzien.

 

Zuid-Holland

Daarbij zal het Akkoord voor Zuid-Holland (voor de natuur én voor de inwoners) extra slecht uitpakken omdat:

  • Zuid-Holland de provincie is met de minste natuur (slechts 6% van de oppervlakte);
  • Zuid-Holland al het grootste groentekort van Nederland heeft;
  • Zuid-Holland de hoogste grondprijzen van Nederland kent;
  • het beheer van natuurgebieden in Zuid-Holland twee keer zo duur is als gemiddeld in Nederland vanwege de aard van de natuur (veel waterrijke natuur en weinig bos).

  

Balans woon- en leefklimaat

De grote wens van de provincie is om de Zuid-Hollandse economie en het vestigingsklimaat verder te versterken. Juist dan luistert een goede balans met het woon- en leefklimaat extra nauw. Behoud en versterking van natuur- en recreatiegebieden zijn bij uitstek de instrumenten om die balans te creëren.
 

NAMO17061 Duinen FS.jpg
Fotograaf: F. Siemensma
Bron: Natuurmonumenten
Besluitvorming

Provinciale Staten heeft tot 24 december gekregen om al dan niet in te stemmen met het Akkoord. Vanaf dat moment worden zij integraal verantwoordelijk voor het natuur- en landschapsbeleid. Krijn-Jan Provoost van Natuurmonumenten: ”Wij hopen dat wij de provincie met onze brief kunnen overtuigen van de impact die dit akkoord heeft. Extra financiële inspanningen van de provincie zijn daarbij noodzakelijk om de grote gaten die dit akkoord slaat in het natuurbeleid enigszins te dichten.”