Wandelroute Bergherbos in Beek, vlakbij Doetinchem
Maak een echte boswandeling afgewisseld met mooie uitzichten over glooiende akkers in het Bergherbos in Stokkum ten zuiden van Doetinchem. De wandelroute begint en eindigt bij het sprookjesachtig restaurant ’t Peeske aan de rand van het bos.
Wandelen in het Bergherbos, vlakbij Doetinchem
De wandelroute voert door het gevarieerde Bergherbos. Het bos ligt op een stuwwal tussen Doetinchem, Didam en 's-Heerenberg. In dit 1837 ha groot natuurgebied, omgeven door kleinschalige akkers die door biologische boeren worden ontgonnen, voelen zeldzame vogels zoals kwartel, patrijs en geelgors zich goed thuis.
De kans is groot dat je tijdens het wandelen een van de in totaal zo’n 70 vogels ontmoet, waaronder de buizerd, boomvalk en havik. In het bos wonen verder reeën en dassen. Er groeien bijzondere planten zoals bosviooltje, bosanemoon, adelaarsvaren, dotterbloem en moerasviooltje.
Op enkele plaatsen komt het grondwater aan de oppervlakte, zoals de bron bij het startpunt van de wandelroute. Zo'n bron ontstaat doordat regen die op de stuwwal valt in de grond trekt en via een ondoorlatende laag aan de randen van de steile stuwwal weer uit de heuvel sijpelt. Rond deze bronnen groeien planten zoals goudveil, beekpunge en dotterbloem.
De heuveltoppen die je aandoet met deze wandeling bieden een prachtig uitzicht op het landschap. Vooral in de zomer zijn de golvende graanvelden een lust voor het oog. De Hettenheuvel is met 93 meter het hoogste punt.
Meer wandelroutes in Gelderland.
De wandelroute (4,5 of 7 km)
Wat is er tijdens het wandelen te zien?
1. Op weg
Uitspanning ’t Peeske is na een ingrijpende verbouwing in 2003 heropend. Het combineert twee oude, gerestaureerde panden met eigentijdse en vooral duurzame materialen. De zonnepanelen op het dak zorgen voor de opwekking van natuurstroom. Door het benutten van aardwarmte en het gebruik van een warmte-terugwinsysteem wordt bij de exploitatie het energieverbruik tot een minimum beperkt.
2. Stuwwallen
3. De naam Peeske
De kolk is ontstaan uit de bron Groot Peeske, die werd omgevormd tot ‘stuwmeer’ voor een watermolen. Maar met de geleverde waterhoeveelheid bleef de molen amper een uur op gang. Uiteindelijk werd het gebouw een uitspanning en de plas een karpervijver.
4. Bosranden
5. Veel gezichten
Het bos links is veel gevarieerder. Hoewel echt dikke bomen door de arme grond ontbreken, staan er veel soorten van verschillende leeftijden. Ook is er een rijke ondergroei van struiken en kruidachtige planten.
6. Blik over de grens
De hoogste punten van de stuwwallen liggen op ruim tachtig meter boven NAP. Vanaf de 85 meter hoge Hulzenberg heb je uitzicht op de dorpen ’s-Heerenberg (links), de molen en het kleinere Stokkum (rechts).
Vooral ’s zomers ziet het landschap er hier nog uit als in een streekroman: graanvelden die wuiven op de wind, met blauwe korenbloemen en andere akkerkruiden en midden in het veld wat bomen die de agrarische schaalvergroting mochten overleven.
De afdaling terug naar het 50 m lager gelegen startpunt van de wandelroute gaat onder meer door een productiebos met douglassparren. Hoewel ook dit soort bos een weinig natuurlijk karakter heeft, is het favoriet als broedplek voor sperwers en haviken.
Verderop staan veel adelaarsvarens. Deze manshoge varens gelden als aanwijzing voor oud bos. De bron ‘Klein Peeske’ heeft nog een natuurlijk karakter. De vochtige bodem is herkenbaar aan specifieke planten, waaronder de geel bloeiende dotter. Hier is de variatie ontstaan die Natuurmonumenten nastreeft: bomen en struiken, hoog en laag, licht en donker, enzovoort.
7. Essenlandschap
Tussen de dorpen werd akkerbouw bedreven en op de laaggelegen weiden buiten de lus van dorpen graasde het vee. Daar groeide namelijk het beste gras, omdat er vruchtbare rivierklei in de bodem zit. De mest van het vee werd gebruikt op de hoger gelegen akkerbouwgronden.
Natuurmonumenten beheert niet alleen het bos, maar ook een aantal akkerbouwgronden daaromheen. Op deze velden worden geen bestrijdingsmiddelen of kunstmest gebruikt. ‘Onkruiden’ mogen hier weer gewoon groeien.
Wilde bloemen trekken immers veel insecten aan waar weer dieren als muizen en vogels op afkomen. Ook dassen, reeën en roofvogels profiteren van het voedsel dat deze akkers leveren.


