Wandelroute Buurserzand, tussen Haaksbergen en Buurse bij Enschede

Gemiddeld: 3.7 (47 stemmen)
Lengte route: 
6 km

Wandel door het Buurserzand, gelegen tussen Haaksbergen en Buurse, bij Enschede. Op de vochtige bodem van dit unieke gebied vind je heidevelden met 150 jaar oude jeneverbessen, gemengde bossen en glooiende akkers. 


Buurserzand

Wandel  door natuurgebied Buurserzand

 

Bij de naam Buurserzand verwacht je waarschijnlijk een gortdroog, kaal stuifzandgebied. In werkelijkheid ligt hier echter een opvallend nat natuurgebied, waar je prachtig kan wandelen. Het is een opvallend nat natuurgebied, waar open heidevlakten, graslanden en bosjes elkaar afwisselen.

Ga in dit parkachtige geheel op zoek naar een groot aantal verschillende planten en dieren zoals spechten in de oudere eikenbosjes, wulpen op de natte heide, geelgorsen rond het jeneverbesstruweel en kikkers in de vennen.

In het bos mag de natuur zoveel mogelijk haar gang gaan. De heide wordt onderhouden door een schaapskudde en door stukjes te maaien of te plaggen. De afwisseling maakt het Buurserzand tot een geliefd wandeloord.

Meer wandelroutes in Overijssel

 

De wandelroute


De wandeling begint bij het informatiebord op parkeerplaats Stendermolenweg. Vervolg de Stendermolenweg en sla rechtsaf om de gele paaltjes te volgen. Je wandelt nu al snel door een weelderig jeneverbesstruweel.
 

Wat is er tijdens het wandelen te zien?

(De nummers komen overeen met de nummers op de kaart.)
 

1.Oude bessen

Het Buurserzand staat bekend om de vele jeneverbessen. De struiken zijn hier allemaal zo’n 125 tot 150 jaar geleden ontsproten. Daarvóór hielden de vele schapen die hier graasden de begroeiing zeer kort.

Met het verdwijnen van de schaapskuddes vonden de jeneverbessen overal plekken met open zand waar ze ongestoord konden kiemen. Jeneverbesplantjes kunnen slecht tegen concurrentie omdat ze zo langzaam groeien. Aan de jonge loten - herkenbaar aan de grijsblauwe waslaag – zie je hoe weinig er per jaar bijkomt.

Eenmaal volwassen kunnen jeneverbesstruiken heel lang standhouden. Als takken door zware sneeuwval omvallen, lopen ze gewoon weer uit en dragen zo bij aan de grillige vorm van deze taaie soort.

De laatste jaren komen er ook weer jonge jeneverbesstruikjes bij, wat vrij uniek is in ons land.
 

2.Een los hoes is geen los huis

Boerderij De Bommelas is rond 1850 gebouwd. Het is een mooi voorbeeld van een los hoes: de typische Twentse boerderij waarbij de stal en de woning zich in één ruimte bevinden. Helaas kun je De Bommelas niet van binnen bekijken.

3. Gevarieerd bos trekt spechten

Het bos naast de boerderij bestaat grotendeels uit eiken en grove dennen die zo’n honderd jaar geleden zijn aangeplant op de heide. Inmiddels is het tot een vrij natuurlijk bos uitgegroeid.

In 1929 schonk de familie Van Heek het Buurserzand aan Natuurmonumeten. In het bos, waar aardig wat open plekken en dood hout te vinden zijn, hebben onder meer eekhoorns, spechten, boomklevers en bosuilen zich weten te vestigen. Vooral de groene specht is een veel geziene bewoner. Anders dan de andere spechten zoekt hij zijn voedsel dikwijls op de grond, zowel in als buiten het bos.

Groene spechten eten veel mieren, maar ook wel zaden en vruchten. Behalve aan hun onhandige gehip op de grond zijn groene spechten van een afstand te herkennen aan hun heldere ‘lach’ en hun sterk golvende vlucht.
 

4. Grazen in Euregio-verband

Op de heide zie je vanaf half juni overal de zachtroze bloemetjes van de dopheide. Deze heidesoort geeft aan dat het hier behoorlijk vochtig is. De struikheide die pas vanaf augustus paars bloeit, groeit alleen op de drogere bulten van het Buurserzand. Tussen de dopheide is soms ook de paarsblauwe bloem van de zeldzame klokjesgentiaan te ontdekken. Veel vaker zul je echter stuiten op de geelgroene grassprieten van het pijpenstrootje.

Om te zorgen dat de grassen en boompjes de heideplanten niet overwoekeren laat Natuurmonumenten geregeld schapen op de heide grazen. De kudde met herder komt uit het Duitse Zwillbrock en ‘werkt’ zo’n tweeënhalve maand per jaar in het Buurserzand. Waar de ruim 300 schapenbekken de vergrassing niet kunnen tegenhouden, moet Natuurmonumenten maaien of plaggen om de heide te behouden.
 

5. Fort van zand en bomen

Deze bult is hoogstwaarschijnlijk een stuifduin. Ontstaan in de tijd dat de boeren zoveel schapen in het Buurserzand lieten grazen, dat het plantendek hier en daar volledig verdween en de wind vat kreeg op de blootgekomen zandbodem. Vaak werd het zand daarbij rond een boom of struik opeen geblazen. De ondergestoven boom groeide gewoon weer uit waardoor een dun beboste zandberg ontstond. Voor veel dieren vormt zo’n duintje een welkome afwisseling van de open heide. Je kunt hier bijvoorbeeld geregeld de wielewaal horen fluiten.
 

6. Recreatie hier, rust daar

Bij de ingang aan de Langenbergweg vind je een mooi stuk met veel open zand en gezonde heide. Reptielen als de levendbarende hagedis koesteren zich op zulke plekjes graag in de zon. Je zult ze op dit drukbezochte punt echter niet vinden omdat ze hier te snel verstoord worden. Om deze en andere schuwe heidedieren, zoals de nachtzwaluw, een rustige plek te gunnen in het Buurserzand is het middengedeelte niet toegankelijk voor het publiek.
 

7. Natuurontwikkeling

Langs de rand van het Buurserzand onderhoudt Natuurmonumenten enkele hooilanden. Ze worden pas laat in het jaar gemaaid, zodat de grassen en kruiden volledig kunnen uitgroeien. Veel vlinders, vogels en zoogdieren profiteren van de bloemen en zaden, terwijl andere weer op de insectenrijkdom afkomen. Ree, groene specht, tapuit en wul zijn enkele van de vaste bezoekers die je hier tegen de schemering kunt zien. 
 

8. Herstellen oorspronkelijk landschap

Verderop wil Natuurmonumenten de bemeste bovenlaag verwijderen en de oorspronkelijke hoogtes en laagtes (vennen) herstellen. Op de verschraalde bodem kunnen de heideplanten weer terugkeren.
 

9. Oude tijden herleven

Voorbij de bocht ligt nog een mooi stuk heide met vennen, jeneverbesstruwelen en enkele heuveltjes. De vroegere eigenaar Bernard Jan van Heek wilde van dit parkachtige deel een openluchtmuseum maken en liet bij het derde vennetje een oude graanmolen (anno 1802) uit Usselo opbouwen.

Eind jaren zeventig heeft Natuurmonumenten de inmiddels zwaar gehavende windmolen teruggegeven aan Usselo. Als je op de terugweg naar Enschede rijdt, kom je de opnieuw herstelde ‘Wissink’s Möl’ tegen.
 

 

Hoe is de wandelroute te bereiken?

 

Met het openbaar vervoer

Het Buurserzand is moeilijk te bereiken met het openbaar vervoer. Vanaf het NS-station Enschede of het Interliner-station Haaksbergen is de (huur-)fiets een geschikt vervoermiddel.

 

Met eigen vervoer

U neemt vanaf Enschede de N1 naar Haaksbergen. Bij manege De Rutbeek (hectometerpaaltje 4.7) linksaf de Rutbeekweg in. Bij ‘gevaarlijke kruising’ even links en dan rechts richting de parkeerplaats.