Wie bedacht de EHS?
MacArthur & Wilson
In de jaren vijftig van de vorige eeuw ontdekten de Amerikaanse onderzoekers MacArthur en Wilson dat er op eilanden in zee minder soorten planten en dieren voorkwamen, in vergelijking met precies even grote stukken vasteland in de buurt van die eilanden. Bovendien gold: hoe kleiner het eiland en hoe verder van dat vasteland vandaan, des te sterker dit effect.
![]() |
![]() |
Hoe kleiner het eiland hoe meer verdwijning
Hoe kleiner het eiland, hoe groter de kans dat een plant of dier verdwijnt door een ramp, zoals een ziekte of orkaan. En hoe verder van het vasteland, hoe kleiner de kans dat een soort die tijdelijk is verdwenen op eigen kracht weer terug kan komen, vliegend of zwemmend.
Later werd aangetoond dat dit niet alleen geldt voor eilanden in de letterlijke zin van het woord, maar ook voor natuurgebieden in een compleet ontgonnen of bebouwde omgeving, figuurlijke eilanden dus. Met andere woorden: hoe kleiner onze natuurgebieden en hoe verder ze af liggen van andere natuurgebieden, des te groter is de kans dat er soorten uitsterven. Ook al doen we nog zo ons best in het beheer.
Dit inzicht heeft in het rijksnatuurbeleidsplan van 1990 geleid tot de Ecologische Hoofdstructuur: grote(re) natuurgebieden die met elkaar zijn verbonden. Van de Verenigde Staten tot en met Nieuw Zeeland wordt hiermee gewerkt. Nederland vult dit principe zeer consequent in. Er zijn ook niet veel landen waar de ruimte voor de natuur zo onder druk staat als juist hier.



