Waarom is vermesting en verzuring schadelijk voor de natuur?

Veehouderij
Fotograaf: F.Siemensma
Bron: Natuurmonumenten
Nergens anders op aarde wordt op zo’n kleine oppervlakte zoveel mest geproduceerd als in Nederland. Boeren kopen veevoer in alle windstreken, en onze varkens, kippen en koeien poepen de buitenlandse mineralen uit in gebieden die vaak grenzen aan waardevolle natuur. Een groot deel van de stikstof uit deze mest gaat als ammoniak de lucht in en waaiert als een stikstofdeken over Nederland uit. Een deel daalt snel neer. Maar de stikstofdeken kan bij droog weer ook vele honderden kilometers verder op de bodem en in het water terechtkomen. Dat is funest voor de natuur.
 

Mest slecht voor biodiversiteit

Vergrassing
Bron: Natuurmonumenten
Kwetsbare planten houden van voedselarme omstandigheden. Als ze teveel voeding krijgen, maken ze plaats voor soorten die daar beter tegen kunnen. Meer mest betekent meestal minder biodiversiteit. In kwetsbare natuurgebieden komen veel planten voor die van arme grond houden. Is er voedselovervloed, dan kunnen ze niet overleven. Op nat schrale graslanden profiteren soorten als waternavel en pitrus van verrijking met meststoffen.
Pitrus
Bron: Natuurmonumenten
Vergrassing is het gevolg in heidevelden, met pijpenstrootje, grasmuur en struisgras als opkomende soorten. Ook vennen, hoogvenen en duinen hebben hun eigen specifieke soorten die wijzen op verrijking met mest. Bemesting is ook schadelik voor zeldzame kruiden, die plaats maken voor algemene kruiden. Verandert de vegetatie door te grote hoeveelheden stikstof, ammoniak of fosfaten, dan heeft dit automatisch grote
Veenhooibeestje
Fotograaf: J. Bouma
Bron: Natuurmonumenten
gevolgen voor insecten, vlinders, vogels, amfibieën, reptielen en vissen. In natuurgebieden die last hebben van te hoge concentraties schadelijke stoffen verdwijnen het veenhooibeestje en de heidevlinder. Elders kunnen adder, zandhagedis, de venwitsnuitlibel en de heikikker niet overleven. Ook vissen zoals snoek zijn gevoelig voor overbemesting.
 

Probleem in heel Nederland

De uitstoot van stikstof- en ammoniak zorgen voor vermesting en verzuring. Het probleem speelt vooral in gebieden met intensieve veehouderij in Oost-Brabant, Noord Limburg en Overijssel. Gebieden van Natuurmonumenten die last hebben van stikstof en ammoniak zijn: het Overijsselse Witte Veen, de Brabantse Kampina, de Oisterwijkse Vennen, de Utrechtse Vechtplassen, het Friese Fochteloërveen en de Limburgse Brunssummerheide. De natuur in heel Nederland ondervindt in meer of mindere mate overlast. Fosfaten vinden via rivieren en kanalen hun weg, stikstof en ammoniak leggen door de lucht korte en langere afstanden af.