Wat moet er gebeuren om meststoffen terug te dringen?

Een integrale aanpak is nodig om stikstof en ammoniak terug te dringen. Hiervoor zijn gebiedsgerichte, provinciale en landelijke maatregelen nodig. De maatregelen moeten leiden tot een reductieniveau dat overlevingskansen biedt voor gevoelige soorten. Vooral juridisch bindende afspraken zijn nodig om de emissie-uitstoot te verminderen. Natuurmonumenten is daarom blij met het voornemen van het ministerie van LNV om dit te doen met de zogenoemde Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Die aanpak is vergelijkbaar met de methode die is ontwikkeld voor de Peel in de provincies Brabant en Limburg. Het gaat hierbij om de inzet van de best beschikbare technieken en saldering, naast monitoring van effecten op de natuur. Ook biedt deze aanpak ruimte voor aanvullende maatregelen bij onvoldoende reductie. De nationale aanpak is vooral gericht op landelijk bindende milieuwetten voor landbouw, verkeer en industrie.

Ook vrijkomende ondernemersruimte biedt kansen. Boeren die hun bedrijf beëindigen kunnen hun bedrijfscapaciteit overlaten aan bedrijven die op veilige afstand opereren van kwetsbare natuur.

De Peel als voorbeeld

De Peel
Bron: Natuurmonumenten
In de Peel liggen veel hoogvenen en vennen. De meest kwetsbare soorten die hier voorkomen kunnen maximaal 400 mol verdragen, maar er is sprake van 3.000 mol. Mol is een eenheid waarmee de uitstoot van schadelijke landbouwstoffen wordt gemeten. Er zijn in 2009 afspraken gemaakt tussen boeren, bestuurders en natuurorganisaties om de uitstoot in de Peel in achttien jaar te halveren tot 1.500 mol. Gezien de enorme overbelasting is dit een behoorlijk resultaat. Het convenant in Brabant en Noord-Limburg waarin deze afspraak is gemaakt, betekent vooruitgang voor planten en dieren die prima gedijen bij 1.000 tot 1.500 mol. Voor de soorten die minder verdragen gaat het wel allemaal langer duren.
 

Convenant verdient navolging 

Er is dus geen reden voor teveel optimisme. De meest kwetsbare soorten houden het zelfs over achttien jaar nauwelijks uit in de Peel. Ernstiger is dat in de meeste landbouwgebieden de vooruitgang stagneert doordat de hoeveelheid varkens en koeien de laatste jaren toeneemt. Nieuwe techniek en minder dieren (door o.a. de varkenspest) zorgden voor een emissiedaling in de jaren negentig. Om die te consolideren vindt Natuurmonumenten dat het Peelconvenant ook elders in Nederland een kans verdient. Dat is nu mogelijk dankzij de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), die het ministerie van LNV voor eind 2009 ontwikkelt.
 

Crisis- en herstelwet  

Een zorgelijke ontwikkeling is helaas de Crisis- en herstelwet die zomer 2009 door de regering is voorbereid en in het najaar is behandeld in de Kamer. Er is een speciale stikstofregeling in opgenomen. Deze bepaalt dat boeren hun bedrijf mogen uitbreiden zolang hun emissieniveau gelijk blijft. Dit leidt ertoe dat technische hulpmiddelen niet ten goede komen aan emissiereductie maar alleen gebruikt worden voor bedrijfsuitbreiding. Het zou beter zijn als er een koppeling komt tussen de Programmatische Aanpak en de speciale stikstofregeling in de Crisis- en herstelwet. Als die koppeling er niet komt, is de kans te groot dat de stikstofemissie onvoldoende daalt.

 

Techniek  

De minister van LNV kan nieuwe technische maatregelen stimuleren die de uitstoot terugdringen. De meest geavanceerde varkensboeren plaatsen zogeheten luchtwassers in stallen die stikstof opvangen, zodat deze stof niet in het milieu terechtkomt. Luchtwassers moeten door veel meer boeren worden ingevoerd en de overheid stelt hiervoor subsidie ter beschikking. Technische aanpassingen maken het mogelijk dat sommige boeren bij gelijkblijvende uitstoot hun bedrijf zelfs kunnen uitbreiden. Betrokkenen (bestuurders, boeren en natuurbeschermers) zijn op dit moment nog in discussie over wat de maximale uitstoot in bepaalde gebieden mag zijn. Natuurmonumenten is van mening dat in alle gevallen de te behalen natuurdoelen het uitgangspunt moet blijven.