Wandel op het landgoed Egheria, door een kenmerkend Twents hoevenlandschap. Laat je verrassen door bijzondere vlinders, spechten, uilen en roofvogels, en de vele zeldzame planten die door het heldere water goed gedijen.
Wandelen op het landgoed Egheria
Het landgoed Egheria strekt zich uit op en rond de Tankenberg. Je treft hier nog het bijna onaangetaste Twentse hoevenlandschap aan, met oude boerderijen omgeven door akkers, weilanden, houtwallen en bossen.
Heuvels
Op zoek naar afwisseling en rust? Egheria is een geliefd wandeloord, waar je tijdens het wandelen heel wat dieren en planten kunt zien. De wandelroute voert door een gevarieerde omgeving met veel hoogteverschillen. Wat plantenrijkdom betreft benadert dit natuurmonument op de Oldenzaalse Stuwwal zelfs de heuvels van Zuid-Limburg.
IJstijd
De variatie hangt samen met de ondergrond die bestaat uit een mengeling van klei, zand, grind en stenen. Deze grondsoorten zijn hier op een hoop geduwd door enorme ijsmassa’s die in de voorlaatste ijstijd oprukten vanuit Scandinavië. Uiteindelijk hebben de landgoedeigenaren, en vanaf 1977 Natuurmonumenten, het kleinschalige landschap op deze opmerkelijke berg vormgegeven.
Meer wandelroutes in Overijssel De wandelroute
De boswandeling is aangegeven met groene paaltjes. De wandelroute over de Es, aangegeven met gele paaltjes, is hier niet beschreven, maar wel aangegeven op de kaart (2 km, duur 30 minuten).
De wandelroute start vanaf de parkeerplaats bij café-restaurant Pan. Sla als eerste linksaf de Tankenbergweg in.
Wat is er tijdens het wandelen te zien?
(De nummers komen overeen met de nummers op de kaart.)
1. Glooiende Es
Bij het informatiebord kun je even linksaf de gele route nemen langs de glooiende es. Op deze akker verbouwt Natuurmonumenten rogge, een graangewas dat de moderne Twentse boer nog maar zelden zaait. Dat is jammer, want zoals je hier kunt zien, bloeien er ’s zomers vele prachtige akkeronkruiden tussen de rogge.
2. Villa
Voorbij de es kun je een blik werpen op de herbouwde villa van de vroegere landgoedeigenaar Ten Cate. Deze ‘Textielfabrikant’ vernoemde zijn landgoed naar zijn vier zonen EGbert, HEndrik, RIchard en Arnold. Egeria (zonder h) is bovendien de naam van een bronnimf, een mythologisch vrouwspersoon die zich ongetwijfeld thuis zou voelen tussen de bronnen, bossen en reeën van de Tankenberg.
3. Thee met zicht
Terug bij het informatiebord volg je verder de groene route omhoog. Op de top van de 85 meter hoge Tankenberg staat een theekoepel. Het is het hoogste punt van Overijssel. Bij helder weer kun je over de weilanden tot voorbij Ootmarsum Duitsland inkijken. Tot ongeveer 1850 waren hier nog voornamelijk heidevelden te zien. De meeste weilanden, akkers en bossen zijn hier pas aangelegd toen de boeren de heide niet meer gebruikten om schapen te hoeden. Onlangs (1992 en 1996) zijn enkele stukje bos gekapt om het weidse uitzicht vanuit de theekoepel te behouden.
4. Bron van leven
Op de flanken van de Tankenberg zijn zeker vijf brongebieden waar het grondwater uit de helling sijpelt. Het constant uitstromende bronwater zorgt ervoor dat de weilanden hier altijd vochtige plekken houden. Het heldere water is een belangrijke reden waarom er nog zoveel zeldzame planten op Egheria voorkomen, zoals dotterbloem en waterkruiskruid. In het weiland zijn ook vaak reeën te zien, met name tegen de schemering aan de bosrand.
5. Tere fladderaars
De berm en de bosrand zijn prima plekken om eens naar vlinders te speuren. Bij mooi weer wemelt het op deze zon beschenen plekken van de witjes en vosjes. Maar ook zeldzamere soorten als de grote weerschijnvlinder en de kleine ijsvogelvlinder zijn hier te zien. De insectenrijkdom hangt natuurlijk samen met de grote variatie aan bloeiende planten. Ook de afwisseling van open zonnige plekken en beschuttende bomen en struiken maken Egheria zeer aantrekkelijk voor vlinders.
6. Waterbos
In dit eikenbos is te zien dat het bos van Egheria net zo vochtig is als de weilanden. De eiken staan namelijk op zogenaamde rabatten: walletjes die zijn opgeworpen met de grond die uit de tussengelegen greppels is weggehaald. Deze rabattentechniek werd vroeger veel gebruikt om bossen aan te planten op plaatsen die daar eigenlijk te nat voor waren.
7. Dood hout voor vliegend hert
Na de beek zie je links een paar enorme douglassparren. Daarachter ligt een vrij ruig bos met veel dode stammen. Natuurmonumenten laat de omgewaaide of afgestorven bomen bewust liggen, omdat het bos hierdoor een stuk natuurlijker wordt.
Vogels en zoogdieren vinden schuilplekken of nestgelegenheid in de wirwar van takken, terwijl mossen, paddenstoelen en insectenlarven zich uitleven op het kwijnende hout. In de bossen broeden maar liefst vier soorten spechten, vijf soorten roofvogels en drie soorten uilen.
Natuurmonumenten hoopt dat binnenkort ons grootste insect, het vliegend hert, weer op Egheria te zien zal zijn.
8. Amfibieënpoel
De poel voor de boerderij De Ticheler is ontstaan doordat men er vroeger klei heeft uitgegraven. Van de klei werden stenen gebakken in de tichelfabriek die hier destijds in de buurt stond. Nu is de kleiput een belangrijke ‘kweekvijver’, waar kikkers, padden en salamanders hun eieren in het voorjaar kunnen afzetten.
9. Dubbele eikenlaan
Vanaf de boerderij wandel je over een eikenlaan in de richting van het vroegere landhuis.
10. Beukenlaan
Verderop gaat de eikenlaan in een statige dubbele beukenlaan over. De dikke beuken zijn bijna 100 jaar oud en beginnen hier en daar te kwijnen. Het valt ook niet mee om in een rij met allemaal concurrenten op te groeien.
11. Boskern met bommen en granaten
Het smalle paadje voert je door het mooiste bosgedeelte van Egheria. Hier stromen nog enkele beekjes onbekommerd door het bos, terwijl u in het voorjaar af en toe stuit op hele witte velden waar de witte klaverzuring bloeit. Verder langs het pad is ook de geelbloeiende boswederik en de blauw bloeiende bosereprijs te vinden.
Het bos is hier zo rijk omdat het een oude boskern is. De bomen zijn mogelijk al meerdere keren verdwenen, maar de bosbodem met allerlei kleine diertjes, mossen en wortels is gedeeltelijk intact gebleven. Daarnaast is het bos al sinds de Tweede Wereldoorlog grotendeels met rust gelaten omdat er munitie in de grond is opgeslagen.
12. Hout, hooi en bloemen
Aan de rechterkant van de Brandsweg ligt een mooie houtwal: een dichte haag met bomen en struiken die in het verleden is aangelegd om de landbouwpercelen te scheiden en om er zo nu en dan hout uit te kunnen hakken. Opvallende vogels die zich in deze met kamperfoelie en braam doorgroeide bomenrand thuis voelen zijn de appelvink en de goudvink.
Bij enkele openingen in de houtwal kun je het achtergelegen hooiland overzien. Tussen de grassen staan bijzondere bloemen als egelboterbloem en echte koekoeksbloem.
Natuurmonumenten probeert deze zeldzame planten te behouden door de hooilanden niet te bemesten en eens per jaar, na 15 juni, te maaien. Tegen die tijd hebben de meeste planten zich opnieuw uitgezaaid.
Hoe is de wandelroute te bereiken?
Met het openbaar vervoer
Vanaf het NS-station Oldenzaal kun je in ongeveer een half uur naar de café-restaurant Pan wandelen. Volg daarvoor het begin van de met een witte ‘T’ gemarkeerde Lange-Afstand-Wandelroute Töddenweg in de richting Osnabrück.
Met eigen vervoer
Neem van de weg Hengelo-Osnabrück (A1) de afslag Oldenzaal-Denekamp-Ootmarsum. In Oldenzaal richting De Lutte-Bad Bentheim-Osnabrück aanhouden (N1). Ongeveer 2 km buiten Oldenzaal zie je min of meer op het einde van de helling aan uw linkerkant café-restaurant Pan liggen.
Adressen

Fotograaf: Joop van Reeken
Bron: Natuurmonumenten
VVV OldenzaalSint-Plechelmusplein 5
7571 EG Oldenzaal
T (0541) 51 40 23
VVV De LuttePlechelmusstraat 10
7587 AM De Lutte
T (0541) 55 11 60
Café-Restaurant PanBentheimerstraat 9
7587 ND De Lutte
T (0541) 51 26 74