Wandelroute naar de Sint-Jansberg, tussen Groesbeek en Cuijk
Wandel langs de heldere beekjes van de Sint-Jansberg en ontdek natuurlijk gevarieerde bossen, het grootste kastanjebos van Nederland en de fraaie vergezichten over de Nederlandse en Duitse heuvels. Loop door de bloemtapijten van het dal en vind roofvogels, uilen en dassen op je pad.
Wandelen naar de Sint-Jansberg in Noord-Limburg
In het uiterste puntje van Noord-Limburg, op een ris stuwwallen die van Nijmegen Duitsland inloopt, ligt de Sint-Jansberg. Opmerkelijk aan dit tot 79 meter hoge natuurgebied van Natuurmonumenten zijn de bronbeekjes die langs de steile flanken het Maasdal in lopen en de gevarieerdheid van de bossen die zich op de voedselrijke hellingen hebben ontwikkeld.
De enorme afwisseling zorgt ervoor dat een groot aantal planten en dieren zich thuis voelt op de Sint-Jansberg. De dassendichtheid is bijzonder hoog en zeker vier soorten roofvogels en drie soorten uilen vinden broedgelegenheid in de hellingbossen. Zelfs de oehoe komt af en toe een kijkje nemen bij deze bijzondere berg.
De wandelroute ligt op 8,6 kilometer van Groesbeek en 15,4 kilometer van Cuijk.
Meer wandelroutes in Zuid-Limburg
De wandelroute
Vanaf de parkeerplaats/bushalte De Plasmolen loop je verder richting hotel De Plasmolen. Volg de Kiekberg rondwandeling met behulp van de bruine paaltjes.
Wat is er tijdens het wandelen te zien?
De volgende punten komen overeen met de cijfers op het kaartje:
1. Helbeek
Steek halverwege de vijver de Rijksweg over, naar de plaats waar de Helbeek door een molensteen stroomt. Deze en de andere beekjes van de Sint-Jansberg ontspringen uit bronnen. Ze voeren een bijna constante hoeveelheid kraakhelder water af.2. De oude watermolen
Loop iets verder door voor het informatiebord en het begin van de bruine route. Als je de oude dubbelslagmolen wilt zien, moet je even afwijken van de gemarkeerde route: ga na ongeveer 100 meter linksaf bij de acaciaboom.Deze molen was tot 1860 in gebruik om papier te maken. Daarna is hij als graanmolen gebruikt, maar de Tweede Wereldoorlog maakte daar een einde aan. Er zijn plannen om de watermolen en de oude waterlopen te herstellen.
Vroeger werd het rad aangedreven door twee beekjes: de Helbeek kwam in het midden van het schoepenrad uit en de Molenbeek werd met houten bakken helemaal bovenlangs geleid. Nu is alleen de onderlangs kabbelende Molenbeek te zien.
3. Hellingbos
Ga terug naar de bruine route. Aan beide kanten van de holle weg zie je het gevarieerde hellingbos waar de Sint-Jansberg bekend om staat. Twee eeuwen geleden waren deze hellingen nog bedekt met heidestruiken. Toen de heide niet meer gebruikt werd om schapen te hoeden, ontwikkelde zich hier een vrij natuurlijk bos met boomsoorten als eik, beuk, haagbeuk en zoete kers.4. Fijnsparrenbossen
Linksaf waar de bruine route de weg verlaat staan fijnsparrenbossen. Let op de vele frisgroene varens en jonge loofboompjes die in de open plekken groeien. Op deze grote plantenrijkdom komen allerlei insecten, vogels en zoogdieren af.Omdat er maar weinig planten en dieren in deze voor de houtproductie aangeplante naaldbossen leven vormt Natuurmonumenten ze om naar meer natuurlijke bossen. Daarvoor zijn in het dichte naaldbos kaalkapjes van 30 bij 30 meter uitgehakt.
5. Stuwmeer
Het Groene Water is opgestuwd om voldoende waterkracht te kunnen leveren voor de watermolen. Als de molen moest werken, liet men het water via het vierkante stenen sluisje naar beneden storten. Het water liep dan rechts door het bos naar de molen. Nu slingert de Molenbeek iets naar links via een meer natuurlijke baan.6. Bloemtapijten
Als je hier vroeg in het voorjaar wandelt, kun je genieten van de wit en geel gekleurde bosbodem die vol staat met bloeiende bosanemonen en speenkruid.Deze typische bosplanten doen het goed op de vruchtbare leemhelling als de zon nog onbelemmerd door de bladeren schijnt. Als het bladerdak dicht groeit, blijft van de bosanemonen en het speenkruid niet veel over dan onopvallende groene plantjes, die veel voedingsstoffen in hun wortels hebben opgeslagen.
7. Bloeiend dal
Het Zevendal is in de voorlaatste ijstijd uitgesleten door het smeltwater dat van de gletsjers afkolkte. Nog steeds stroomt er aardig wat water door het dal na een flinke regenbui. In de graslanden leven veel regenwormen. ’s Avonds komen er dan ook geregeld dassen naar het Zevendal om zich vol te eten. In het voorjaar vormen de bloeiende meidoorns, sleedoorns en zoete kersen; een breed wit lint op de houtwal.Behalve voor de dassen houdt Natuurmonumenten de weilanden in stand omdat het landschappelijk bijzonder fraai is, vooral in het voorjaar als de houtwal in het midden een breed wit lint vormt van bloeiende meidoorns, sleedoorns en zoete kersen.
8. Mokerheide
Bij het verwijzingsbord kun je een doorsteek maken naar de Mokerheide (paarse paaltjesroute.) Na ongeveer 1,5 km kom je op het uitzichtpunt waar je tot ver in het Maasdal kunt kijken.9. Kastanjebos
Halverwege de beklimming van de Kiekberg kom je een heel bos met tamme kastanjes tegen, misschien wel het meest uitgestrekte kastanjebos van heel Nederland. De Romeinen hebben al tamme kastanjes op de Sint-Jansberg aangeplant.10. Kiekberg
Op de top van de 79 meter hoge Kiekberg stond tot ongeveer 1970 een brandtoren. Daarvandaan kon men over de bomen uitkijken en het hele gebied afspeuren naar een rookwolkje. Nu moet je voor het mooiste uitzicht nog even verder naar de rand van het bosgebied lopen.11. Zicht op Duitsland
Je hebt hier ook zicht op de beboste heuvels van het Duitse Reichswald en iets verder op het Nederlandse dorpje Groesbeek.12. Holle weg, droge poel
Voorbij de boerderij op de 67 meter hoge Maartensberg loop je weer op de holle weg waar je begon met deze wandeling. De weg is zo hol uitgesleten door de schurende werking van smeltwater en regen. Even verderop is mooi te zien dat daarbij het wortelstelsel van een eik is blootgelegd.Iets voorbij de eik vind je links een poeltje. Het is een oude drinkput voor het vee en de mensen die hier vroeger woonden. In de stenen bak waarin het bronwater wordt vastgehouden, kun je kikkers en salamanders vinden die hier hun eieren leggen.
13. Bergkam met beuken
In het dennenbos rechts in de diepte nestelen veel buizerds. Links gaat het beukenbos steil naar beneden. Als je onder de beuken kijkt zie je dat er weinig planten groeien. Dit komt door het dichte bladerdak. Verderop, als het pad weer omhoog de Kloosterberg op gaat, is dat goed te zien bij de enorme beuk die daar staat. Aan de open ruimte rond de knoestige stam is precies af te lezen hoe ruim de kroon van deze oude ‘kandelaar’ wel niet is.Hoe is de wandelroute te bereiken?
Met het openbaar vervoer
Neem vanaf het NS-station Nijmegen de bus naar Venlo (lijn 83) die ongeveer om de twintig minuten vertrekt. Uitstappen bij halte De Plasmolen.Met eigen vervoer
Neem vanaf Nijmegen of Malden de oude Rijksweg N271 in de richting Venlo. 3 km voorbij Mook kom je in het gehucht Plasmolen, waar je rechts het parkeerterrein bij hotel De Plasmolen vindt.
Colofon
Tekst: Frits Vaandrager
Productie: Buro Kloeg, Bunnik
Adressen
VVV Rijk van Nijmegen
tel. 09-001122344
(75 cent per minuut)
VVV Mook
Witteweg 10
6596 AE Plasmolen
tel. 024-6961762
Hotel De Plasmolen
Rijksweg 170
6586 AB Plasmolen
tel. 024-6961444
Vereniging Natuurmonumenten
Postbus 9911
1243 ZR ’s-Graveland
Ledenservice (035) 6559911
www.natuurmonumenten.nl
- Wilt u hierop reageren? Log dan eerst in of maak een Natuurmonumenten account aan.


