Kiekbergroute

Landgoed Sint Jansberg
Fotograaf: J. 't Hoen
Bron: Natuurmonumenten
Lengte route: 
6 km

Kiekbergroute

Op weg

Vanaf de parkeerplaats/bushalte De Plasmolen (zie ‘Hoe te bereiken’ ) loopt u iets verder richting hotel De Plasmolen. Halverwege de vijver steekt u de Rijksweg over, naar de plaats waar de Helbeek (1) door een molensteen stroomt. Deze en de andere beekjes van de Sint-Jansberg ontspringen uit bronnen. Ze voeren een bijna constante hoeveelheid kraakhelder water af.

Dubbelslagmolen

Iets verder vindt u een informatiebord en het begin van de bruine route. Na ongeveer 100 meter kunt u bij een acaciaboom even linksaf van de gemarkeerde route afwijken om een kijkje te nemen bij de oude watermolen (2). De molen was tot 1860 in gebruik om papier te maken. Daarna is hij als graanmolen gebruikt, tot verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog ook daar een einde aan maakten. Er zijn plannen om de watermolen en de oude waterlopen te herstellen. Vroeger werd het rad aangedreven door twee beekjes: de Helbeek kwam in het midden van het schoepenrad uit en de Molenbeek werd met houten bakken helemaal bovenlangs geleid. Nu is alleen de onderlangs kabbelende Molenbeek te zien.

Hellingbos

Terug op de bruine route ziet u aan beide kanten van de holle weg (3) het gevarieerde hellingbos waar de Sint-Jansberg zo bekend om staat. Het is bijna onvoorstelbaar dat deze hellingen twee eeuwen geleden nog grotendeels bedekt waren met heidestruiken. Het bos verscheen pas toen de heide niet meer gebruikt werd om schapen te hoeden. Deze helling lijkt min of meer aan zijn lot overgelaten te zijn. Er heeft zich een vrij natuurlijk bos ontwikkeld met boomsoorten als eik, beuk, haagbeuk en zoete kers.

Hakken voor variatie

Waar de bruine route linksaf de weg verlaat ziet u enkele fijnsparrenbossen (4). Omdat er maar weinig planten en dieren in deze voor de houtproductie aangeplante naaldbossen leven vormt Natuurmonumenten ze om naar meer natuurlijke bossen. Daarvoor zijn in het dichte naaldbos kaalkapjes van 30 bij 30 meter uitgehakt. Aan de vele frisgroene varens en jonge loofboompjes is te zien hoe snel de natuur van deze open plekken profiteert. Op de grotere plantenrijkdom komen weer allerlei insecten, vogels en zoogdieren af.

Stuwmeer

Het Groene Water (5) is opgestuwd om voldoende waterkracht te kunnen leveren voor de watermolen. Als de molen moest werken liet men het water via het vierkante stenen sluisje naar beneden storten. Het water liep dan rechts door het bos naar de molen. Nu slingert de Molenbeek iets naar links via een meer natuurlijke baan.

Bloemtapijten

Vroeg in het voorjaar is de bosbodem hier (6) helemaal wit en geel gekleurd van de bloeiende bosanemonen en het speenkruid. Deze typische bosplanten grijpen hun kans op de vruchtbare leemhelling als de zon nog onbelemmerd door het loofbos prikt. Tegen de tijd dat de loofbomen een dicht bladerdak hebben zijn de bosanemonen en het speenkruid verworden tot onopvallende groene plantjes, die veel voedingsstoffen in hun wortels hebben opgeslagen.

Bloeiend dal

Het Zevendal (7) is in de voorlaatste ijstijd uitgesleten door het smeltwater dat van de gletsjers afkolkte. Nog steeds stroomt er aardig wat water door het dal na een flinke regenbui. In de graslanden leven veel regenwormen. ’s Avonds komen er dan ook geregeld dassen naar het Zevendal om zich vol te eten. Behalve voor de dassen houdt Natuurmonumenten de weilanden in stand omdat het landschappelijk bijzonder fraai is, vooral in het voorjaar als de houtwal in het midden een breed wit lint vormt van bloeiende meidoorns, sleedoorns en zoete kersen.

Bos voor de pof?

Bij het verwijzingsbord (8) kunt u een doorsteek maken naar de Mokerheide. Na ongeveer 1,5 km bereikt u het uitzichtpunt waar u tot ver in het Maasdal kunt kijken. Halverwege de bestijging van de Kiekberg komt u een heel bos met tamme kastanjes (9) tegen, misschien wel het meest uitgestrekte kastanjebos van heel Nederland. De toenmalige eigenaar moet wel verzot geweest zijn op de vruchten. De Romeinen hebben al tamme kastanjes op de Sint-Jansberg aangeplant.

Effe kieken

Op de top van de 79 meter hoge Kiekberg (10) stond tot ongeveer 1970 een brandtoren. Daarvandaan kon men over de bomen uitkijken en het hele gebied afspeuren naar een rookwolkje. Voor een mooi uitzicht moet u nog even verder lopen naar de rand van het bosgebied. Daar (11) heeft u eerst zicht op de beboste heuvels van het Duitse Reichswald en iets verder op het Nederlandse dorpje Groesbeek.

Holle weg, hoge poel

Voorbij de boerderij op de 67 meter hoge Maartensberg (12) loopt u weer op de holle weg waar u op begon. De weg is zo hol uitgesleten door de schurende werking van smeltwater en regen. Even verderop is mooi te zien dat daarbij het wortelstelsel van een eik is blootgelegd. Iets voorbij de eik kunt u links een poeltje ontdekken. Het is een oude drinkput voor het vee en de mensen die hier vroeger woonden. De stenen bak waarin het opkwellende bronwater wordt vastgehouden is nu vooral in trek bij kikkers en salamanders om hun eieren in te leggen.

Bergkam met beuken

Rechts in de diepte zijn vooral grove dennen te zien. In dit bos nestelen veel buizerds. Links (13) gaat het beukenbos steil naar beneden. Dit is een vrij natuurlijk bos, waar Natuurmonumenten knap trots op is. Vanwege het dichte bladerdak groeien er weinig planten onder de beuken. Verderop, waar het pad weer omhoog de Kloosterberg op gaat, is dat goed te zien bij de enorme beuk die daar staat. Aan de open ruimte rond de knoestige stam is precies af te lezen hoe ruim de kroon van deze oude ‘kandelaar’ wel niet is.

Gebiedsinformatie

In het uiterste puntje van Noord-Limburg, op een ris stuwwallen die van Nijmegen Duitsland inloopt, ligt de Sint-Jansberg. Opmerkelijk aan dit tot 79 meter hoge natuurgebied van Natuurmonumenten zijn de bronbeekjes die langs de steile flanken het Maasdal in lopen en de gevarieerdheid van de bossen die zich op de voedselrijke hellingen hebben ontwikkeld. Het beheer is erop gericht om deze variatie nog verder uit te breiden. De enorme afwisseling zorgt ervoor dat een groot aantal planten en dieren zich thuis voelt op de Sint-Jansberg. De dassendichtheid is bijzonder hoog en zeker vier soorten roofvogels en drie soorten uilen vinden broedgelegenheid in de hellingbossen. Zelfs de oehoe komt af en toe een kijkje nemen bij deze bijzondere berg.

Hoe te bereiken

Met het openbaar vervoer
U neemt vanaf het NS-station Nijmegen de bus naar Venlo (lijn 83) die ongeveer om de twintig minuten vertrekt. Uitstappen bij halte De Plasmolen.

 

Met eigen vervoer
U neemt vanaf Nijmegen of Malden de oude Rijksweg N271 in de richting Venlo. 3 km voorbij Mook komt u in het gehucht Plasmolen, waar u rechts het parkeerterrein bij hotel De Plasmolen vindt. 
 

Colofon

Tekst: Frits Vaandrager
Productie: Buro Kloeg, Bunnik 
 

Adressen

VVV Rijk van Nijmegen
tel. 09-001122344
(75 cent per minuut)

 

VVV Mook
Witteweg 10
6596 AE Plasmolen
tel. 024-6961762

 

Hotel De Plasmolen
Rijksweg 170
6586 AB Plasmolen
tel. 024-6961444

 

Vereniging Natuurmonumenten
Postbus 9911
1243 ZR ’s-Graveland
Ledenservice (035) 6559911
www.natuurmonumenten.nl

Gemiddeld: 3.7 (3 stemmen)