Projectbeschrijving

Trots op het moeras

Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zijn flink aan de slag in Noordwest-Overijssel. Zeker 1200 van de 9500 hectare die zij beheren in De Wieden en De Weerribben worden beïnvloed door het project 'Nieuw leven voor het moeras'.
 

Kanoën in De Wieden
Bron: Natuurmonumenten
De grote rijkdom aan planten en dieren en het prachtige landschap zijn deze investering meer dan waard. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zijn trots op het bijzondere gebied dat zij beheren. Zij werken er met hart aan ziel aan om het unieke karakter hiervan te beschermen en te ontwikkelen. Zodat ook u er al varend, fietsend of wandelend van kunt genieten.
 

Cultuurlandschap

De Wieden en De Weerribben in de Kop van Overijssel vormen samen het grootste laagveenmoerasgebied van West-Europa. De omvang ervan komt overeen met die van het bekendste natuurgebied van ons land: de Veluwe. Feitelijk zijn De Wieden en De Weerribben cultuurlandschappen, want ze zijn ontstaan door langdurige en ingrijpende exploitatie door de mens, die hier decennialang turf voor de kachel won. Nu zijn het cultuurlandschappen met een bijzonder rijke natuur.
 

De Wieden
Fotograaf: Martin van Lokven
Bron: Natuurmonumenten

Behoud is kostbaar

Maar die natuur kan alleen blijven bestaan door intensief en dus kostbaar beheer. De grote variatie aan planten en dieren hangt namelijk samen met de aanwezigheid van alle verschillende stadia van verlanding.

graven petgat
Bron: Natuurmonumenten
De door turfwinning ontstane stroken water (trekgaten of petgaten genoemd) groeien geleidelijk dicht. Alle stadia in dit proces kennen hun eigen planten en dieren. Het beheer van deze gebieden bestaat grotendeels uit het steeds opnieuw op gang brengen van verlanding. Dat kan door het graven van nieuwe of het uitgraven van dichtgegroeide petgaten.
 

Stilstand is achteruitgang

Dynamiek is een must voor moerasnatuur. Binnen het project 'Nieuw leven voor het moeras' gaan Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer tot en met 2010 zo’n 28 hectare aan petgaten graven en ruim 40 hectare rietland afplaggen. De verzuurde bovenlaag gaat eraf en nieuwe sloten zorgen voor een betere aanvoer van water. Het riet komt weer met de voeten in het water te staan en zeldzaam geworden planten als groenknolorchis en schorpioenmos keren terug tussen de rietstengels. Tegelijkertijd neemt de kwaliteit van het riet, en dus de economische waarde ervan, toe. Vandaar dat ook verschillende riettelers participeren.
 

Riet
Fotograaf: Rene Koster
Bron: Natuurmonumenten

Oud riet voor de karekiet

Grote karekiet
Op enkele plaatsen kan het bijzondere veenmosrietland terugkomen. En sommige petgaten ontwikkelen zich tot trilveen, een verlandingsstadium dat zich alleen bij zeer gunstige omstandigheden voordoet en botanisch heel waardevol is. Voor de moerasvogels zoals grote karekiet en roerdomp worden op veel plaatsen oevers verbeterd. Struiken maken daar plaats voor waterriet, dat niet jaarlijks wordt gemaaid. Deze vogels maken hun nest namelijk in ouder riet.
 

Water genoeg?

Het spreekt vanzelf dat water onontbeerlijk is voor moerasnatuur. Op het eerste gezicht is er water genoeg in De Wieden en De Weerribben. Toch is er een probleem. De manier waarop wij in Nederland het waterpeil regelen, is niet natuurlijk. We voorkomen grote verschillen in waterpeilen, bijvoorbeeld tussen zomer en winter. Want we willen rekening houden met de belangen van bewoners, boeren, drinkwaterwinning en watersport. Dat betekent voor De Wieden en De Weerribben dat water wordt ingelaten zodra het peil in de zomer wat lager komt. Dit is overigens ‘gebiedsvreemd water’ van mindere kwaliteit. En als het in de winter erg nat wordt, draait het gemaal op volle toeren om het overtollige water zo snel mogelijk af te voeren. Hierdoor is er onvoldoende dynamiek en waterkwaliteit in het natuurgebied en verdwijnen kenmerkende moerasplanten.

Proef flexibel waterpeil

Natuurmonumenten zet zich in voor een natuurlijker waterbeheer in het laagveenmoeras. Als onderdeel van het project Nieuw leven voor het moeras wordt er in 2007 in samenwerking met het Waterschap een proef gedaan met bredere marges voor het waterpeil. Het gebied rondom de eendenkooi Kiersche Wijde is gekozen als proefterrein. Het peil mag hier meer variëren. De verwachting is dat de plantenrijkdom daardoor toeneemt. De effecten van het experiment worden uiteraard nauwkeurig in kaart gebracht.
 

Kiersche Wijdekooi
Fotograaf: T. Krooneman
Bron: Natuurmonumenten