Natuurmonumenten pleit voor offensief natuur- en plattelandsbeleid
Maandag 29 november bezocht de Vaste Kamercommissie van het ministerie van EL&I natuurgebied de Onlanden ten zuiden van de stad Groningen.
Tijdens het bezoek pleitte regiodirecteur Wilfred Alblas van Natuurmonumenten voor een offensief natuur- en plattelandsbeleid, als reactie op de bezuinigingsvoorstellen vanuit Den Haag.
Eén plus één is drie
De kamerleden waren te gast in het natuurgebied de Eelder- en Peizermaden. Op de boerderij ’t Hoogeveld in Eelde werkt Natuurmonumenten samen met een maatschap die het beheer doet. Natuurmonumenten werkt intensief samen met ondernemer Kor Buist. Buist vatte de samenwerking met Natuurmonumenten in de woorden ‘één plus één is drie’.
Meerdere doelen samen
Onder de rook van Groningen ontstaat in hoog tempo een natuurgebied van een paar duizend hectare: De Onlanden. Het Leekstermeer, de Eelder- en Peizermaden en een groot aantal voormalige landbouwgronden vormen straks een groot nat natuurgebied. ‘De inrichting is een succes door de vele doelen die er mee gediend zijn,’ gaf Alblas de kamerleden mee. ‘In de totale aanpak wordt winst geboekt voor de veiligheid van de stad (waterberging), natuur, recreatie en landbouw.’
Genieten, natuur en veiligheid
‘Door de samenwerking realiseren de partijen samen meer voor natuur, waterberging, recreatie en landbouw dan ze ieder voor zich kunnen.’ Alblas riep de commissie op om in de toekomst ruimte te houden voor dit soort projecten. ‘Door natuur en waterberging te combineren spaart de samenleving veel geld uit voor gemalen en verhogen van kaden.’ Over een jaar genieten de mensen uit de stad Groningen van een uitgestrekt natuurgebied, dat in natte perioden ervoor zorgt dat ze in de stad droge voeten houden.
Noodkreet voor beheer
‘Iedereen gaat er van uit dat Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten het gebied straks kunnen beheren,’ reageert Alblas op de vraag van kamerlid Janneke Snijder (VVD) of er nog wat ontbreekt aan het project. ‘Dat is bij de draconische bezuinigingen van het kabinet helaas de vraag.’

