Ook even voorstellen: mijn paard Skeeto's Choice
|
Het is alweer een tijdje terug dat ik heb geblogd. Er is ook niet elke keer wat bijzonders te vertellen. Meestal rijden we gewoon een rondje om alles te checken, en dat is meestal goed. Hoewel, goed?... In januari knoppen aan de bomen? Geeft je toch te denken.... Ik wilde jullie deze keer even voorstellen aan mijn paardje Missie. Dit is haar roepnaam, haar stamboeknaam is Skeeto's Choice, vernoemd naar haar vader Taris Skeeto en haar overgrootvader The Peoples Choice. Haar moeder is mijn merrie DW Peoples Dun It. |
![]() Bron: Natuurmonumenten |
Van haar vaders kant heeft zij working cowhorse / cuttingbloed, en van haar moeder Reiningbloed. Dit zijn de verschillende disciplines die in de westernsport worden bedreven. Zij is een volbloed American Quarterhorse, een echt cowboypaard dus. De naam Quarterhorse heeft het ras te danken aan de eerste kolonisten in Amerika. Op de zondag was het gebruikelijk een paardenrace te organiseren als tijdverdrijf en ontspanning. De race was altijd van de ene kant van het dorp naar de andere kant. Aangezien de dorpjes toen heel klein waren was dit altijd ongeveer een kwart mijl dus +/- 375 m. Vandaar de naam Quarterhorse. Hiervoor hadden ze paarden nodig die op zeer korte afstand hun topsnelheid konden bereiken. Om hier de juiste paarden voor te krijgen zijn ze aan het fokken gegaan en zo ontstond de Quarterhorse, een mix van Arabier, Andalusier, Berber en een zeer grote bijdrage werd geleverd door de Indiaanse Chickasaw Pony. Bevriende Indiaanse stammen deden namelijk vaak mee aan de races en de blanken stonden versteld van de snelheid die hun kleine pony's konden halen. Begin 1900 werd hier ook nog de Engelse volbloed doorheen gefokt.
Gaandeweg kwamen de kolonisten erachter dat deze paarden erg veel gevoel hadden voor het drijven van koeien. Wij noemen dit cowsense. En zo ontstonden er twee soorten quarterhorses: het stock-type wat breed, klein en zeer gespierd was, en het racing-type wat ranker en iets hoger was.
De Quarter heeft zich nu zo ontwikkeld dat het momenteel het snelste paard ter wereld is op de korte sprint. Een goed getrainde Quarter kan een acceleratie halen van 0 tot 70 km/u in 3 seconden. De topsnelheid ligt rond de 80 km/u. Ter vergelijking: een volbloed engels renpaard haalt ongeveer 65 km / uur. De Quarter echter houdt dit maar heel kort vol vanwege zijn korte spieren waardoor hij snel verzuurd, en een engelse volbloed houdt het juist weer heel lang vol omdat zij langere spieren hebben en dus minder snel verzuren.
Maar genoeg theorie. Missie is bij ons thuis geboren uit mijn merrie DW Peoples Dun It. Terwijl wij alle voorbereidingen nog aan het treffen waren voor de geboorte, had moeders al besloten dat het tijd was. Dus toen ik op een morgen de paarden ging voeren, stond dat kleine ding er ineens.
Ik heb haar vanaf het begin op een heel rustige manier vertrouwd gemaakt met het worden van een rijpaard. Begonnen met een halstertje om, hoefjes geven en netjes aan een halstertouw meelopen. Later eens een dekentje erop, toen een pad, en toen ze 1,5 jaar was een zadel. Niet om op te rijden natuurlijk, maar om haar bekend te maken met het gevoel.

Toen ze 2,5 jaar was, in overleg met de veearts, heb ik haar zadelmak gemaakt en zelf ingereden. Heel rustig aan om het vertrouwen niet te schaden, want dat is bij zo'n jong paard zo verpest. Ik heb haar in zes weken geleerd wat stap, draf en galop is. Naar links en rechts sturen en stoppen. Na die zes weken heb ik haar weer op de wei gezet om lekker paard te zijn, en uit te groeien.
Een half jaar later er weer een paar weekjes op gereden en toen weer op de wei. Dit om te zorgen dat hetgeen ik haar geleerd had in haar geheugen bleef.
|
Toen ze 3,5 was ben ik met haar in de Gorzen gaan rijden en daar heb ik haar gaandeweg getraind tot een goed rijpaard. Begonnen met rustige ritjes van een half uurtje en dit uitgebouwd tot ritten van 2 à 3 uur. |
![]() Bron: Natuurmonumenten |
Twee weken geleden was het dan zover; ik zou met JD de Gorzen ingaan maar er kwam iets tussen waardoor hij onverwachts niet kon. Ik heb toen besloten maar alleen te gaan. Mooie test om te kijken wat ze waard is, dacht ik. En ze bleek het dubbel en dwars waard! Na enige moeite kreeg ik haar de rivier door, en vervolgens ging ze zonder blikken of blozen het Volkerak in en verder elk water wat we tegenkwamen. Ook door het bos en op de vlakte ging het helemaal goed. Onderweg nog een paar keer lastig gevallen door een paar agressieve pony's waar ze dapper op afstormde om ze weg te jagen!
Afgelopen zondag weer alleen gegaan en dit keer stormde het flink daar. Ze werd er wat onrustig van, maar bleef zich netjes gedragen en wederom door alle watertjes en weer de lastige pony's wegjagen.
Al met al kan ik nu zeggen dat ik een super trail / drijverspaard heb. En ze is nog jong, dus het kan alleen maar beter worden. Het leukste van alles vind ik nog dat mensen hun paard dit in een rijbak leren met hindernissen, stukken zeil en bruggetjes etc. en ik het allemaal heb kunnen doen in de Gorzen, de echte praktijk. Ik moet zeggen dat ik er best een beetje trots op ben en het meeste op haar natuurlijk!
Rikkert Hoekstra
Veedrijver
- Wilt u hierop reageren? Log dan eerst in of maak een Natuurmonumenten account aan.



