Slingerende bosranden en corridors
Over de hele oppervlakte van de Laurabossen zijn groepsgewijs bomen gekapt. Hierdoor zijn er overal ronde open plekken in het bos ontstaan met een diameter van 30 tot 40 meter.
Bron: NatuurmonumentenVariatie
Bron: Natuurmonumenten
Op deze open plekken heeft zich loofbos ontwikkeld. Dit loofbos is gevarieerder dan een grove dennenbos. Er groeien nu struiken en bomen die verschillende hoogtes hebben. De variatie is ontstaan omdat er zowel open als dichte stukken loofbos zijn. Verder is er ook nog variatie ontstaan in de soorten loofbomen en struiken. Door de toegenomen structuur en variatie is de natuurbeleving voor de wandelaar toegenomen. Er valt nu veel meer te genieten.
Slingerende bosrand
De Laurabossen was vroeger een productiebos. Het gekapte hout moest zo efficiënt mogelijk worden afgevoerd naar de mijnen. Hierdoor zijn de naaldbomen destijds in hele rechte blokken aangeplant en is het bos doorsneden met kaarsrechte wegen.
Om dat strakke eentonige patroon van rechte wegen te doorbreken zijn de open plekken langs de rechte wegen zo gesitueerd dat ze steeds ten opzichte van elkaar verspringen. Hierdoor is er langs de wegen een slingerende bosrand ontstaan. Dat is beter voor de natuur maar het geeft ook voor de wandelaar een speelser beeld.
Corridors
Op andere plaatsen zijn er open plekken midden in het bos gemaakt. Zo zijn er corridors ontstaan dwars door het bos. Een van de soorten die baat heeft bij corridors is de zeldzame nachtzwaluw. Op de open stukken bos vangen de nachtzwaluwen al vliegend insecten. In een dicht bos lukt dat niet of moeilijk. Een ander gevolg van de groepenkap is dat
met name het reewild is toegenomen en er meer nestgelegenheid is ontstaan voor veel soorten vogels.
Bron: Natuurmonumenten

