Noordse woelmuizen weer in Vechtplassen
In oktober werden weer noordse woelmuizen gevangen (en losgelaten!) in de Kortenhoefse Plassen, de Loosdrechtse Plassen en in de Horstermeerpolder.
Dit was een aangename verassing, want tijdens zo'n zelfde onderzoek 2007 werden in deze gebieden helemaal geen noordse woelmuizen gevonden. De vrees bestond dan ook dat de soort misschien uit het gebied was verdwenen.
Lange staart
Er zullen maar weinig Nederlanders zijn die wel eens een noordse woelmuis hebben gezien. Het is een klein knaagdiertje dat tot de familie van de woelmuizen behoort en nog het meest lijkt op de aardmuis of de veldmuis (die wat kleiner zijn), en de woelrat, die wat groter is. Zijn relatief grote achterpoten zijn voorzien van kleine witte nageltjes en zijn staart is relatief lang; wel 40% van zijn totale lichaamslengte.
Bedreigd
De noordse woelmuis heeft een voorkeur voor natte terreinen zoals rietlanden, moerassen en drassige hooilanden en kan goed zwemmen. In gebieden waar de aardmuis niet voorkomt, kiest hij soms ook voor drogere gebieden zoals wegbermen of zelfs in droog naaldbos. Het is een solitair levend diertje, dat met name op de drogere gronden wordt weggeconcurreerd door de veel meer sociaal levende aardmuis.
In Nederland heeft zich een aparte ondersoort ontwikkeld, die beschouwd wordt als een restpopulatie vanuit de laatste ijstijd. Deze ondersoort is het enige endemische zoogdier van Nederland. Bij het terugtrekken van het landijs is hij als soort in West- en Midden-Europa vrijwel geheel verdwenen.
Verrassing
Het is bijna onmogelijk om aan de hand van sporenonderzoek vast te stellen of de noordse woelmuis in een gebied aanwezig is. Daarvoor lijken de sporen te veel op die van andere woelmuizen. Om in een bepaald gebied toch een eventuele populatie op te sporen, worden zogenaamde inloopvallen (live-traps) gebruikt. Zo ook tijdens het onlangs gehouden verspreidingsonderzoek van de Zoogdiervereniging. De vangsten waren een aangename verassing, want tijdens zo'n zelfde onderzoek 2007 werden in deze gebieden helemaal geen noordse woelmuizen gevonden. De vrees bestond dan ook dat de soort misschien uit het gebied was verdwenen.


