Virus bedreigt Nederlandse kikkers

kikker
Fotograaf: E. Bethlehem
Bron: Natuurmonumenten

Wetenschappers van het Dutch Wildlife Health Centre van de faculteit Diergeneeskunde hebben voor het eerst in Nederland de ranavirus sp. infectie bij wilde kikkers vastgesteld.

In september 2010 werden in korte tijd meer dan duizend dode kikkers in een ven bij Bezoekerscentrum Dwingelderveld aangetroffen. Een vrijwilliger van RAVON ontdekte de dode kikkers. Sectie op deze kikkers wees uit dat het om het ranavirus gaat. Dit virus is niet gevaarlijk voor mensen.

Nieuw in Nederland

Marja Kik, patholoog van het Dutch Wildlife Health Centre: “ranavirus infecties kunnen voorkomen bij amfibieën, reptielen en vissen en kunnen massale sterfte veroorzaken. Ranavirussen verspreiden zich gemakkelijk. Daardoor vormen ze een groot risico voor zeldzame en beschermde soorten in de natuur. Omdat er in Nederland niet systematisch naar gezocht is, is het onduidelijk hoe lang ranavirussen zich al in Nederland bevinden, en waar ze mogelijk nog verder te vinden zijn”.

Kikkers Mantingerveld
Bron: Natuurmonumenten

Verspreiding voorkomen

Annemarieke Spitzen wetenschappelijk onderzoeker bij RAVON: “Dankzij de oplettende houding van een boswachter van Natuurmonumenten en een van onze vrijwilligers, is de aanwezigheid van dit virus in Nederland aan het licht gekomen. Het is onduidelijk hoe het ranavirus in het ven terechtgekomen is en of het virus ook in andere vennen in het Nationaal Park aanwezig is”.

Maatregelen

Op advies van het Dutch Wildlife Health Centre en RAVON neemt Natuurmonumenten maatregelen om de kans op verspreiding zo veel mogelijk te verkleinen. Zo worden onder andere de schepnetjes die door kinderen gebruikt worden in het ven bij het Bezoekerscentrum alleen op die plek gebruikt. Het virus is ongevaarlijk voor mensen.

Meer informatie

Meer informatie over dit onderwerp vindt u in een gezamenlijk artikel van RAVON en het Dutch Wildlife Health Centre.
Of beluister het radiointerview met Andre Donker of bekijk zijn TV optreden bij Paul de Leeuw.