In vrijwel alle gebieden van Natuurmonumenten met begrazing gaat het om graasdieren die als gehouden dieren worden ingezet of als niet gehouden wilde grazers in natuurgebieden leven. Alleen in het Nationaal Park Veluwzoom vallen de ingezette runderen (Schotse Hooglanders) onder de A-status vgl. de Leidraad Grote Grazers (LNV 2000). en hebben daarmee een status van "niet gehouden" wildlevende runderen. Daarmee hebben ze dezelfde status als de wildlevende edelherten, damherten, reeën en wilde zwijnen.
Natuurmonumenten zet bij winterbegrazing zoveel mogelijk dieren in die winterhard* zijn zoals Schotse Hooglanders, Galloway-runderen, konikpaarden, shetlandponies, IJslandse paarden en diverse rassen van heideschapen.
De inrichting van een begraasd gebied is zodanig dat er voor de graasdieren in de winter de mogelijkheid bestaat om voedselgebieden (water en plantaardig voedsel) goed bereikt kunnen worden.
Het begrazen van natuurgebieden in de winter moet een meerwaarde tav het gewenste natuurdoel beteken in vergelijking met het uitsluitend in de zomer begrazen. Indien derden in gebieden van Natuurmonumenten ’s winters grazen dan worden in principe dezelfde eisen gesteld aan het gebied en graasdieren.
Voeren is alleen aan de orde om dieren tijdelijk met minimale hoeveelheden voedsel te lokken (tbv tellingen, afschot). In de Faunabeheerplannen wordt dit uitdrukkelijk opgenomen, inclusief de maximale hoeveelheden voer.
Nadelen van bijvoeren zijn dat de populaties een te hoge reproductie verkrijgen waardoor het aantal dieren steeds verder toeneemt. Hiermee wordt de natuurlijke draagkracht van een gebied op onnatuurlijk wijze vergroot en zal er op een gegeven moment deze draagkracht overschreden worden en de kans op verzwakking en sterfte toenemen dan wel er meer schade aan gewassen en er meer verkeersslachtoffers gaan vallen. Omdat te voorkomen zou er weer extra afschot noodzakelijk zijn hetgeen we juist niet wenselijk achten.
Bijvoeren heeft tevens tot gevolg dat de sterkste dieren het aangereikte voedsel benutten en niet ten goede komt van de zwakkere dieren en derhalve niet het doel dient waarvoor bijvoeren bedoeld was. Ook wordt het sociaal gedrag van de dieren ernstig verstoord en kan er veel stress bij de dieren ontstaan die ook weer nadelig is voor het welzijn van de dieren.
De provincies laten zich –net zoals bij de sluiting van de jacht afgelopen weken- daarbij adviseren door de Faunabeheereenheden.
Voor zover bekend heeft geen enkele provincie een ontheffing afgegeven om bijvoeren toe te staan.
De besturen van Faunabeheereenheden bestaan uit vertegenwoordigers van natuurbescherming, particulieren grondeigenaren, jacht én landbouworganisaties. Aangezien er geen ontheffingen zijn verleend zijn deze partijen kennelijk gezamenlijk van mening dat grote wilde hoefdieren in Nederland geen honger lijden en bijvoeren dus niet nodig wordt geacht.
Uit de monitoring (al of niet met een dierenarts) van de gehouden grazers is gebleken dat er tijdens de huidige winter nergens sprake is van een tekort aan voedsel en vermindering van de conditie resp. gezondheid van de dieren.
In een zeer beperkt aantal gebieden vindt enige bijvoedering plaats, maar dit bijvoeren heeft primair tot doel om de dieren te lokken. Dit lokken kan alleen in de winter om van de dieren bloedmonsters te kunnen nemen en/of oormerken aan te brengen om ze te kunnen opnemen in het I&R-systeem. Ook kan lokvoer gegeven worden om de dieren weg te lokken naar gebieden zonder wegen of tuinen om schade te kunnen voorkomen.
Dieren van derden die ‘s winters in gebieden van Natuurmonumenten grazen vallen primair onder verantwoordelijkheid van derden. In dergelijke situaties kan soms bijvoeren plaats vinden. In een paar gevallen is er sprake van dat de begraasde gebieden te klein zijn of er te weinig wintervoedsel aanwezig is. Dan worden de dieren bij afwezigheid van stalruimte soms bijgevoerd.
Daarnaast leven er in gebieden van Natuurmonumenten ook wilde herbivoren als edelhert, damhert, ree en wild zwijn. (o.a. Veluwe, kustduinen van Zeepe, Kennermerduinen). Reeen leven verspreid door heel Nederland.