Wandelen

Laarzenpad, bij Bezoekerscentrum De Wieden

Laarzenpad, bij Bezoekerscentrum De Wieden

2.34 km

Waar

Bezoekerscentrum De Wieden

Vertrekpunt

De Wieden

Wandelen

Laarzenpad, bij Bezoekerscentrum De Wieden

Het laarzenpad bij Bezoekerscentrum De Wieden loopt dwars door het rietland. Ook kom je langs een stukje moerasbos en door open hooilanden. Met trekpontjes steek je de sloten over die het pad onderweg kruisen.

Voor het laarzenpad (de naam zegt het al) heb je laarzen of stevige schoenen nodig. Ook zijn hier in de zomer veel muggen, dus draag bedekkende kleding. Het pad is niet geschikt voor mensen die slecht ter been zijn. Honden zijn niet toegestaan.

 

Praktische informatie

Bereikbaarheid

  • START

Startpunt

De Wieden: Toon op kaart

Aanrijdroute auto

Volg vanaf de snelwegen in de regio de borden voor Weerribben-Wieden. Daarna wordt Bezoekerscentrum De Wieden verder op de borden aangegeven.

Aanrijdroute openbaar vervoer

Bus naar Sint-Jansklooster vanaf het NS-station Zwolle.

De route

 Startpunt

1Trekpontje

Onderweg kom je drie trekpontjes tegen, waarmee je zelf het water kunt oversteken. Succes!
Trekpontje

2Riet

In de winter wordt het riet in De Wieden gesneden. Dan zie je hier vaak grote bossen riet liggen, de zogenaamde veldbossen. Ze worden verzameld op een zwil, een plek die dicht bij het water ligt. Hier worden de bossen met een boot opgepikt om verwerkt en verkocht te worden. Daarbij worden de handelsbossen voorzien van een blauw ‘Wiedenriet’-label. Een paar rietweetjes:Riet is een soepele plant die met alle winden meewaait. Dat komt omdat rietbladeren kunnen draaien rond de hoofdstengel. Zo werkt ieder blad als een windvaan.In mei groeit het riet met vochtig en zonnig weer ongeveer 7 cm per dag. Je ziet het bijna groeien!Als het blad van de rietstengel gevallen is (meestal rond half december) kan de oogst beginnen. Dit gebeurt met de hand en lichte machines. Onkruiden, streige genaamd, worden uit het riet gehaald en verbrand.Veel daken in de omgeving zijn bedekt met Wiedenriet. Een rieten dak moet minstens 25 centimeter dik zijn. De levensduur van een rieten dak is minimaal 25 jaar en soms wel 50 jaar.
Riet
Riet
Riet

3Drijvend land

Het laarzenpad bestaat uit een deken van gevlochten wortels dat drijft op zo’n anderhalve meter water. Je voelt de grond hier ook veren als je er overheen loopt. Dit drijvende land ontstaat tijdens een proces dat we verlanding noemen.Hoe werkt verlanding? Eerst verspreiden planten zich van de oever naar het water. Zo ontstaat er langzaam een drijvend vlechtwerk van (water)planten en wortels, de zogenaamde kragge. Op deze kragge groeit steeds meer riet. Op een gegeven moment is de kragge zo dicht geworden dat je erop kunt lopen. Door het vele gebruik slijt de kragge van het laarzenpad. Daarom zijn hier speciale matten neergelegd die voorkomen dat je erdoor zakt. Normaal gesproken wordt de kragge steeds dikker en afhankelijk van de omstandigheden gaan er andere planten groeien. De hoeveelheid riet neemt af en de kragge komt steeds hoger te liggen. De invloed van water vanaf de onderkant wordt kleiner. Uiteindelijk gaan er zelfs struiken en bos groeien. Die ontwikkeling van open water naar bos neemt tientallen jaren in beslag.
Drijvend land
Drijvend land
Drijvend land

4Vogels

In de zomer hoor je hier geregeld de koekoek. Hij zit vaak in deze bomen, dus met een beetje geluk kun je hem ook zien. Het vrouwtje aast vanaf hier op de nestjes van onder meer de kleine karekiet. Daar gooit ze de eitjes uit om haar eigen eieren voor in de plaats te leggen. Haar jongen worden vervolgens grootgebracht door de karekiet. Opmerkelijk detail is dat het koekoeksjong uiteindelijk wel twee keer zo groot is als zijn ‘pleegouder’.Ook de boomvalk vliegt hier vaak rond. Hij zoekt naar libellen boven de boomtoppen en het riet. Je herkent de boomvalk aan zijn sikkelvormige silhouet, de vleugels hebben de vorm van een halve maan. Hij lijkt wel wat op een forse gierzwaluw.Soms vind je op het pad een hoopje met libellenvleugels, dat is het werk van de boomvalk. In de winter kom je in het riet groepjes baardmannetjes tegen. Ze hebben een heel specifiek geluid, wat klinkt als ping-ping. Als je dat hoort, moet je goed op de toppen van het riet letten en even afwachten. Dan heb je goede kans ze te zien. Eigenlijk is het baardmannetje een insecteneter, maar in de winter schakelt hij over naar zaden (van het riet). Hiervoor past hij zijn verteringskanaal aan. Zo kan hij in De Wieden de winter overleven, terwijl andere vogels naar het zuiden moeten trekken.
Vogels
Vogels
Vogels

5Beulakerwijde

Hier op het bankje kun je even uitrusten en genieten van het uitzicht over de Beulakerwijde. Het natuurgebied De Wieden is ontstaan door vervening. In de 15de eeuw ontdekte men dat veen, gevormd door de resten van water- en moerasplanten, in gedroogde vorm (turf) een prima brandstof was. Daarom ging men het afgraven. Hierdoor ontstonden stukken open water: trekgaten. Op de stroken land ertussen legde men het veen te drogen: legakkers. Geleidelijk aan nam de vraag naar turf toe. Om hieraan te kunnen voldoen, maakte men de trekgaten steeds breder en de legakkers steeds smaller. Het gevolg laat zich raden… Stormen sloegen de legakkers weg en er ontstonden grote meren: Bovenwijde, Belterwijde en Beulakerwijde. Er verdween zelfs een heel dorp in de golven, in 1776 ‘verdronk’ Beulacke in de Beulakerwijde. Wijde wordt hier uitgesproken als ‘Wiede’, vandaar de naam van het gebied.
Beulakerwijde
Beulakerwijde
Beulakerwijde

6Molentje

Deze molentjes vind je op veel plekken in De Wieden. Ze pompen het water op het rietland, omdat riet veel water nodig heeft om te groeien. De molentjes zijn dus niet bedoeld om water weg te pompen zoals meestal het geval is.
Molentje

7Boommarter

Dit moerasbosje is ontstaan doordat de riet- en hooilanden hier niet meer gemaaid werden. Dan groeit de kragge langzaam dicht met struiken en uiteindelijk bomen. In dit vochtige gebied groeien bomen snel, maar sterven ze ook weer snel. Hierdoor zijn er veel spechten die in het zachte hout hun holen hakken. Deze spechtenholen worden gebruikt door boommarters om hun jongen in groot te brengen. In de laatste dertig jaar is er steeds meer bos ontstaan in De Wieden, waardoor het aantal boommarters ook is toegenomen. Deze dieren zijn alleseters: ze eten vruchten en bessen, maar ook eieren en jonge vogeltjes. Als de lijsterbessen rijp zijn, vind je hier overal oranje uitwerpselen van de boommarter. De otter, een andere bekende bewoner van De Wieden, is familie van boommarter. In 2002 zijn hier otters uitgezet en inmiddels komt hij weer op verschillende plekken in Nederland voor. De otter eet vooral vis en soms vind je hier langs de oevers otterpoep met schubben erin. Omdat het nachtdieren zijn zie je ze overdag vrijwel nooit. Dan liggen ze te slapen in de moerasbossen of het riet.
Boommarter
Boommarter
Boommarter

8Hoge Land

Aan je linkerkant zie je het land in de verte omhoog lopen, dit gebied heet het Hoge Land van Vollenhove. Deze stuwwal is een overblijfsel van de voorlaatste ijstijd. Omdat dit de enige hoge en dus droge plek in het gebied was, werd het al vroeg bewoond. De markante watertoren geeft aan waar de stuwwal overgaat in het kraggenlandschap. Het dorp dat je hier ziet liggen is Sint Jansklooster. De naam van het dorp herinnert aan het Franciscaner klooster dat hier heeft gestaan. Het werd in 1399 gesticht door de blinde monnik Johannes van Ommen. Tijdens de belegering van de vesting Steenwijk in de Tachtigjarige Oorlog werd het klooster verwoest. Het enige overblijfsel is een stuk muur dat waarschijnlijk deel uitmaakte van de kloostertuin.
Hoge Land
Hoge Land

9Hooilandjes

Rietlanden worden in de winter gemaaid en hooilanden in de zomer. Ook de hooilanden in De Wieden drijven op het water, waardoor er bijzondere planten groeien. In het voorjaar zie je bijvoorbeeld moeraskartelblad en ratelaar. Dit zijn beide half-parasitaire planten: met hun wortels halen ze voedsel uit de wortels van andere planten. Hierdoor kwijnen hun concurrenten langzaam weg, waardoor ze zelf volop zonlicht krijgen en groot kunnen worden. Op de hooilanden leven allerlei soorten vlinders, zoals de zeldzame zilveren maan. Als in het voorjaar de pinksterbloemen bloeien, zie je hier veel oranjetipjes. De sloot is het domein van juffers en libellen. Ze leven het grootste deel van hun leven als larve onder water. Als ze volwassen zijn, kruipen ze langs een rietstengel omhoog en ‘sluipen’ ze uit hun huid. Om weg te kunnen vliegen, moeten ze eerst hun vleugels oppompen en drogen. Dat kan bijna een dag duren. Je kunt ze dan mooi bekijken.
Hooilandjes
Hooilandjes
Hooilandjes
2.34 km

Laarzenpad, bij Bezoekerscentrum De Wieden