Nieuws van de boswachter

Het leven keert terug in de Midden-Brabantse vennen!

23 MAART 2018 | Irma de Potter

Deze week kwam er mooi nieuws naar buiten. Het gaat langzaam beter met de vennen in de Oisterwijkse Bossen en Vennen en Kampina. Tientallen jaren werkt Natuurmonumenten al aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Een grootschalig onderzoek levert het bewijs dat beleidsveranderingen en beheermaatregelen hun vruchten afwerpen. Zwaar verzuurde vennen zijn zich gedeeltelijk aan het herstellen en bijzondere plant- en diersoorten keren terug.

ven op Kampina

Bijzondere soorten keren terug

In de jaren tachtig van de vorige eeuw bevonden de vennen zich in een diepte punt. De neerslag van sulfaten en ammoniak zorgde voor ernstige verzuring van het venwater. Veel plant- en diersoorten verdwenen en slechts enkele soorten die bestand waren tegen de lage zuurtegraad domineerden de vennen. Door afname van de zure neerslag en gerichte beheermaatregelen behoren het Belversven en het Winkelsven op Kampina weer tot de soortenrijkste vennen van Nederland.

"Bijzonder sieralgen en kiezelwieren laten zich weer zien, er zijn meer libellensoorten en de knolrus maakt langzaam maar zeker plaats voor o.a. het moerashertshooi en de veelstengelige waterbies".

Nu de zwarte stern en de karekiet nog!

Maar van een volledig herstel is nog lang geen sprake. Nog steeds wordt de kwaliteit van de vennen nadelig beïnvloed door een veel te hoge stikstofneerslag. Het zou prachtig zijn als we in de toekomst weer kunnen genieten van vogels zoals de zwarte stern, de grote karekiet en de snor, maar daarvoor zijn vegetaties nodig van krabbenscheer, zeggen en riet en dat vraagt om een waterkwaliteit die nu nog niet haalbaar is. Ook de echt bijzondere soorten, waaronder zeldzame sieralgen, waterlobelia en veenbloembies laten zich nog niet zien. Daarvoor fluctueert het grondwaterpeil nog te veel en ontbreekt het nog aan kalk, een mineraal dat door de lange zure regenperiode in de bodem is uitgespoeld.

Werk aan de winkel

Natuurmonumenten blijft werken aan het verbeteren van de vennen en het rapport geeft daarvoor een aantal aanbevelingen. Zo blijft het belangrijk om de oevers vrij te houden van te veel bomen en struiken en moet voorkomen worden dat ganzen het water teveel verrijken met hun uitwerpselen. In de Huisvennen op de Kampina kan de vorming van hoogveen gestimuleerd worden door 'lekkages' in de waterdichte leembodem te dichten. Zo kan het water niet te diep wegzakken.

"En in de Oisterwijkse vennen is het vooral belangrijk om de verbindingen tussen de vennen te herstellen en de waterkwaliteit van het Kolkven te verbeteren. Dit heeft een positief effect op het hele vennensysteem".

Met dank aan

Het onderzoek dat is gesubsidieerd door de Provincie Noord-Brabant werd uitgevoerd door Adviseur van Water en Natuur, Stichting Semblis, Onderzoekscentrum B-WARE, Eelerwoude, van Erve Natuuronderzoek, Diatomella en Sieralgenwerkgroep Nederland. Voor het volledige rapport van het onderzoek kun je hier terecht en een samenvatting is gepubliceerd in het themanummer ‘Vennen van Midden-Brabant’ van De Levende Natuur (maart 2018)

Irma de Potter

Volg mij:Twitter