boswachters

Boswachter Frans

Boswachter Frans vertelt

Boerenlandvogels verdwijnen

Toen ik nog een klein menneke was, ging ik regelmatig naar ons opa en oma. Mijn moeder zette me dan over de drukke weg en dan fietste ik, eerst met mijn driewielertje en later met mijn fietske, over de zandweg naar de boerderij. Voor die boerderij stond heel veel graan en daartussen en erover vlogen altijd heel veel vogels.

Als het mooi zonnig weer was, dan lieten mijn opa en mijn vader mij luisteren naar de geelgorzen en de leeuweriken. En soms als het echt prachtig weer was dan lag ik op mijn rug naar zo’n jubelende en opstijgende leeuwerik te kijken tot ik die prachtige vogel zelfs met samengeknepen ogen bijna niet meer kon zien.

Tegenwoordig valt dat niet meer mee, omdat nog eens te kunnen doen. En dat ligt echt niet aan dat ik ouder geworden ben, maar meer aan het feit dat er nauwelijks graanvelden zijn. En dus ook nauwelijks nog leeuweriken.

Sint Michielsgestel

Ging ik destijds bij ons achter in Sint Michielsgestel de weilanden in, dan vloog er van alles aan weidevogels. Kieviten, grutto’s en tureluurs maakten dan dat ze wegkwamen en probeerden mij dan weg te lokken van hun nesten. Soms vlogen ze laag met veel lawaai over me heen. Destijds wist ik niet hoe al die vogels heten, maar ze waren er wel. Onlangs ben ik nog eens naar dat stukje verleden gereden, maar de weidevogels zijn daar nauwelijks nog te bespeuren.

Slecht gesteld

Vogelbescherming Nederland meldt dan ook dat het slecht gesteld is met onze boerenlandvogels. In een artikel geven zij aan dat uit de laatste cijfers van BirdLife International en de European Bird Census Council blijkt dat er in 30 jaar tijd ruim 300 miljoen minder vogels op het boerenland leven.

Dit is een onheilspellende achteruitgang van maar liefst 52 procent. Hieronder vallen dus ook mijn leeuweriken en zelfs de allermooiste vogel van het platteland; de patrijs!

Niet schreeuwen maar doen!

Je wordt er dus zeker niet vrolijk van als je dat artikel leest! En dan nog minder als je ook leest in datzelfde artikel, dat men al jaren aan het schreeuwen is om maatregelen. Schreeuwen helpt dus niet, want de achteruitgang gaat maar door.

Nog minder vrolijk word je als je hoort, dat naast de akkervogels ook de weidevogels het in Brabant heel moeilijk hebben. Vooral de grutto is het Brabantse zorgenkindje geworden, want die wordt zelfs met uitsterven bedreigd. Uit de cijfers van de weidevogelbescherming Brabant blijkt dat in 2011, verspreid over Brabant, 145 gruttonesten werden aangetroffen.

In 2009 waren dat er 160. In 2 jaar tijd dus een afname van 15 nesten. Maar zeg nu zelf wat zijn 160 nesten in een Brabant waar nog veel agrarische gronden aanwezig zijn. Daar moeten we ons als Brabander al voor schamen.

Aandacht voor boerenlandvogels

Meer aandacht voor de boerenlandvogels op allerlei front is dus van groot belang. Niet schreeuwen maar actief er aan werken is dus het motto. En vooral samenwerken. Hier liggen mooie kansen voor onze nieuwe regering en vooral voor ons provinciebestuur. Dit laatste moet er vooral voor gaan zorgen, dat het met het schreeuwen gedaan is, en dat er vanaf nu samengewerkt wordt met alle partijen. Dit vooral omdat we dan met z’n allen keihard kunnen gaan werken aan een stijging in aantallen van onze Brabantse boerenlandvogels

Vooral ook omdat ik dan straks met een kleinkind het achterland in kan gaan trekken en aan mijn kleinkind kan uitleggen, als we samen op onze rug liggen, kijk daar gaat weer een leeuwerik. "Mooi hè menneke/durske zo’n opstijgende en jubelende vogel."

word nu lid