Cookies op Natuurmonumenten.nl

Natuurmonumenten respecteert de privacy van jouw gegevens

Waarom cookies? Ze worden gebruikt om de website en jouw browserervaring te verbeteren, om te integreren met sociale media en jou relevante advertenties te laten zien die op je interesses zijn afgestemd. Klik op "Ik wil een optimaal werkende website" om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op de link om jouw voorkeuren voor cookies te wijzigen.Meer uitleg over cookies

Kies jouw cookie instelling

Kies eerst de cookies die je wilt toestaan

Weidevogelbeheer, het kan wel

In Eemland, gelegen in het noordoosten van de provincie Utrecht, werpt jarenlang consequent beheer voor weidevogels duidelijk vruchten af. Van de weidevogelgebieden van Natuurmonumenten broeden hier de hoogste dichtheden grutto’s, kieviten en tureluurs (respectievelijk 127, 84 en 88 paar per 100 hectare). Er broeden zelfs al weer enkele jaren twee paar kemphanen in het gebied. Het succes is mede te danken aan de mogelijkheid om het waterpeil te verhogen op de 350 hectare weidevogelgrasland en door een goede samenwerking met de pachters in Eemland.

In de Friese weidegebieden (Skrok, Skrins, Lionserpolder, Filenspolder en Hegewiersterfjild) is het gerichte beheer eveneens succesvol. De dichtheden voor grutto’s, kieviten, tureluurs en scholeksters waren hier respectievelijk 75, 64, 39 en 14 per 100 hectare. Ter vergelijking: in heel Friesland liggen die dichtheden op respectievelijk 2.9 6.1 2.5 en 4.2.

Eemland en de Friese weidevogelgebieden behoren met het Wormer- en Jisperveld (NH) tot de top van Nederland, zo bleek uit de evaluatie van het weidevogelbeheer. Natuurmonumenten beheert circa 4.100 hectare weidevogelgrasland op een totaal van naar schatting 88.000 hectare in heel Nederland. Dat komt neer op 5 procent.

Voor de klassieke weidevogels als grutto, kievit, tureluur is de Nederlandse trend zonder uitzondering negatief, oplopend tot gemiddeld een paar procent achteruitgang per jaar. In de weidevogelgebieden van Natuurmonumenten zijn de aantallen veel minder sterk gedaald en is sinds 2001 min of meer sprake van stabilisatie. Sterk bedreigde soorten als kemphaan en watersnip doen het in graslanden van Natuurmonumenten duidelijk beter dan elders. Tegelijkertijd blijken er grote verschillen te zijn in dichtheden weidevogels in de gebieden van Natuurmonumenten. Dat geeft aan dat ook bij ons nog verhoging van de aantallen mogelijk is.

Hoewel het beheer op het eerste gezicht op orde lijkt te zijn, zijn er in alle gebieden knelpunten met geringe oppervlaktes, te lage waterpeilen, predatie, overzomerende ganzen, aantasting openheid en rust en gering voedselaanbod. Ook voor Natuurmonumenten zijn er dus nog volop uitdagingen.

De evaluatie laat zien dat het weidevogelbeheer door Natuurmonumenten, waarbij de weidevogels alle prioriteit hebben, veel succesvoller is dan in reguliere landbouwgebieden. Ook botanisch vallen de door Natuurmonumenten beheerde weidevogelgraslanden direct op door een grotere rijkdom aan kruiden (denk in het voorjaar bijvoorbeeld aan pinksterbloem), terwijl de sloten vaak een nog goed ontwikkelde flora en fauna herbergen.

OERRR op bezoek bij weidevogelboer Tim

Het kan dus wel. Natuurmonumenten brengt dat ook naar voren in haar toegenomen inzet om een zogeheten ‘natuurinclusieve’ landbouw te stimuleren, een landbouw die met in plaats van tegen de natuur werkt. Om weidevogels, maar ook insecten, planten en andere vogels weer goede leefomstandigheden te bieden in het agrarisch gebied zet Natuurmonumenten in op twee sporen:

- Intensieve samenwerking met boeren die natuurvriendelijk willen boeren. Over enkele jaren wil Natuurmonumenten alleen nog werken met pachters die zich actief op hun bedrijf inzetten voor biodiversiteit. Daarom worden samen met Staatsbosbeheer, Aeres Hogeschool Dronten, HAS Hogeschool en Van Groene Waarde (voorheen stichting Professionele Natuurboeren) opleidingen aangeboden waarin boeren en boswachters van elkaar leren hoe je de landbouw natuurinclusief maakt.

- Lobby bij de Nederlandse en Europese overheid voor een ingrijpende vergroening van het landbouwbeleid. Het gaat daarbij onder meer om grondgebondenheid, het ingrijpend terugdringen van de uitstoot van meststoffen, bescherming en herstel van landschapselementen, koppeling van Europese landbouwsubsidies aan daadwerkelijke inzet voor natuur en landschap, afstemming van de waterhuishouding op de natuur en het weren van megastallen.

Bij deze inzet gaat Natuurmonumenten dus verder dan haar eigen gebieden. Dat is onontkoombaar omdat de invloed van het omringende landbouwgebied op de natuur schadelijk is voor de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteit van ons land. Het gebeurt ook omdat Natuurmonumenten stem wil geven aan al die mensen die zien dat de omgeving waarin ze wonen en werken steeds grootschaliger wordt en z’n eigen karakter verliest.

Natuurmonumenten werkt daarbij samen met lokale groepen, natuur- en milieuorganisaties, natuurboeren, en met bedrijven zoals Weleda. De producent van natuurlijke verzorgingsproducten en geneesmiddelen helpt Natuurmonumenten bij de bescherming en ontwikkeling van bloemrijke natuur.