Nieuws van de boswachter

Het gaat goed met de weidevogels in deel van De Wieden

29 november 2021 | Erica Slagter

Het gaat goed met de weidevogels in een deelgebied van De Wieden. Die conclusie valt althans te trekken uit de Broedvogelmonitoring (BMP) waaraan medewerkers en vrijwilligers van Natuurmonumenten het afgelopen jaar werkten. Soorten als de kievit en de tureluur zijn hier in de afgelopen twaalf jaar verdubbeld. De vogeltellers namen andere vogelsoorten juist weer minder waar.

Roerdomp

Natuurmonumenten heeft De Wieden onderverdeeld in zes deelgebieden. Vrijwilligers tellen elk jaar in een van die gebieden en kunnen de gegevens dan vergelijken met een telling van zes jaar terug. Dit keer gingen de ongeveer dertig vrijwilligers aan de slag in het deelgebied dat tussen Wanneperveen, Giethoorn en Steenwijk ligt. Dat is een van de grootste deelgebieden in De Wieden.

Boswachter Johann Prescher is enthousiast over het aantal waargenomen weidevogels. “Waar het landelijk nog steeds slecht gaat met de weidevogels, is weidevogelreservaat Giethoorn-Wanneperveen in De Wieden een positieve uitzondering. Dit goede resultaat is zeker ook te danken aan het weidevogelbeheer van pachters. Het is mooi om te zien hoe enthousiast ze ook worden als er een watersnip in hun weidegraslanden broedt. Het aantal broedparen kieviten verdubbelde in twaalf jaar tijd tot 230 en het aantal tureluurs tot 69. De meeste andere weidevogelsoorten bleven gelijk of namen iets in aantal toe. Dat is echt heel positief.”

Het gaat met meer soorten goed. De stijging van het aantal roerdompen zet door en de waarnemingen in de kolonie bij De Auken noemt Prescher ‘spectaculair’. “We zien een opvallende toename van het aantal lepelaars. Nieuwe soorten zijn onder meer de kleine zilverreiger, de koereiger en de steltkluut. Ook met de zeldzame purperreiger gaat het goed. Een beetje vogelaar moet in de zomer naar de vogelkijkhut in De Auken en genieten van deze ook landelijk gezien spectaculaire kolonie.”

Het beeld in het getelde gebied is niet louter positief. Zo daalde het aantal verschillende soorten van 118 naar 108. Ook zijn er minder futen en rietgorzen geteld. Volgens Prescher is het moeilijk vast te stellen waarom het in dit deel van De Wieden minder gaat met deze soorten. “De vogelstand hangt altijd van heel veel factoren af waarop je weinig invloed hebt. Weersomstandigheden tijdens de trek kunnen bijvoorbeeld al een grote rol spelen.”

Prescher is dankbaar voor de grote inzet van de vrijwilligers bij het tellen. Bij Natuurmonumenten klopten de afgelopen jaren veel ervaren vogelaars op de deur. “De animo is heel groot. Ik vermoed dat het iets met de coronapandemie te maken heeft. Mensen zijn vaker buiten en pakken dan eerder hun oude hobby weer op”, zegt Prescher.

Zelf werkt hij ook volop mee aan de vogeltellingen in De Wieden. “Waar ik zelf het meeste van geniet zijn de tellingen in de nacht. Dan hoor je bijvoorbeeld links en rechts een roerdomp en daar tussenin een porseleinhoen. Die soorten laten zich zelden zien. Als je ze dan allebei hoort, geeft dat een prachtige sfeer waar ik enorm van kan genieten.”

Erica Slagter
logo