Nieuws van de boswachter

Mier, slak en luis (horen ook in jouw tuin thuis)

17 JULI 2018 | Natuurmonumenten

Ongedierte bestaat niet, aldus Jan Graafland. De tuinman van Weleda vertelt ieder seizoen in ledenmagazine Puur Natuur wat er gebeurt in zijn tuin.

Vanaf deze herfst beantwoordt Jan in het blad lezersvragen. Die kun je stellen via [email protected]. Hieronder de aftrap. Op het hoogtepunt van de zomer vroegen we Jan wat te doen tegen lastpakken als mieren, luizen en slakken (hoewel die laatste vanwege de droogte weinig overlast geven). Hieronder zijn antwoorden:

Tuinman Jan over mieren:

“Google op 'mieren’ en je krijgt meteen een waslijst aan mogelijke bestrijdingsmiddelen. Pagina’s verder lees je pas hoe prachtig de mier is, een minuscuul wonder. Toen ik een mierenpad in mijn keuken tegenkwam, besefte ik dat het uitdijende mierenvolk onder mijn tegels honger moest hebben. Ik heb de kolonne mieren gevolgd, terug naar buiten. Ze marcheerden ook over mijn terras. Toen heb ik langs de mierenroute een paar druppels honing laten vallen, zodat een klein honingplasje ontstond. Toen de eerste mier de honing ontdekte, volgden er meer. Maar het duurde toch nog uren voor de honingplas totaal omgeven was van mieren. Elke dag vulde ik het plasje met wat honing aan, afgewisseld met jam. Hierdoor kwamen minder mieren bij ons naar binnen en werd het rustiger op mijn aanrecht. Uiteindelijk heb ik de kier in het kozijn, de mierenpoort tot mijn woning, dichtgemaakt. Nog weken heb ik de mieren buiten gevoederd.”

Tuinman Jan over slakken:

“Een vriendin gaf me een IJslandse papaver voor in de tuin. De volgende ochtend was het plantje verdwenen. De dader had iriserende en glinsterend sporen achtergelaten: de slak. Slakken zijn opruimers. Planten die zich niet prettig voelen, worden door de slakken meteen uit hun lijden verlost. Desbetreffende naaktslakken leerden mij dat je een papaver niet op veengrond moet zetten. De bodem is te nat en voedzaam. Daarbij is onze tuin ook te schaduwrijk. De papaver wil op schrale zandgrond met weinig voeding haar fijn stengeltje oprichten en tere bloem ontvouwen. Bedankt slak, voor deze les. Voortaan houden wij het in onze tuin bij kattenstaarten, adderwortel en knikkend nagelkruid. Daarin is geen slak te bekennen.

“Slakken komen ook veel voor in een kale tuin. Alsof hij niet kan aanzien als daarin een paar viooltjes staan te verpieteren. De slak komt niet alleen het viooltje opruimen, hij laat ook veel slijm achter. Alsof hij daarmee weer samenhang in de bodem wil aanbrengen (en eitjes achterlaat). Zie je kale aarde als de feitelijke huid van de aarde, heb ik nog een theorie.  Begroeiing beschermt – net als beharing - die huid tegen uitdroging. En wat doen wij als onze huid uitdrogingsverschijnselen vertoont? Precies; we kopen, tamelijk duur, slakkenslijm. Een weldaad voor de huid weet ook de cosmetica-industrie. Het slakkenslijm voor onze droge huid, is wat slakken maken voor onze kale kwetsbare tuin.”

Tuinman Jan over luizen:

“In de tuin zie ik jonge twijgen ineens hard groeien, bijna te hard. Een paar luizen tel ik al. En ook luizenvretende lieveheersbeestjeslarven. Gauw oogsten. We zijn precies op tijd. De luizen geven het moment aan. Zo werkt dat.

“Voor mij zijn luizen graadmeters. Zij geven aan waar het niet goed gaat in de natuur, waar de groei niet lekker loopt. Bijvoorbeeld omdat een plant op de tocht staat of zich niet lekker kan ontwikkelen. Of als de groei te snel gaat, omdat er te veel vocht en voeding in de grond zit. Dan komt de luis, plantensappen aftappen, groeikrachten reguleren.

“In al die jaren als tuinman van Weleda heb ik nog nooit een oogst verloren vanwege de luizen. Wel teel ik ietsje meer dan nodig. Houd ik rekening met de behoefte aan eten van eventuele insecten, zoals luizen. Luizen moeten immers ook leven, al was het maar om dan weer als voedsel te kunnen dienen voor 'hogere' dieren, zoals oorwormen en lieveheersbeestjes.”

Natuurmonumenten