nieuws

Natuur beschermt ons tegen wateroverlast

Natuurgebied De Onlanden ligt er momenteel imposant bij. Terecht kopte het Dagblad van het Noorden van 16 januari met ‘Drents Lauwersmeer voor de poorten van de stad’.

 

Begin januari zette waterschap Noorderzijlvest het natuurgebied voor het eerst in voor waterberging. Duizenden mensen kwamen genieten van het hoge water. Door de inzet van dit gebied bleef de wateroverlast in de stad Groningen relatief beperkt. Als de politiek het wil, kunnen de risico’s en de gevolgen in Groningen en Drenthe en in de rest van laag Nederland verder verkleind worden. De inrichting van De Onlanden laat zien dat het mogelijk is: snel en relatief goedkoop. Een groot aantal gebieden wacht echter nog op inrichting als natuur- en waterbergingsgebied.

Overstromingsgevaar

Dit jaar begon spannend. Bewoners van Woltersum werden verplicht geëvacueerd vanwege het overstromingsgevaar van het Eemskanaal. De beelden van 1998 waarin het Groninger Museum en delen van het Martini Ziekenhuis werden ontruimd, stonden direct weer op ons netvlies. Die wateroverlast hebben we ons zelf eigenlijk op de hals gehaald. Verstedelijking en landbouwontwateringen leiden beide tot versnelde afvoer van water, en plaatsen als Groningen, Meppel, Coevorden en Winschoten liggen in het afvoerputje. De gevolgen zijn duidelijk. 

Andere koers

Het afgelopen decennium kozen onze bestuurders voor een andere koers. In plaats van snel afvoeren ten dienste van de landbouw willen de waterschappen het nu anders doen: bovenstrooms het water langer vasthouden, tussentijds bergen en daarna pas afvoeren. Natuurgebieden spelen hierin een cruciale rol. Na een goede inrichting kan er water worden opgevangen en vastgehouden, zonder economische schade. Door te investeren in de combinatie van natuur en waterveiligheid, slaan we een tweede vlieg met dezelfde klap: versterken van de natuurgebieden. Dat is voor veel planten en dieren nog steeds hard nodig en het biedt ruimte aan recreatie. Daarbij blijkt uit berekeningen dat de kosten voor aankopen en inrichten van natuur als klimaatbuffer veel lager zijn dan die voor het verhogen van dijken en het nemen van technische maatregelen voor waterafvoer. 

Beekdallandschappen

De opvang van water in natuurgebieden bestaat uit drie stappen. Het begint met het langer vasthouden van regenwater. Veel bovenstroomse natuurgebieden als het Fochteloërveen en het Dwingelderveld lenen zich daar uitstekend voor. Als die capaciteit onvoldoende is, stroomt het water alsnog door. Dan treedt stap 2 in werking: zorgen voor een langzame afvoer. Rechte sloten worden teruggebracht in hun oorspronkelijke vorm. Dat vertraagt de afvoer en helpt pieken in de beken te voorkomen. En het leidt tot prachtige natuurgebieden zoals de beekdallandschappen van de Drentsche Aa, Ruiten Aa en het Reestdal. 

Veel neerslag

Als de hoeveelheid water extreem groot is, en het de laaggelegen landbouwpolders, steden en dorpen bedreigt, rest stap 3. Speciaal ingerichte natuurgebieden als De Onlanden, Westerbroekstermadepolder, Kropswolderbuitenpolder en de Hamdijk kunnen bij veel neerslag zonder problemen onder water lopen. Hier spelen geen economische belangen. Het onder water zetten van De Onlanden, het gebied dat ontstond door inrichting van de Peizer- en Eeldermaden en het Leekstermeergebied, leidde vorige week tot een daling van het peil in het Peizerdiep met 15cm en in het Eelderdiep met 30cm. Mede hierdoor bleef de landbouwpolder Tolberterpetten overstromingen bespaard en is de stad Groningen droog gebleven.

Vastgelopen projecten

Het afgelopen jaar is de uitvoering van dit soort projecten tot stilstand gekomen. De wateroverlast heeft ons echter met de neus op de feiten gedrukt: uitvoering van deze natuurprojecten is van groot belang. Het is daarom belangrijk dat de waterschappen in hun evaluatie van de aanpak van de wateroverlast een prominente plaats geven aan de inzet van natuurgebieden. Rijk en provincie staan aan de lat om vastgelopen projecten los te trekken. De natuurbeheerders willen daar van harte aan meewerken. Dat zal de veiligheid van de inwoners van Groningen, Meppel, Winschoten en Coevorden ten goede komen. Als in de toekomst het water dan weer zo hoog stijgt, kan men op nog meer plaatsen genieten van een imposant Nederlands natuurverschijnsel, zonder aangemerkt te worden als ramptoerist.

 

Wilfred Alblas, directeur Natuurmonumenten Noord Nederland

Herman Sieben, directeur Staatsbosbeheer Noord Nederland

Ingezonden brief Dagblad van het Noorden 23 januari 2012

word nu lid