persberichten

Wetenschappers buigen zich over wildbeheer Zuidoost Veluwe.

Een wetenschappelijke commissie en een klankbordgroep gaan zich buigen over de toekomst van groot wild in de Zuidoostelijke Veluwe. In 2001 begon Natuurmonumenten met een natuurlijker vorm van wildbeheer in het Deelerwoud, waarbij edel- en damherten niet meer werden afgeschoten. Om te onderzoeken hoe dit natuurlijker wildbeheer er in de toekomst uit zou moeten zien, nodigde Natuurmonumenten de twee groepen uit om hierover mee te denken.

In de wetenschappelijke commissie nemen specialisten van onder andere Rijksuniversiteit Groningen en Wageningen University & Research zitting. In de klankbordgroep zitten dierenbeschermers, jagers, grondeigenaren en bezoekers van het Deelerwoud.

Beide groepen zijn afgelopen week voor het eerst bijeengekomen om zich te buigen over het wildbeheer in de Zuidoostelijke Veluwe. In december komen zij nog een keer bijeen. De wetenschappelijke commissie zal vervolgens een advies uitbrengen aan Natuurmonumenten. De verschillende mogelijkheden voor wildbeheer worden in de klankbordgroep getoetst.

Natuurmonumenten zal daarop samen met de buren rond Nationaal Park Veluwezoom en het Deelerwoud een leefgebiedenplan vaststellen. In zo’n plan maken zij gezamenlijk afspraken over het beheer van herten en wilde zwijnen op dit deel van de Veluwe. Uitgangspunten van dat leefgebiedenplan zijn: een aaneengesloten leefgebied voor herten en wilde zwijnen, het voorkomen van schade bij de buren en het beheersbaar houden van de populatie.

Aanleiding

In 2001 begon Natuurmonumenten met een natuurlijker vorm van wildbeheer door in het Deelerwoud geen herten meer te schieten. In 2014 is deze zone uitgebreid met een deel van het Nationaal Park Veluwezoom en werd ook niet meer op wilde zwijnen gejaagd in deze zone. De resultaten zijn dat de wilde dieren zijn minder schuw geworden, waardoor bezoekers ze vaker kunnen zien. De populaties herten en wilde zwijnen groeiden flink en zijn gezond. Maar grotere populaties zorgen soms ook voor overlast. Daarom sprak Natuurmonumenten met de buren af dat ze ontwikkeling van de aantallen dieren nauwgezet volgt.

De herten veroorzaken nu schade bij de buren en worden steeds vaker aangereden. In 2001 leefden er ongeveer 50 damherten in het Deelerwoud, nu zijn dit er circa 650. Met extra maatregelen als omrastering van landbouwpercelen en wildpassages bleef de schade van het toegenomen aantal dieren jarenlang beperkt. Door de groei van de populatie edel- en damherten en hun uitzwermen over de zuidelijke Veluwe was het afschot búiten de afschotvrije zone echter groter dan ooit tevoren. Doordat de populatie damherten tegen de verwachtingen in nog steeds door blijft groeien, zijn de getroffen maatregelen niet meer toereikend. Sinds vorig jaar worden daarom voor het eerst in 15 jaar ook weer herten geschoten aan de rand van het Deelerwoud.

Het afschieten van dieren is voor Natuurmonumenten een uiterste maatregel en daarom zoeken we altijd naar alternatieve methoden om onze natuurgebieden gezond te houden en schade bij anderen te beperken. Faunabeheer is een zeer complex onderwerp waar veel partijen bij betrokken zijn. Daarom roepen we nu de hulp in van een klankbordgroep en een wetenschappelijke commissie om het natuurlijk wildbeheer tegen het licht te houden en ideeën voor de toekomst aan te dragen.

 

word nu lid