natuurgebied

Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen

Planten van De Duinen

Wanneer we de Loonse en Drunense Duinen de Brabantse Sahara noemen, dan zeggen we niets teveel. Maar dat betekent niet dat er niets groeit! Rond het stuifzand, op de heidegebieden en in de bossen rond de zandvlakten vind je van alles.

De flora van de Loonse en Drunense Duinen, van mossen tot bomen

Buntgras (Corynephorus canescens)
Buntgras is een pioniergewas van stuivende zandgronden. De plant heeft een voorkeur voor open vlakten en is goed bestand tegen extreme omstandigheden zoals grote hitte droogte en voedselarmoede. Waar buntgras groeit wordt het zand vastgelegd en verdwijnt uiteindelijk het 'levende' stuifzand. Met haar bladeren vangt dit gras het benodigde water op.

Gagel (Myrica gale)
Fotograaf: Hans van RixtelBron: NatuurmonumentenVroeger werd het extract van gagel als conserveringsmiddel toegevoegd aan bier en andere alcoholische drankjes. Mensen stopten toen ook gagelbladeren en twijgjes in hun bedstrozakken om muggen en vlooien te verdrijven. Zowel het blad als de twijg van de wilde gagelstruik hebben klieren die het harsachtige aroma verspreiden.

 

 

Gewone dophei (Erica tetralix)
Gewone dophei groeit op de laaggelegen, vochtige plaatsen in heidevelden en open bossen. Het is een belangrijke nectarplant voor hommels en honingbijen.

 

 

Gewoon haarmos, bladmos (Polytrichum commune)
Fotograaf: Bert Veerman Dit bladmos kan grote oppervlakten bedekken. Vroeger werd dit mos vaak gebruikt als vulling voor dekbedden. Ook werden de reten van houten huizen er mee dichtgestopt.

 

 

 

 

Grove den (Pinus Sylvestris)
Grove den werd vroeger veel aangeplant op arme zandgronden t.b.v. van de houtproductie en om stuivend zand vast te leggen. In de Loonse en Drunense duinen groeien op veel open plaatsen vliegdennen. Dit zijn grove dennen die de ruimte hebben gehad om tot een natuurlijke wijdvertakte boom uit te groeien. Ze hebben niet met andere dennen hoeven concurreren om licht.

Heidespurrie (Spergula morisonii)
Zodra buntgras en zandzegge hun pionierswerk hebben gedaan en er een heel dun laagje humus op het zand is gevormd, verschijnt er heidespurrie.

Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis)
Het lelietje-van-dalen groeit in lichte bossen op enigszins vochtige grond. Het lieflijke ogende plantje ruikt heerlijk en wordt veel gebruikt in bruidsboeketten.

 

 

Pijpenstrootje (Molinia caerulea)
In vergelijking met andere grassoorten komt dit gras laat in blad en bloei. In de winter valt deze grassoort op door de goudgele kleur van het verdorde blad en de mooie pollen of horsten.

 

 

Rood bekermos, korstmos (Cladonia coccifera)
Rood bekermos is een korstmossoort die in ons land algemeen voorkomt op heide en stuifzanden. Het geelgroene tot blauwgroene loof vormt aan de toppen felrode vruchtlichamen waarin de sporen zitten.

 

 

Ruwe berk (Betula pendula)
Deze inheemse boomsoort is gemakkelijk te herkennen aan zijn opvallende witte stam. Jonge twijgen werden vroeger gebruikt om bezems te maken. Het is bij uitstek een pionierboom onder de loofbomen.

 

 

Salomonszegel (Polygonatum multiflorum)
Op de wortelstokken van deze plant zijn littekens van afgestorven stengels van voorafgaande jaren zichtbaar. Volgens oude verhalen werden deze littekens beschouwd als de afdrukken van de zegelring van koning Salomon.

 

 

Speenkruid (Ranunculus ficaria)
Fotograaf: Jeanne LauwenHet gewone speenkruid is een voorjaarsbloeier van moerassige gronden en vochtige bossen. Bij zonneschijn gaan de gele bloemen open, maar ruim voor het donker wordt en bij regen sluit zij haar bloemen. Zijn naam dankt deze plant aan de speenvormige wortels.

 

 

Sporkehout / Vuilboom (Frangula alnus)
Sporkehout wordt in de volksmond ook wel vuilboom genoemd. Deze tweede naam heeft de struik te danken aan zijn bessen die een sterk laxerende werking hebben.

 

 

Struikhei (Calluna vulgaris)
Struikhei kleurt de heidevelden van de hoge en droge zandgronden in augustus helemaal paars. Natuurmonumenten neemt veel maatregelen om de heide in de Loonse en Drunense Duinen te behouden.

 

 

 

Vogelkers (Prunus padus)
Vanaf begin april bloeit deze vogelkers met mooie witte bloemen. Een buitenlandse variant, de Amerikaanse vogelkers is hier in de vorige eeuw veel aangeplant om de humusvorming van de naaldbossen op arme grond te bespoedigen. Deze soort is echter zo dominant dat het inlandse soorten verdringt. Hij wordt dan ook wel bospest genoemd. Natuurmonumenten verwijdert deze invasieve soort regelmatig. 

Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia)
De wilde lijsterbes komt algemeen voor in onze bossen. Vogels, vooral lijsterachtigen, zijn dol op de felrode bessen. Na koken zijn de bessen ook geschikt voor marmelades en jam.

Zandzegge (Carex arenaria)
De zandzegge groeit op droge of vochtige, voedselarme zandbodems met weinig humus. Het is een pionierplant van de stuifzanden. Aan zijn meterslange, kruipende wortelstok ontspringen met grote regelmaat spruiten. Zandzegge legt het stuifzand vast en zorgt daarmee voor wat rust in een dynamische wereld.

Zomereik (Quercus robur)
Fotograaf: Geurt BesselinkBron: NatuurmonumentenIn het Nationaal Park staan enkele zeer oude zomereiken. Sommige zijn bijna geheel verdwenen onder het zand. Slechts de toppen van de boomkronen zijn zichtbaar en vormen een groene pruik op zandduinen. In eikenhout zit veel looizuur en dat beschermt de boom tegen schimmels en bacteriën. De vele leerfabrieken in Midden-Brabant gebruikten looizuur bij het looien van het leer.

word nu lid