Cookies op Natuurmonumenten.nl

Natuurmonumenten respecteert de privacy van jouw gegevens

Waarom cookies? Ze worden gebruikt om de website en jouw browserervaring te verbeteren, om te integreren met sociale media en jou relevante advertenties te laten zien die op je interesses zijn afgestemd. Klik op "Ik wil een optimaal werkende website" om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op de link om jouw voorkeuren voor cookies te wijzigen.Meer uitleg over cookies

Kies jouw cookie instelling

Kies eerst de cookies die je wilt toestaan

Achtergrondinformatie Natuurherstel Fochteloerveen

Het Fochteloërveen: een gebied om trots op te zijn!
Ongeveer 3000 jaar geleden werd het klimaat in Nederland vochtiger. Hierdoor kwam hoogveengroei op gang. Zo ontstonden er op de grens van Drenthe en Friesland de ’Smildiger Venen’, een uitgestrekt veengebied. Door afgraving en ontginning verdween ook hier het meeste veen, zoals overal in Nederland. Van het oorspronkelijke areaal hoogveen is er nog maar 2% over, waarvan het meeste is afgetakeld en verdroogd. Het bezit evenwel nog een kern met levend hoogveen.

Uniek landschap verdween

Toen de vraag naar brandstof in de 17e eeuw toenam, kwam de grootschalige exploitatie het Fochteloërveen pas echt op gang. Daarvoor was er alleen van kleinschalige turfwinning sprake. Het huidige Fochteloërveen ligt op de grens van Friesland en Drenthe en zou daardoor als laatste aan de beurt zijn. Tegen de tijd dat de turfgravers het gebied naderden daalde de vraag naar turf, omdat steenkool zijn intrede had gedaan. Later groeide ook het besef dat een uniek landschap aan het verdwijnen was en dat het voor het nageslacht bewaard diende te worden. In 1938 kocht de Vereniging Natuurmonumenten, samen met It Fryske Gea, de huidige kern van het veengebied, ruim 200 hectare. Toch ging het afgraven van turf en turfstrooisel in de omgeving nog tot 1980 door.

Regenwater essentieel

Voor het afgraven van het veen waren er wijken (ontwateringskanalen) en sloten gegraven. Hierdoor ontwaterde en verdroogde het veen snel. Natuurmonumenten ging al snel over tot het dempen van sloten en de aanleg van dijkjes om het regenwater zoveel mogelijk vast te houden. Door de hoge ligging van het hoogveen ten opzichte van de omgeving bereikt het grondwater de wortelzone van de planten niet en is het gebied geheel afhankelijk van regenwater. Dit schone en voedselarme water is van levensbelang voor een gezond hoogveengebied. Daarom is de Vereniging Natuurmonumenten al jaren bezig met het vernatten van dit gebied.

Dammen en dijken

In de jaren ‘70 en ‘80 zijn er al enkele dammen aangelegd. Maar binnen de zo ontstane compartimenten bleken er deels nog te droge en deels nog te natte stukken te zijn. Door de aanleg van nieuwe damwanden met stuwen zijn in de periode 1999-2003 deze grote compartimenten verkleind. Hierdoor kan de waterhuishouding nog beter geregeld worden zodat de te droge en de te natte plekken verdwenen zijn en plaats hebben gemaakt voor vochtige locaties.

Resultaten positief

Als gevolg van het vernatten zie we al een toename van broedvogels als watersnip en wintertaling. Het waterveenmos heeft zich behoorlijk uitgebreid en de berk breidt zich niet verder uit. Ook de uitbreiding van éénarig wollegras en veenpluis en de toename van libellen is te danken aan het gevoerde beheer. Het broedsucces van de kraanvogels is mede dankzij de vernatting tot stand gekomen. Dit zijn nog maar de eerste resultaten van het gevoerde beheer. Wat zal de toekomst ons nog voor moois brengen?

Veenhooibeestje

Een kenmerkende vlindersoort van het hoogveen is het veenhooibeestje. In juni kan je ze met wat geluk zien in het centale deel van het gebied. De vlinders zijn afhankelijk van bepaalde grassoorten, waar ze hun eitjes op af zetten. In verband met deze vlinders kan de waterstand slechts geleidelijk verhoogd worden.

Randzone

De voormalige landbouwgronden rondom het veengebied zullen worden ingericht als natuurgebied. Deze randzone moet als buffer dienen tussen enerzijds de intensief beheerde landbouwgronden en anderzijds de kwetsbare natuur van het hoogveen. In de toekomst zal hier een gevarieerd gebied met droge en natte heide, bosjes, graslanden en poelen ontstaan. Vogels als paapje en roodborsttapuit zullen het hier naar hun zin hebben. De inrichting van deze randzone wordt uitgevoerd in de Landinrichting Fochteloo.

Veenontginningslandschap

De landbouwgronden en bossen rondom het dorp Ravenswoud gaan deel uitmaken van het project ‘Cultuurhistorisch jong veenontginningslandschap’. De sporen van de veenontginningen, zoals wijken, lanen, graslanden, akkers en bossen zijn hier nog duidelijk zichtbaar. Het is van groot belang om dit gebied voor ons nageslacht te bewaren. Afhankelijk van het beschikbare geld zal dit project in de komende jaren worden uitgevoerd.

Kom zelf kijken

Het Fochteloërveen is elke dag en elk jaargetijde de moeite waard. Er zijn ruime mogelijkheden om te fietsen en te wandelen. Ook is er een informatieruimte en zijn er vier observatiepunten.