Verschijnt 4x per jaar

Puur Natuur

Landschap van mijn jeugd

Het landschap van mijn jeugd. Het vervallen gemaal aan het Veendiep, de kazerne, molen, kerk, ijsbaan en de eiken langs de Hoofdweg…Het zijn landschappen die veranderen en verdwijnen. In Puur Natuur Herfst plaatsten we een oproep: welke plek roept bij jou een nostalgisch gevoel op en waarom? We kregen onderstaande harverwarmende jeugdherinneringen binnen.

Een déja vu? - Noordpolderzijl 

Loes Westgeest

De plek die bij mij een nostalgisch gevoel oproept komt niet van jeugdherinneringen. Ik ben opgegroeid in Scheveningen op een bovenhuis in een drukke straat. De ouders van mijn vader kwamen uit Weesp. Mijn moeders moeder uit Amsterdam en haar vader uit Horst Sevenum. Zelf woon ik in Berkel-Enschot (NB). Een paar jaar geleden bezocht ik voor het eerst de provincie Groningen. Ik was er nog nooit geweest. Vanaf het begin voelde het als thuiskomen. Daar moeten mijn roots liggen. Alles daar voelde (en voelt nog steeds) vertrouwd. De mensen, de dorpen, de kunst en de muziek.  Met als meest bijzondere plek: Noordpolderzijl met het “Zielhoes”. Je gaat er terug in de tijd.

 

De Poststruiken - Ruiten Aa

Henk Drenth

De Poststruiken

De Poststruiken, tussen Laude en Ter Borg, vlak bij Sellingen al eeuwenoud een laagte, een soort pingo, op de linkeroever van de Ruiten Aa. ’s Winters al decennialang een pracht van een natuurijsbaan. Waar wij als schoolkinderen, soms illegaal zonder toegangskaartje, onze baantjes trokken en onze eerste verkeringen beleefden.

Ruiten Aa, de oeroude levensader van Westerwolde, tegenwoordig weer meanderend en voorzien van vistrappen, per kano te bevaren.

Poststruiken, achter de oude melkfabriek, waar als zeldzaamheid nog het gentiaanblauwtje fladdert en de klokjesgentiaan bloeit en….waar de zeldzame Spaanse Ruiter nog in grote aantallen voorkomt.

Westerwolde, je zult er maar wonen”.

 

Kasteel Gemert

Ineke Jonkers

Mijn goede herinneringen liggen bij het kasteel in Gemert. Toen ik klein was nam mijn moeder mij in de wandelwagen mee om de eendjes in de gracht te voeren. Als jong kind ging ik samen met mijn zus dikkopjes en salamanders vangen in de buitengracht. We namen ze in een potje mee naar huis om goed te bekijken en daarna gingen ze weer terug het water in. Schaatsen leerde ik op de binnengracht. Mijn eerste kus kreeg ik bij de met muurbloempjes begroeide muur tegenover het kasteel. Net zoals mijn opa en oma, vader en moeder en de jeugd van nu. Het grapje is dat de muur zo scheef is omdat er generaties tegen hebben gehangen.

Sinds de paters zijn vertrokken is het kasteel gesloten en staat het al jaren te wachten op een nieuwe bestemming…

 

Mijn favoriete plek - Oirschot

Corrie Smetsers

Oirschot. De Heilige Eik. Maria, in het licht gezet door tientallen kaarsjes, kijkt stiekem naar buiten. Ik zie het, ze geniet van de natuur. Hier op deze plek zwierf ik vroeger rond en zwom in de Beerse, ’de stroom,’ terwijl mijn moeder kousen stopte. Ik keek mijn ogen uit naar de libellen, zat schrijverkes achterna en poedelde in het kraakheldere, snelstromende water. Nu ga ik terug in de avondschemering. Ik onderga de mystieke sfeer. De vogels zingen, ze tierelieren. De Beerze meandert traag door het prachtige landschap. Ik voel me jong, ben weer ’thuis’ en volmaakt gelukkig. 

 

Amsterdam

E.C.M.Gomes-Baaij

Amsterdam Noord, Meeuwenlaan t.o.  het Dok, Spreeuwenpark, Valkenwegpont, trammetje naar Purmerend enz. Kortom Noord was ons thuis, ons speelgebied. Je had er geen weet dat het ooit zo gigantisch zou veranderen. De speeltuin tegen over de Rita kerk, de Laanweg met zijn houten gebouwtjes waarin wij met de Jeugdbeweging bijeen kwamen. Noord was je thuis, ondanks de moeilijke oorlogsjaren, was er toch geborgenheid. Ik hoef daar niet meer heen. Want het zal geen mooi weerzien zijn. Maar veel heel veel verdriet geven om dat verloren thuis. Heel jammer, maar ik zal niet de enige zijn.

 

Ware bijbelverhalen - landgoed Gorp

Geert Smolders

Geboren en getogen in een hondenkennel in een rijtjeshuis gingen wij tijdens schoolvrije woensdagmiddagen die honden uitlaten in de bossen rondom onze stad. De beste herinneringen bewaar ik aan het landgoed Gorp (en Roovert), alwaar een oude boerderij (De Leenhof) met een aangebouwde theekoepel. Daar heeft in de zestiende eeuw de geleerde Johannes Goropius Becanus gewoond, die taalkundig heeft bewezen dat in deze omgeving Adam en Eva hebben gewoond en dus ooit het Aards Paradijs moet zijn geweest. 

Niets is minder waar voor mij: mijn eerste ontmoetingen met de natuur op die plek waren een positieve openbaring, de Genesis van een verrijking en verdieping van mijn toekomstig leven.

 

Vakantiehuis - Veluwe

Gaby Nanning

Op een koude winterdag in 1964 komt mijn vader thuis met de mededeling dat hij een vakantiehuisje op de Veluwe kan kopen. De eigenaar is failliet en heeft dringend geld nodig. Binnen een paar dagen moet hij beslissen. Twee dagen later zijn we in Vierhouten. Een dikke laag sneeuw heeft het bos waarin het kleine groene huisje staat voorzien van een sprookjesachtige sfeer. Binnen is het steenkoud en donker; aan het plafond hangt een gaslamp. Een kleine woonkamer, twee slaapkamers met stapelbedden. Verder niets. Geen wc, geen keuken, geen douche. Enkel wastafels.

Maar buiten is het ongelofelijk mooi en betoverend, zo ver afgelegen van de bewoonde wereld. We zijn op slag verliefd. En dus groeide ik op in het bos. Wat een heerlijke tijd was dat!

Met blote voeten op het zachte mos. Bosbessen en paddenstoelen plukken, slapen in een tent, speurtochten uitzetten, ravotten op de zandverstuiving en reeën en wilde zwijnen spotten in de avondschemering. Met een kannetje melk halen bij de boer en verse eieren uit het kippenhok. Ik klom in bomen en reed op de fiets of te paard over de hei. De paarse hei met z'n heerlijke geur en spannende vennen, zoemende vliegen en bijen. Verder ook horzels en vliegende herten, spinnen en langpootmuggen. Maar ik genoot.

Nu, 50 jaar later, staat het huisje er nog steeds. Opgeknapt, maar het bos is veranderd. Aangetast door de zure regen, overwoekerd door vogelpest en de meeste bomen omgewaaid of gekapt. Teken zorgen ervoor dat je niet meer onbekommerd door het gras en de struiken kunt lopen zonder bang te zijn om gebeten te worden. Wat zou ik graag weer even terug gaan naar die ongecompliceerde tijd, toen ik één was met de natuur.

 

Matenapolder

Arnoud van der Ridder

Eeuwenoud veenweidelandschap omringd door meanderende rivieren. Smalle, lange cope-ontginningen met de geur van sompig veen en vers gemaaid raaigras dat de moderne bedrijfsvoering verraadt. Een landschap met de Matenapolder nabij lintdorp Wijngaarden en Alblasserbos. Een landschap op de rand van 0-N.A.P. waar ik een antwoord kreeg op een thuisgevoel. Duitse wijnboeren kochten rond 1350 de eerste percelen voor een nieuw en hard bestaan. Een paar koeien, hooi van het blauwgraslandje en hakhout voor gereedschap en vuur; meer hadden mijn voorouders niet. Ondanks het uitzicht op Betuwelijn, de Drechtsche stadshorizonten zijn de kleurrijke wolkenluchten met tiendwegen en knotwilgen langs boezems en sloten met Bonte Piet en Kievit nog steeds voelbaar. En daar ben ik het landschap van de Alblasserwaard dankbaar voor!

 

De spinnenweb

Jan Dijkkamp

Het huis van mijn opa midden in het bos had de vorm van een spinnenweb en werd bewoond door vier families. Een houten plee, woonkeuken met een lemen vloer met platte zwerfkeien, een schouw en een luik dat zowel naar de kelder als naar de zolder ging. Een mooie opkamer waar je soms als kind even mocht kijken. Geen stromend water, geen elektriciteit  en gas. De vijftiger jaren.

Twee grote beuken met seringen daaronder vormden de ingang naar de groenten en bloementuin. De reuk, alle bijen en vooral het ijskoude water met een ijzersmaak uit de pomp. Ik ruik en proef het nog.

Een prachtige foto van de oude spinnenweb siert ons trapgat. Het is allemaal veranderd maar die sfeer heeft mijn verdere leven sterk beïnvloed. Ik ben een echte buitenmens. Soms ga ik er nog wel eens kijken hoewel de bloemen, de bijen en de tuin zijn verdwenen.

 

's-Graveland

Joke Werver-Visser

Ik heb vele vakanties doorgebracht op het landgoed Schaep en Burgh in de vijftig- en zestiger jaren. Er zelfs een aantal maanden gewoond en in het dorp de lagere school bezocht. Welke plekken herinner ik mij op het landgoed? De grote beuk van driehonderd jaar oud midden op het gazon, buutplaats bij ‘verstoppertje’. De schommel aan een grote tak van een beuk aan de rand van het gazon. De mos kussentjes zo heerlijk zacht, aan de kant waar het Bantam begon. De apenboom waar de jongens in klommen. En de heuvel waar ik ging liggen kijken naar de grasklokjes in de zomerzon.

 

Soestduinen

Hetty van der Steeg-Scheffer

Wij hadden een eigen plekje in het bos. Vlak bij die jeneverbes een stukje vanaf het fietspad. Wat was het fijn daar. De jeneverbes was aan één kant open en was dus ons huisje. We zochten dennenappels en speelden met steentjes in het zand. Mijn vader ging met mijn oudste broer zwerven en ze zagen vaak een ree. En als we weer naar huis gingen was er inspectie van mijn vader. Er mocht geen snippertje papier meer te zien zijn. We lieten het bos achter zoals het ons verwelkomd had. Dit bos was Soestduinen bij Amersfoort. Zo tussen 1948 en 1960.

 

Dennenkamp

Jo Drijver

Dennenkamp, buitenplaats, indrukwekkend hek, oprijlaan, diepe karrensporen, aan beide zijden hoge bomen leidde naar het koetshuis en de slangenmuur. Daarachter een groot bos. Rechts van de oprijlaan een paadje door het ‘springkruid’. Dan het Bernulphuspad, drie werkmanhuisjes met als afscheiding van de tuinen de haag van het kerkhofje. Aan het eind van het pad een waterput en grote rododendron. Het huisje van pake en beppe had een echte poepdoos, een houten kist met in het midden een rond deksel en daaronder een ton. In de tuin fruitbomen, groenten, bleekveld, schuurtje waarin een model zeilbootje. Naar huis, aan de hand van vader, door het bos. Zelfs in het donker wist vader de weg. Alleen de haag is er nog.

 

Bloem

Victor Reijs

Op de kinderfiets, tussen De Zeg and 't Heike, kwamen mijn vader en ik langs een berkenbroekbosje. Op enige afstand van de autoweg en een paar honderd meter in het vierkant. Maar misschien leek het als kleine jongen allemaal groter dan in het werkelijkheid. Dat berkenbroekbosje was donker, mysterieus en wat beangstigend. Tussen elke rij boompjes lag een greppel met water, dus je kon er alleen springend, inclusief natte voeten, door heen komen. Bijzonder waren de helder gele bloemen van de sleutelbloem. Sinds die tijd is voor mij de sleutelbloem een baken voor de lente, zelfs nu in Ierland.

word nu lid