Samenwerken voor een rijker landschap

Boer Joost Muskens uit Elshout en coördinator Natuurbeheer Jan Quik vertellen over hoe zij samenwerken op het boerenland en zich samen sterk maken voor meer biodiversiteit op het platteland. Dit interview verschijnt in april ook in het ledenblad Melk van FrieslandCampina.

Boer Johan Muskens en coördinator Natbuurbeheer Jan Quik

Van de zeventig hectare grond die Joost Muskens voor zijn melkveebedrijf met honderd melkkoeien gebruikt, pacht hij er achttien van Natuurmonumenten. Op een deel van die gepachte grond lopen zijn koeien en een deel maait Joost voor Natuurmonumenten. Jaarlijks heeft Joost zo’n vier keer contact met Jan Quik, boswachter bij Natuurmonumenten. Allebei zien ze hun samenwerking als een win-winsituatie.

Wat is de voorwaarde voor een goede relatie tussen boer en boswachter?

Joost: “Begrip en flexibiliteit zijn de basis van een goede relatie. De basis is een zakelijke overeenkomst, een meerjarig pachtcontract. Daarin staat voor ons bedrijf wanneer we op de grond van Natuurmonumenten mogen weiden en wanneer we mogen maaien. Wanneer nodig en waar mogelijk kunnen we flexibel met de afspraken omgaan, zoals met de uitgestelde maaidatum. Als het qua weer beter uitkomt dat we die een paar dagen naar voren halen, dan overleggen we daarover met elkaar.”

Jan: “Een goede relatie kan niet zonder goede communicatie. Voorwaarde is ook dat je elkaar kent en respecteert. Ik ben opgegroeid op een melkveebedrijf en ging naar de middelbare landbouwschool. Natuur en boeren horen voor mij bij elkaar, dat kun je niet los van elkaar zien. Natuurlijk schuurt het ook hier en daar, maar als je in kansen denkt en deze met gezond boerenverstand benadert, komen er oplossingen. Vanuit mijn achtergrond snap ik de boeren heel goed en zie ik de problemen waar ze mee worstelen.”

Wat levert de samenwerking voor jullie op?

Joost: “Het levert me financieel wat op, maar je wordt er niet rijk van. De pachtprijs van Natuurmonumentengrond is lager dan van gewoon land. De koeien doen het daar goed, ze eten voedingrijk gras en ik kan het hooi van het land zelf gebruiken en verkopen. Daarnaast draagt het natuurinclusief boeren op een voor mij waardevolle manier bij aan On the way to PlanetProof. Maar het geeft me ook arbeidsplezier. Ik leer van de natuur. Dat verrijkt me persoonlijk. Vaak zie je dingen pas als je ermee aan de slag gaat.”

Jan: “Door de samenwerking ontstaat een rijker landschap. Vroeger waren landschap en de agrarische sector veel meer met elkaar verweven. Daar gaan we nu beetje bij beetje en waar kan naar terug, maar dan moeten we wel uit onze hokjes. Het besef dat we samen voor het landschap moeten zorgen, wordt door een steeds grotere groep gedragen. Er ontstaat steeds vaker chemie tussen de agrarische sector, de natuur, natuurverenigingen en burgers. Terreinen worden opengesteld, burgers komen het erf op via een klompenpad of een ommetje, knotwilgen worden goed onderhouden, weidevogels geteld, slootranden beheerd. Iedereen heeft daar op zijn eigen manier plezier van.”

Hoe leren jullie van elkaar?

Joost: “Natuurmonumenten biedt pachters een meerjarige basiscursus Natuurbeheer. De kennis van de natuur die er vroeger bij elke boer was, is er tegenwoordig bijna niet meer. Mijn kennis dateert van meer dan dertig jaar geleden, toen ik van school kwam. Die kon wel een update gebruiken. Als je leert en inziet hoe de natuur in elkaar zit, dan ga je ook meer accepteren waarom iets op een bepaalde manier moet. Het is als pachter verplicht om aan de cursus deel te nemen, maar ik zou het vrijwillig ook doen, zo interessant is het. Tijdens de cursus zijn we met boeren en boswachters samen. Dat geeft wel eens pittige discussies die we niet uit de weg gaan.”

Jan: “Je leert in vier niveaus over natuurinclusief boeren, ook hoe je daar een bedrijfsplan voor schrijft. De cursus leert te accepteren wat natuur is en wat natuur doet. Het doel van de cursus is dat wij de boeren vaker zelf laten bepalen wat er wanneer op het land kan gebeuren. Dat is voor ons best spannend. Er is voor boswachters ook zo’n cursus. Zij leren dan over de agrarische sector, hoe boeren hun bedrijf runnen. Met die kennis over en weer versterken we onze relatie steeds meer.”

Hoe zien jullie de toekomst van natuurbeheer?

Joost: “Maatschappelijk schuiven we steeds meer naar natuurinclusief boeren. Ieder op zijn eigen manier en binnen de eigen mogelijkheden. Je kunt voor allerlei initiatieven aanspraak maken op premies vanuit de Nederlandse overheid en vanuit Brussel, dat zegt wel wat over het maatschappelijke en politieke belang ervan. Op elk bedrijf is een vorm van natuurbeheer mogelijk, maar dat kan wel een cultuuromslag inhouden. In het verleden kwamen de opbrengsten alleen uit melkgeld, omzet en aanwas en lag de focus op het maximale uit de koeien en van de grond te halen. Nu zijn er steeds meer andere mogelijkheden om opbrengsten te genereren. Dat vraagt een aangepaste kijk op ondernemerschap.”

Jan: “Ik vind dat wij het in onze regio goed geregeld hebben, maar we zijn er nog niet. Er zijn boerenbedrijven die wel willen veranderen, maar daar nog tijd voor nodig hebben. Ik snap dat wel. Natuurinclusief boeren vraagt om een andere manier van denken en werken. Dat waar je generatie op generatie mee vertrouwd was, zul je moeten veranderen en dat is niet makkelijk. Daar moeten we als organisatie ook rekening mee houden. De ambities zijn hoog, maar we moeten wel begrijpen dat het voor veel bedrijven in de sector een lange weg is om daar te komen.”

 

Naar website natuurmonumenten.nl/boeren met hart voor biodiversiteit

logo