Om je beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Met de cookies volgen wij en derde partijen jouw internetgedrag binnen onze site. Hiermee tonen we advertenties op basis van jouw interesse en kun je informatie delen via social media. Als je verdergaat op onze website gaan we ervan uit dat je dat goedvindt. Meer weten en instellingen.

Vraag en antwoord Meijegraslanden

Bij de totstandkoming van het ontwerp hebben we overleg gehad met Werkgroep Meijebelangen, Buurtcomité de Stichtse Meije en Stichting Behoud Meijegraslanden. Hierin zijn veel vragen gesteld over het project. We hebben deze vragen verzameld en beantwoord.

Laarzen

De vragen zijn ingedeeld in enkele categorieën. Scroll naar beneden voor alle vragen met de bijbehorende antwoorden. 

  • Inrichting
  • Waterhuishouding
  • Schraal grasland
  • Overig

Inrichting

Waar komt de grond voor de peilscheidingen vandaan?
We werken met een gesloten grondbalans. We halen de grond voor de peilscheidingen uit het zelfde deelgebied. Zo hoeven we geen grond van buiten of uit ander deelgebied aan te voeren. Dit scheelt heel veel verkeersbewegingen door de Meije zelf.
We maken in deelgebied A en B enkele sloten breder én geven ze een natuurvriendelijker karakter. Daarnaast zullen we in deelgebied A van enkele hoger delen grasland de bovenste laag grond weghalen (zie gearceerde deel op de kaart). Ook wordt er in het rietmoeras een sloot van veen uitgegraven. Zo krijgen we voldoende geschikte grond voor de diverse peilscheidingen.

Met wat voor grond worden de peilscheidingen opgehoogd?
Uit het recent uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat de grond die gewonnen wordt (afgraven van de hogere delen en verflauwen van de oevers) bestaat uit een afwisseling van klei en veen. De reeds bestaande peilscheidingen blijken uit een afwisseling van klei en veen te bestaan. Daarom worden deze peilscheiding opgehoogd met venige klei.
Uitzondering is de peilscheiding in het oosten van het rietmoeras in deelgebied A: deze blijkt uit alleen veen te bestaan. Daarom wordt deze opgehoogd met veen uit een te graven sloot (zie vorig antwoord).

Hoe voorkom je inklink van de peilscheidingen?
Inklink valt niet te voorkomen. We beperken dit zoveel mogelijk door venige klei te leggen op peilscheidingen die bestaan uit venige klei. De peilscheiding die volledig bestaat uit veen, hogen we ook op met veen. 
We zullen de peilscheidingen regelmatig controleren en onderhouden.

Hoe gaan de natuurvriendelijk oevers eruit zien?
Een natuurvriendelijke oever is een minder steile slootkant dan 'normale' sloten. Omdat er een geleidelijke overgang is van water naar land, is er veel meer ruimte voor waterminnende planten om zich hier vestigen en weten meer vogels hier voedsel te vinden. Natuurmonumenten heeft veel ervaring met natuurvriendelijke oevers. Zo kun je dit het beste slechts aan één kant van de sloot aanleggen. Dan kun je altijd met een kraan aan de andere kant van de sloot blijven rijden om de sloot te schonen.

Hoe zit het met de gansaantrekkende werking van natuurvriendelijke oevers en bredere sloten?
Ganzen broeden niet (op een enkeling daargelaten) in de Meijegraslanden. En als ze in de rui zijn, zoeken ze de veiligheid op de open plassen. De rest van het jaar zijn ze in het hele landelijke gebied te vinden, dus dan zullen ze ook in de Meijegraslanden zijn. Naar verwachting zullen het er door de inrichtingsmaatregelen niet minder worden en niet meer.

Laarzenpad bij Chaam

Laarzen

Waterhuishouding

Wat wordt het waterpeil op percelen van Natuurmonumenten?
In de Meijegraslanden zijn nu twee officiële waterpeilen: sommige percelen zitten op het huidige Nieuwkoopse Plassenpeil; de meeste percelen zitten op boerenpeil. Met de inrichting maken we twee nieuwe waterpeilen mogelijk. Het moeras komt op het moeraspeil: hier komt permanent water te staan. Op de graslanden komt een wat hoger waterpeil dan het huidige boerenpeil. 

Wat zijn de gevolgen van de nieuwe waterpeilen voor de bodemdaling die plaatsvindt in de Meijegraslanden?
Natuurmonumenten gaat voor het moeras en de graslanden werken met twee nieuwe peilen, die wat hoger liggen dan nu. Daarmee beperken we hier de bodemdaling.  

Het waterpeil gaat in delen van het gebied omhoog. In hoeverre en op welke wijze moet Natuurmonumenten dan rekening houden met de aangrenzende agrarische en woonpercelen?
In het moeras en de graslanden in deelgebied A en B willen we een ander waterpeil instellen dan het huidige boerenpeil. Met aarden wallen (peilscheidingen genoemd) of sloten wordt een scheiding tussen de waterpeilen aangebracht. Waar nodig worden gemalen of pompen geplaatst, ook op agrarische percelen en woonpercelen. Daarmee kan in elk peilvak onderbemalen worden tot het eigen waterpeil. Want de buurman mag vanwege de wijzigingen van de waterpeilen bij Natuurmonumenten, geen problemen krijgen met het waterpeil op zijn eigen grond.

Hoe hoog worden de peilscheidingen? 
In het moeras en de graslanden in deelgebieden A en B willen we een ander waterpeil kunnen instellen dan het waterpeil in de Nieuwekoopse Plassen. En een ander waterpeil dan de agrarische percelen en woonpercelen. De waterpeilen worden gescheiden met aarden wallen, peilscheidingen genoemd.
Alle peilscheidingen krijgen een hoogte van 20 cm boven het waterpeil op onze percelen.   

Uitzondering is de peilscheiding grenzend aan de Nieuwkoopse Plassen. Deze krijgt een hoogte 25 cm boven het waterpeil in de Nieuwkoopse Plassen. Deze peilscheiding is niet bedoeld om te beschermen tegen hoog water in de Nieuwkoopse Plassen: het is waterkering is in de betekenis van de Waterwet. Het waterschap heeft wel geadviseerd om deze peilscheiding wat hoger aan te leggen. Dit advies is overgenomen door de Stuurgroep Veenweide Gouwe-Wiericke.

Hoe zorgt Natuurmonumenten ervoor dat de peilscheidingen op hoogte blijven?
Natuurmonumenten staat aan de lat voor het onderhoud van de peilscheidingen op haar percelen.  

Er zijn vele onderbemalingen, met forse peilverschillen. Wat is er eigenlijk toegestaan?
De huidige onderbemalingen met de inmiddels bekende grote peilverschillen zijn in loop van tientallen jaren ontstaan. Bijna geen enkele onderbemaling is vergund. Voor de nieuwe waterpeilen op haar eigen percelen vraagt Natuurmonumenten vergunning aan.

Gaan de nieuwe moerassen waterberging bieden bij hevige regenval?
Het moeras en de graslanden van Natuurmonumenten gaan geen waterberging vormen. De oppervlakte aan te leggen rietmoeras is daarvoor veel te klein in vergelijking met de Nieuwkoopse Plassen.

Hoe gaat de waterafvoer van percelen van Natuurmonumenten naar de Meije eruit zien?
Er komen bij het grasland en moeras van Natuurmonumenten enkele gemalen te staan. Deze staan weergegeven op de kaarten. Vanaf deze gemalen wordt water rechtstreeks of via een sloot naar de Meije afgevoerd.

Wat zijn de regels voor de capaciteit van gemalen die water afvoeren naar de Meije?
Het waterschap stelt dat de capaciteit niet te groot mag zijn. De capaciteit mag maximaal 10 m³ per minuut per 100 hectare zijn. Want als er teveel water afgepompt wordt, krijg het waterschap problemen met het afvoeren van het water in de Meije.

Brede orchis

Brede orchis

Schraal grasland

Wat is er zo bijzonder aan schraal grasland?
In het gebied van de Nieuwkoopse Plassen komt van oudsher schraal grasland voor, met veel verschillende plantensoorten. Op delen hiervan groeiden zeldzame planten als klokjesgentiaan, blauwe zegge, blauwe knoop en diverse orchideeën. Die gaven het grasland een blauwe kleur. Vandaar dat het ook wel blauwgrasland wordt genoemd. Blauwgrasland is zo uniek, dat het Europese bescherming geniet en is opgenomen in het Natura2000 beheerplan van de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.

Waarom komt er 35 hectare schraal grasland in deelgebied C?
In deelgebied C wordt 35 hectare schraal grasland ingericht. Hiervan komt 22 hectare komt uit het gebiedsakkoord, en 13 hectare uit het Natura2000 beheerplan. Bij het toekennen van de status Natura2000 voor de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck is niet alleen besloten dat het oppervlak aan blauwgrasland moet uitbreiden. Er is ook besloten dat de kwaliteit van het bestaande oppervlak blauwgrasland moet verbeteren. Sinds 2004 zijn op de percelen van Staatsbosbeheer echter de kwaliteit en het oppervlak van het blauwgrasland afgenomen. De afgelopen tijd is met een pilot geprobeerd het tij hier te keren. Dat is nog niet gelukt: er is nog geen zicht op dat de kwaliteit en het oppervlak van het bestaande blauwgrasland terugkomt op het niveau van 2014. Vanuit haar verantwoordelijkheid voor Natura 2000 heeft de provincie daarom besloten om te investeren extra blauwgrasland. Daarom wordt er in deelgebied C 13 hectare extra schraal grasland aangelegd. Deze komt te liggen tussen de 22 hectare uit het gebiedsakkoord en de Meije. Het 'extra werk' wordt vanwege efficiëntie in dit project meegenomen.

In deelgebied C komt 35 hectare schraal grasland, hoeveel is de verwachting dat daarvan zich zal ontwikkelen tot blauwgrasland?
De grijze stukken (Zie kaart Deelgebied C) naast de kreekrug gaan we voor de helft plaggen. Zo blijft er altijd een stuk geschikt (droog) om met trekkers overheen te rijden. Op de rest van het perceel kan blauwgrasland ontwikkelen. En hoeveel hectare dat is, is lastig te zeggen, dat zal ontwikkelen. Na een paar jaar mogelijk al 1 hectare en na 10 jaar 2 of 3 hectare. Dit is vooraf niet te zeggen.

Aan de overkant van de Meije ligt het schraal grasland van Staatsbosbeheer. Deze gaat in oppervlakte achteruit. Hoe kansrijk is het als het schraal grasland bij Staatsbosbeheer niet lukt, dat het dan bij Natuurmonumenten wel lukt?
Op basis van bodemmonsters is gekeken op welke plaatsen het plaggen voor schraal grasland het meest zinvol is. En dit is meegenomen in het ontwerp. De combinatie van op de juiste plaatsen plaggen, samen met het hanteren van het juiste waterpeil en het juiste beheer geeft ons vertrouwen dat op den duur op het schraal grasland de zeldzame soorten van het blauwgrasland terug zullen komen. 

Er is d.m.v. een pilot geprobeerd de kwaliteit van het schraal grasland van Staatsbosbeheer te behouden. Wat hield deze pilot in?
Er is een pilot gedaan met winterinundatie in de schraal grasland van Staatsbosbeheer. Doel van de pilot was om te onderzoeken of de huidige achteruitgang van de kwaliteit en het oppervlak van blauwgrasland als gevolg van verzuring gestopt kan worden door aanvoer (overspoelen met water) van basen (neutraliseren zuur) via inundatie met oppervlaktewater.

Wat was het resultaat van deze pilot?
Uitkomst van de pilot is dat niet kan worden geconcludeerd dat met winterinundatie de achteruitgang van de kwaliteit van blauwgrasland gestopt kan worden vóór het einde van de eerste Natura 2000 beheerplanperiode (2021). Winterinundatie kan mogelijk op de langere termijn wel een positief effect hebben op het blauwgrasland.

Wat gebeurt er als na uitvoering van dit project blijkt dat de Natura2000 doelstellingen niet worden gehaald?
De provincie heeft een verantwoordelijkheid voor het in stand houden / verbeteren van het leefgebied voor de soorten die zijn opgenomen in het Natura2000 plan. Op basis daarvan zijn deze plannen ontstaan én worden de maatregelen genomen. De verwachting is dat dit een flinke bijdrage levert, tezamen met andere projecten, om de doelstellingen te halen. Wanneer blijkt dat de doelen niet gehaald worden, zal de provincie meer inzet moeten plegen om toch de doelen te halen.

Zwanenbloem

Zwanenbloem

Overig

Komt er meer recreatie door deze nieuwe natuur?
We kijken altijd naar mogelijkheden om natuur en recreatie samen te laten gaan. Echter, in Meijegraslanden is het doel om de roerdomp weer te laten broeden. Dat is een schuwe vogel. Het toestaan van recreatie zou deze doelstelling in de weg zitten.

Hoe zal het landschap veranderen?
Het karakter van het open veenweidelandschap zal maar beperkt veranderen. Het grootste deel van het huidige grasland blijft grasland. Met vogels, bloemen en vlinders beheerd met boeren. Twee delen dicht tegen de Nieuwkoopse plassen aan worden moeras. Hier zal riet gaan groeien, kenmerkend voor het Nieuwkoopse plassengebied.

Blijven er koeien in de wei?
Het weidevogelgrasland en het kruiden- en faunarijk grasland wordt ook straks beweid. Hier blijven koeien in de wei. Het schraal grasland en het hooiland wordt net wat te vochtig voor beweiding. Hier zal gehooid worden.

Hoe zit het met pestbosjes in het gebied, zijn die er?
Vroeger werden kadavers van koeien die de pest hadden, begraven, ver uit de bebouwing om besmetting te voorkomen. Hier liet men bosjes groeien, met het devies: nooit meer aankomen. Op historische kaarten van het gebied staat slechts één bosje. Dit ligt zo dicht tegen de bebouwing aan, dat het onwaarschijnlijk is dat dit echt pestbosje was. Bovendien gaan we hier niet graven.

Komen er meer knutten en muggen door het moeras?
Meurzen zijn nu al heel vervelend. Begrijpelijk dat bewoners zich daar zorgen over maken. Het is erg afhankelijk van de windrichting. We verwachten niet dat het er meer worden dan nu het geval al is. 

Is het handig om het rietmoeras af en toe door te spoelen om muggen tegen te gaan?
De eerste jaren moet riet groeien zonder water erop. Dus dan is doorspoelen niet nodig. Genoeg water, een beetje wind en de aanwezigheid van vissen zal ervoor zorgen dat dit geen massale plek voor de ontwikkeling van muggenlarven wordt.  

<Terug naar de projectpagina

logo