
Adopteer een lepelaargezin op Texel
Op de kwelders van De Schorren broeden jaarlijks zo’n 125 lepelaargezinnen. Met jouw donatie van € 150 help je hun kwetsbare leefgebied beschermen. Zo krijgen jonge lepelaars de rust en ruimte om veilig op te groeien en straks uit te vliegen boven het wad.
Waarom jouw hulp nodig is
Lepelaars zijn een succesverhaal: van 170 broedparen in Nederland in de jaren ’70 naar ruim 4000 nu. Maar bescherming blijft cruciaal. Rust, voedsel en veilige broedplekken bepalen of deze sierlijke vogels een toekomst hebben. Daarom beschermt Natuurmonumenten deze vogel en hun kwetsbare leefomgeving zorgvuldig.
Jouw bijdrage maakt het verschil
Met jouw steun beschermen we de leefomgeving van de lepelaar tegen verstoring en blijven we aandacht vragen voor concrete maatregelen om de biodiversiteit in de Waddenzee te verbeteren, waar de lepelaar zijn voedsel vindt. Door één van de 125 lepelaargezinnen te adopteren draag je direct bij aan dit werk.
• Je beschermt de lepelaargezinnen op Texel.
• Je helpt de biodiversiteit van Texel en de Waddenzee versterken.
• Je zorgt dat toekomstige generaties ook van deze vogels kunnen genieten.
Een persoonlijk bedankje
Als dank voor jouw steun sturen de boswachters van Texel een lepelaarpakket naar je op met daarin:
• Een officieel certificaat met de bevestiging van de adoptie van een lepelaargezin.
• Twee vrijkaarten voor een excursie op De Schorren op Texel om de kolonie van dichtbij te bewonderen.
• Een lepelaarknuffel.
• Een lepelaar thermosfles.
Lepelaars op Texel
Op Texel broedt ieder jaar een grote groep witte vogels op hun zorgvuldig gemaakte hoge nesten, dicht bij elkaar. Iedereen die ooit een lepelaar van dichtbij heeft gezien herkent hem direct. Groot, helderwit en met die opvallende lepelvormige snavel waarmee ze bedachtzaam door het water bewegen. Vernoemd naar zijn uitzonderlijke snavel is de lepelaar een toonbeeld van elegantie.
Eén oudervogel waakt over het nest, hoog in de begroeiing. De ander ouder zoekt naar voedsel op het wad of in de natuurgebieden landinwaarts. De kuikens zijn nog onbeholpen, maar hongerig en nieuwsgierig naar de wereld om hen heen. Ze schuilen voor wind en regen onder de vleugels van hun ouders en leren in alle rust foerageren om sterk genoeg te worden om straks uit te vliegen boven het wad. En om vanuit daar de verre vlucht naar Afrika te maken in het najaar.
