Van kikkerdril tot kikker

Heb jij wel eens gezien hoe een kikkertje groeit? 

Een vrouwtjeskikker legt haar eitjes in het water: de kikkerdril. De eitjes groeien uit tot kikkervisjes. Die zien er uit als visjes met een lange staart. Met hun kieuwen halen ze adem, net als vissen. Na ongeveer 6 weken krijgen ze achterpootjes en daarna komen de voorpootjes. Langzaam verdwijnt hun staart en krijgen ze longen. De kikkervisjes zijn kikkers geworden! Nu kunnen ze het water verlaten en hun eerste sprongetjes aan land zetten.

Wil je dit eens van dichtij bekijken? Zo pak je het aan:

  • Doe in een aquarium of een hoge glazen bak wat zand en steentjes. Giet de bak daarna vol met water. 
  • Ga eropuit om wat kikkerdril te zoeken in een poel of sloot. Dat kan van maart t/m juni.
  • Leg een klein klompje kikkerdril in het aquarium. 
  • Zet de bak op een lichte plek, maar niet in de volle zon.
  • Wanneer de kikkervisjes een dag of drie uit het ei zijn moet je beginnen met voeren. 
  • Als voer kun je stukjes je sla, andijvie, paardebloem, weegbree en visvoer gebruiken.
  • Maak de bak regelmatig schoon en vul het water aan. 
  • Wanneer de kikkertjes pootjes krijgen, krijgen ze ook langzaam longen. Zorg er dan voor dat ze op een steen of kurk kunnen rusten, anders verdrinken ze. 
  • Na een week of zeven zijn de kikkertjes volgroeid en moet je ze terug zetten op de plek waar je de dril vandaan hebt gehaald. 

N.B. Kikkers zijn beschermde dieren. Het is toegestaan om ze te bekijken om ervan te leren. Maar je moet ze dus echt terugzetten in natuur!