natuurgebied

Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen

Dieren in De Duinen

In het unieke landschap van de Loonse en Drunense Duinen komen allerlei bijzondere dieren voor, van klein tot groot. In de zomer kunnen de temperatuurverschillen in het stuifzand tussen dag en nacht flink oplopen, tot wel 50 graden! Gelukkig zijn sommige zandloopkevers maar ook de planten zandzegge, buntgras en rendiermos prima opgewassen tegen deze extreme kou en hitte.

Hieronder vind je een overzicht van dieren die hier leven.
Bekijk ook de planten van De Duinen >>

Het grootste roofdier van ons land

In De Duinen leven verspreid over het gebied meer dan 100 dassen, een geweldig aantal! En zolang de wolf nog niet officieel voet in Nederland heeft gezet, is de das het grootste landroofdier van ons land. De schuwe dieren leven in families en wonen in burchten die meerdere ingangen en gangen hebben, van soms wel tientallen meters lang!

De snelste loper ter wereld

Een andere recordhouder die je in het zand kunt treffen, is de groene zandloopkever. Dit beestje is naar verhouding de snelste sprinter ter wereld! Zelf loopt hij 8 km per uur. Maar reken je dat verhoudingsgewijs om naar onze lengte dan is dat meer dan 500 kilometer per uur!

Andere dieren van de duinen en de natuur eromheen:

Fotograaf: Bert de RuiterBijenwolf (Philanthus triangulum) 
​De bijenwolf is een graafwesp die vooral honingbijen vangt en deze met haar gif verlamt. Vervolgens vervoert zij de honingbij naar haar nest, een pijpje in de zandgrond, en legt er een eitje op. Als de larf uitkomt heeft deze voldoende voedsel, want het lichaam van de verlamde honingbij leeft nog en is dus lekker vers.

 

Boomleeuwerik (Lullula arborea) 
Het favoriete leefgebied van de boomleeuwerik bestaat uit heide en duinen, afgewisseld met lage en halfhoge begroeiing. Hij voelt zich in dit gebied dus helemaal thuis. Zingen doet de zeldzame boomleeuwerik vooral 's nachts en in de vroege ochtend.

 

Boompieper (Anthus trivialis)
De boompieper heeft een opmerkelijke zangvlucht. Hij vliegt dan met snelle vleugelslag recht omhoog en laat zich vervolgens als een soort parachute langzaam terugglijden naar zijn startpunt of een andere boomtop.

 

 

Boomvalk (Falco subbuteo)
Fotograaf: Ben WaletBron: NatuurmonumentenDe boomvalk jaagt veelal op grote insecten, zoals libellen. Zijn snelheid en vliegkunsten stellen hem echter ook in staat om zwaluwen te vangen. Hoewel boomvalken goed in staat zijn om hun eigen prooi te vangen, komt het ook vaak voor dat ze in de lucht de prooi van een torenvalk aftroggelen.

 

 

 

Buizerd (Buteo buteo)
Fotograaf: René SluimerDe buizerd is de meest voorkomende roofvogel in Nederland. Hij eet naast veel aas ook wel eens levende prooi. Vooral in de winterperiode zie je veel buizerds vaak op palen langs de weg zitten, waar ze loeren naar aangereden wild.

 

 

Fitis (Phylloscopus trochilus)
Fotograaf: Ruud PoelstraZijn Latijnse naam betekent letterlijk 'bladbekijker'. Overal waar een paar bomen of struiken staan kun je de fitis dan ook horen. De fitis wordt door veel mensen ook wel 'zomerkoning' genoemd, vanwege zijn mooie heldere lokroep die de hele zomer uit het dichte loof klinkt. Aan het einde van de zomer vertrekt de fitis naar warmere streken.

 

Havik (Accipiter gentilis)
Fotograaf: Vera van der WaalDe havik is meestal in het bos te vinden, maar maakt ook jachtvluchten in open landschap. Na een lage verrassingsvlucht weet deze roofvogel zowel vogels als kleine zoogdieren te slaan. Alleen in de baltsperiode cirkelen de paren hoog in de lucht boven hun territorium.

 

 

Hazelworm (Anguis fragilis)
Fotograaf: Annelies VriensDe hazelworm is geen slang en geen worm, maar een pootloze hagedis. In de schemering jaagt hij op slakken, wormen en insecten. In de Brand is de afwisseling van bos met kleine open graslandjes omzoomd door houtwallen, een ideaal leefgebied voor de zeldzame hazelworm.

 

 

Levendbarende hagedis (Lacerta vivipara)
Het wijfje bewaart de eieren in haar lichaam tot de embryo's volledig ontwikkeld zijn en de jongen levend ter wereld kunnen komen. Bij gevaar kan de staart worden afgeworpen, waarna deze nog 1 a 2 minuten blijft nakronkelen. De vijand wordt hierdoor misleid en de hagedis heeft tijd om te vluchten.

 

Kleine nachtpauwoog (Saturnia pavonia)
Fotograaf: Ardy van HeeschDe vlinder is te zien van half april tot half juni. Het mannetje van de nachtpauwoog kan met zijn gevederde antennes op een afstand van wel 11 km de lokstoffen van de vrouwtjes ruiken. Het vrouwtje zet haar eitjes vooral af op sleedoorn, gewone struikheide en braam. Deze 'waardplanten' zijn een belangrijke voedselbron voor de rupsen van de nachtpauwoog.

 

Nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus)
De nachtzwaluw is een zeldzame vogelsoort die leeft in droge, halfopen tot open gebieden. Door hun gecamoufleerde verenkleed zijn ze overdag moeilijk op te sporen. 's Nachts produceert de vogel vreemde 'snorrende' geluiden. Daarom werd hij vroeger ook wel geitenmelker genoemd. Men dacht toen dat de vogel 's nachts bij de geiten melk kwam drinken!

 

Ransuil (Asio otus)
Fotograaf: Daniëlle van BreukelenRansuilen hebben een voorkeur voor naaldbossen met hier en daar open stukken. Een ongestoorde ransuil heeft zijn oorpluimen plat op zijn hoofd liggen, maar bij verstoring maakt hij zich lang en dun en zet zijn oorpluimen rechtop.

 

 

 

Ree (Capreolus capreolus)
Fotograaf: Sharona van Engeland In het natuurgebied leven meer dan 100 reeën, vaak rond de schemer aan de randen van de bossen en op de akkers te zien.

 

 

 

 

Roodborsttapuit (Saxicola torquata)
Fotograaf: Gerrit RekersBron: NatuurmonumentenDe roodborsttapuit is een vogel van open heideterreinen. Vanuit een uitkijkpunt in zijn territorium speurt hij met wippende staart de omgeving af naar insecten en andere kleine dieren.

 

 

 

 

Sperwer (Accipiter nisus)
De sperwer jaagt in bossen op zangvogels, maar wordt ook steeds vaker in de bebouwde kom waargenomen. Zoals bij de meeste roofvogels is het mannetje kleiner dan het vrouwtje. Hij jaagt op prooivogels ter grootte van een mus tot lijster. Het grotere vrouwtje op prooivogels ter grootte van lijster tot houtduif.

 

 

Veldkrekel (Gryllus campestris)
In Nederland vormen de Loonse en Drunense Duinen één van de weinige leefgebieden van de veldkrekel. Hij produceert een eentonig maar luid getjirp, vlakbij de opening van zijn hol. Bij verstoring houdt hij stil en verdwijnt onder de grond.

 

 

 

Zwarte specht (Dryocopus martius)
Fotograaf: Rob RokvenSinds Natuurmonumenten de productiebossen omvormt tot meer natuurlijke bossen, is het aantal spechten fors toegenomen. Dit komt doordat er meer dood hout in de bossen aanwezig is waarop insecten leven, die weer door spechten worden gegeten. Ook de zwarte specht heeft hiervan geprofiteerd. Naast deze grootste specht van Nederland, kun je ook de groene specht en grote bonte specht in het bos horen of tegenkomen. 

Bekijk ook de planten van De Loonse en Drunense Duinen >>

word nu lid