Ga direct naar inhoud
Nieuws

Boer Pieter Brouwer en boswachter Esther Rust maken samen het landschap

10 mei 2021 | Natuurmonumenten

“We hebben best verschil van inzicht en deels een ander belang”, zeggen melkveehouder Pieter Brouwer en boswachter Esther Rust tijdens een wandeling op het land van Pieter. Maar ze zijn het erover eens dat ze samen het landschap maken. “Het is dus heel logisch om samen te werken. De crux zit in samen beter communiceren.”

boer en boswachter

Het contact tussen Pieter en Esther is ontstaan dankzij zo’n 3 hectare extensief kruidenrijk grasland in de IJsselvallei dat Pieter, die melk van het keurmerk On the way to PlanetProof levert, van Natuurmonumenten pacht. “We maaien het drie keer per jaar en maken er hooi van”, vertelt hij. Met Esther, die als coördinator natuurbeheer bij Natuurmonumenten over het beheer van zo’n 1.000 hectare in de IJsselvallei gaat, overlegt hij regelmatig hoe het loopt. “Het doel is verschraling, maar dan houd je samen wel in de gaten hoe lang het gewas nog bruikbaar is als voer voor de koeien”, noemt Esther.

Onderzoek naar bodemleven

Inmiddels zitten Pieter en Esther ook samen in een project waarbinnen het bodemleven van natuurgrasland en landbouwgrasland in kaart wordt gebracht. “Ik werd getriggerd doordat een hoogleraar zei dat de Nederlandse landbouwgrond ‘zo dood als een pier’ zou zijn”, vertelt Pieter die in Esther een medestander vond. “Alles begint in de bodem, ook natuurbeheer.”

Samen zetten ze het project op, en zochten ze er onderzoekers en financiering bij. Inmiddels zijn een tiental melkveebedrijven en 20 natuurgraslanden onderzocht op de hoeveelheid springstaarten en mijten in de grond. Het is een mooi voorbeeld van samenwerking tussen natuurorganisaties en melkveehouders. “Iedereen zit op het puntje van de stoel voor wat de uitkomsten zijn”, geeft Pieter aan. “Je zoekt allemaal naar het antwoord op de vraag wat er nu allemaal in de bodem gebeurt en hoe je daarop kunt inspelen bij het beheer.”

Mopperen helpt niet

Pieter en Esther weten dat er tussen boeren en boswachters over een weer ook wantrouwen is. En dat ze het lang niet altijd met elkaar eens zijn, maar dat hoeft ook niet zeggen ze. “Je voelt de weerstand, maar het helpt niet om te blijven mopperen”, vindt Pieter die tot voor kort ook bestuurder was bij zijn regionale LTO. “Blijf aan de praat en overleg wat je eraan kunt doen. Een goed gesprek is de beste manier om verschillen te overbruggen.” Esther vult aan: “Uiteindelijk maken we samen het landschap, dus het is heel logisch om samen te werken.”

Verdienmodel natuur

Heggen, singels, struwelen en kruidenrijke randen; zowel de natuurorganisaties als melkveehouders hebben ermee te maken. “Het goed onderhouden kost geld”, geeft Pieter aan. “Ik vind het daarom belangrijk om met elkaar te blijven praten over de euro’s. De maatschappij wil meer natuur, en dan moet je het ook hebben over een vergoeding. De laatste jaren erkennen natuurorganisaties ook dat meer vergoedingen nodig zijn voor meer boerennatuur. Voor natuurbeheerders is het lastig inschatten wat de kosten zijn voor de boer.”

Aan de andere kant is er bij de natuurorganisaties veel kennis en ervaring over het beheer van landschapselementen, geeft Esther aan. “Het lijkt net of het twee heel verschillende werelden zijn, maar het gaat allebei over grond en bodem en daar kunnen we nog veel samen leren.”

Altijd het gesprek aangaan

Esther geeft aan dat er wrijving kan ontstaan door niet te praten. “Wanneer er bijvoorbeeld grond aangewezen wordt voor natuurontwikkeling, terwijl het ook goede landbouwgrond is.” Pieter knikt. “Voor ons als boeren is dat soms niet te begrijpen. Maar ook dan vind ik dat je proactief het gesprek aan moet gaan. Dan kun je het er nog steeds niet mee eens zijn, maar krijg je wel beter inzicht. Ook is er misschien in overleg nog wél wat mogelijk. Maak je interesse kenbaar. Wellicht is er in samenwerking nog te ruilen. Met een kritisch positieve houding, en het in het oog houden van elkaars belangen, bereik je meer.”

Tot slot: loop eens een rondje met je boswachter door het gebied, drink een kop koffie samen, adviseren ze. “Dan hoor je van elkaar wat er speelt en leeft. Dat levert voor beide kanten begrip op en dan zul je merken dat je misschien wel meer overeenkomsten hebt dan verschillen.”

Natuurmonumenten