Ga direct naar inhoud
Nieuws

Bevloeien van weiden erkend als werelderfgoed

06 december 2023 | Natuurmonumenten

Tijdens een bijeenkomst op 5 december in Botswana is het bevloeien van weiden officieel toegevoegd aan de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van UNESCO. Op dit ogenblik zijn er maar twee plaatsen in Nederland waar nog actief op traditionele wijze bevloeid wordt. Dat is op landgoed Het Lankheet in Twente en op de Pelterheggen van Natuurmonumenten, ten zuiden van Valkenswaard in het natuurgebied De Plateaux.

Het systeem van bevloeien

Ook het zomercarnaval, de jaarlijkse straatparade door de Rotterdamse binnenstad, is toegevoegd aan de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van UNESCO. Het aantal Nederlandse inschrijvingen op deze lijst komt daarmee op vijf, na het molenaarsambacht (2017), de bloemen- en fruitcorso’s (2021) en de valkerij (samen met diverse andere landen, eveneens 2021).

Bevloeien en vloeiweiden

Bevloeien is het opzettelijk voedselrijk water over percelen leiden vanuit een beek, rivier of kanaal. Het is een eeuwenoude vorm van bemesting: het water laat een dun laagje voedselrijk slib of klei achter. Meestal wordt de term vloeiweide gebruikt voor graslanden, die daarmee een betere opbrengst kregen. Door het geleiden van het water, aanleggen van dijkjes, stuwen en inlaten kon men de bevloeiing reguleren. Het was immers van belang precies te kunnen regelen wanneer en hoe lang het water op velden moest komen.  

Erkenning

De toewijzing door UNESCO beschouwt Natuurmonumenten als een grote erkenning voor de jarenlange inspanningen om het systeem van bevloeien weer werkend te krijgen. “Met het bevloeien van weiden in De Plateaux houden we deze aloude techniek levend”, vertelt Michiel Purmer, erfgoedspecialist bij Natuurmonumenten. “Dat levert ook veel natuurwinst op: een zee van orchideeën in het voorjaar en uitbundig bloeiende herfsttijloos in het najaar. Daarnaast wordt met dit systeem water zo lang mogelijk vastgehouden in het gebied. De oude vloeiweiden hebben zo een nieuwe, extra functie als klimaatbuffer.”

Oud gebruik

Bevloeiing vond plaats in grote delen van West-Europa. In Nederland kwam het vooral in de oostelijke helft van het land voor, zeker al sinds de middeleeuwen. Onderzoek liet zien dat alleen al in Nederlandse natuurterreinen zo’n 500 nog herkenbare bevloeiingslocaties zijn te vinden. Daarvan zijn dus nog maar twee plaatsen over waar nog actief op traditionele wijze bevloeid wordt, landgoed Het Lankheet de Pelterheggen.

Het systeem van bevloeien

Een vogelvluchtperspectief van de werking van de vloeiweiden in De Plateaux.

Aanleg vloeiweiden

De Pelterheggen in De Plateaux is een relatief jong complex uit het midden van de negentiende eeuw. De onderneming was het initiatief van Wijnand Clermont (1802-1879). In 1850 kocht hij 360 hectare heide van de gemeente Bergeijk met als doel hier vloeiweiden aan te leggen om een rijke hooiopbrengst te kunnen krijgen. Met voedselrijk Maaswater wilde hij de schrale heidegronden vruchtbaarder te maken. Om aan water te komen moest hij een vier kilometer lang aanvoerkanaal laten aanleggen vanaf het in België gelegen Kempisch Kanaal. Dit kanaal stond weer in verbinding met de Maas.

Een ingenieus stelsel van aanvoersloten, sluisjes en afvoergreppels werd aangelegd om het water gereguleerd over de velden te laten stromen. In 1856 werd er 8.500 kilo hooi per hectare geoogst op de Pelterheggen. Een enorme opbrengst, die de vloeivelden van Clermont tot de beste van de Kempen maakte.
Het bevloeien zelf, maar ook het onderhouden van de vele greppels, waterlopen en kunstwerken was een arbeidsintensieve klus en vereiste de nodige ambachtelijke kennis. Er was bijvoorbeeld per hectare alleen al zo’n 2.500 meter aan greppels te onderhouden. Het bevloeien bleek een precies werk dat erg nauw kwam.

Later nam de hooioogst af en werden er steeds meer populieren voor de houtoogst geplant. Tussen 1946 en 1956 tenslotte werden alle hooilanden beplant met populieren. De bevloeiing stopte, de kunstwerken raakten in onbruik en vervielen.

De Pelterheggen onder Natuurmonumenten

In 1982 kocht Natuurmonumenten het gebied van de laatste particuliere eigenaar. Alhoewel de Pelterheggen feitelijk een populierenplantage waren geworden, bleek de structuur met kanaaltjes, sluisjes, inlaten en afvoersloten nog behoorlijk gaaf aanwezig. Ook waren er in potentie hoge natuurwaarden aanwezig, maar die moesten verder ontwikkeld worden. Daarvoor gebruikte men de aloude techniek van bevloeien. Dit leverde een grote rijkdom aan zeldzame bloemen en planten op.

Boswachter Joris Hurkmans in de Pelterheggen.

Boswachter Joris Hurkmans in de Pelterheggen.

In 2002 werd er een uitgebreid restauratieplan gemaakt om de steeds verder vervallen waterwerken te restaureren. Want inmiddels had ook Natuurmonumenten ondervonden dat het kennis en vakmanschap vergt de vloeiweiden zo te beheren dat de natuur maximaal profiteert. De biodiversiteit vaart er wel bij, met een weldaad aan bloemen in het voor- en najaar.

Vloeiweiden in beeld

Videobeelden: © Mark Kapteijns

Natuurmonumenten