Word lid
Nieuws van de boswachter

Heidekoetjes veroveren het Mantingerveld

26 JULI 2016 | Renée Nitters

Zestig koeien, negen shetlandpony's, 270 schapen en negen heidekoetjes beheren en begrazen het Mantingerveld. Daar komen een dezer dagen nog zes heidekoetjes bij. Deze verschillende grazers laten elkaar links liggen, maar gezamenlijk helpen zij het natuurgebied een handje. Hun werk komt de soortenrijkdom ten goede.

Heidekoetjes veroveren het Mantingerveld

Ze zijn aaibaar, klein van stuk, wendbare lichtgewichten die de grond nauwelijks vertrappen. Heidekoetjes zijn, zo lijkt het, gemaakt voor het Mantingerveld. Dat lijkt niet alleen zo, het is zo. 'Heidekoetjes horen van oudsher te grazen op de hei. Ze passen in een landschap zoals het Mantingerveld', zegt schaapherder Johan Coelingh van Natuurmonumenten. Hij kent het Mantingerveld als zijn broekzak. Minimaal eens per twee dagen is hij er om een kijkje te nemen bij zijn schaapskudde, een kleine honderd Drentse heideschapen die er hun gang gaan binnen de afrastering.

Van alles wat

Ze hebben gezelschap van vee van boeren en buitenlui uit de buurt die zijn aangesloten bij de Agrarische Natuur Vereniging (ANV). Die werkt samen met Natuurmonumenten om te verkennen hoe aanwonenden van het Mantingerveld meer betrokken kunnen worden bij de inrichting van hun achtertuin. Vandaar dat er sinds dit voorjaar bij wijze van experiment negen shetlandpony's, 60 koeien en 170 schapen uit de buurt op de hei grazen. 'Aparte koppeltjes die zelfstandig aan het werk zijn. Natuurlijk tasten ze elkaar even af, maar is het nieuwe eraf, dan negeren ze elkaar', zegt Coelingh. Bovendien loopt er sinds drie jaar een kleine groep heidekoetjes op het Mantingerveld die zich inmiddels heeft uitgebreid tot negen stuks. Deze zomer komen daar zes nieuwe heidekoetjes bij. 'Goed voor het Mantingerveld. De grazende dieren zorgen voor variatie in de begroeiing', zegt Coelingh.

Heidekoe redt zichzelf

De keuze voor heidekoetjes is ook cultuur-historisch bepaald. 'Van oudsher trokken heidekoetjes in kuddeverband naar de hei. Noodgedwongen, omdat het lekkere gras elders op was. Zodoende heeft de heidekoe zich door de eeuwen heen aangepast aan de heide. Zijn spijsvertering werkt bijvoorbeeld langzamer dan die van een melkkoe, zodat hij genoeg voedingsstoffen haalt uit dat arme voer', vertelt Coelingh. De heidekoe kan zichzelf zomer en winter in de buitenlucht handhaven en heeft geen hulp nodig als hij een kalf krijgt. Zijn aanwezigheid doet het Mantingerveld goed, omdat de heidekoe het hele jaar door graast wat de grond schraler en schraler maakt - precies de juiste bodem voor stekelbrem, valkruid, veenpluis, zonnedauw en klokjesgentiaan. Bovendien houden ze het landschap open omdat ze ook het jonge loofhout eten.

Fotograaf: Wilma Taks

Fascinatie voor de schaapskudde

Hij weet waarover hij het heeft. Al van kleins af aan was hij waar de schaapherder van Ruinen was. Coelingh groeide op in Ruinen en de schaapskudde had aantrekkingskracht op hem. 'Ik denk dat ik vanaf mijn achtste met de herder mee ging het veld op. Ik vond dat leuk. De hond erbij, het vrije veld, alles wat je zag en wat de schaapherder daarover wist te vertellen. Waar de zwarte sterntjes broedden, waar de korhoenders zaten, welk spoor duidde op een vos. Fascinerend.' Toen hij wat ouder werd, gaf de schaapherder hem steeds meer verantwoordelijkheid. Zo kon Coelingh al jong schapen scheren, durfde hij het aan om met de kudde de hei op te gaan en wist hij wat hem te doen stond als een schaap moest lammeren. Een jongensdroom ging in vervulling toen hij op z'n zeventiende schaapherder kon worden van een nieuwe kudde in Dwingeloo, waarmee hij de jongste schaapherder van het land werd.

Eén groot heidegebied

Die kudde van Natuurmonumenten op het Dwingelderveld hoedt hij nog steeds. Daarnaast houdt hij toezicht op de kudde die zelfstandig dwaalt over het Mantingerveld, een gebied dat varieert van open zand tot venige laagten, van dicht bos tot vergezichten. 'De begroeiing is heel wisselend, maar heidegrond is het hoofdbestanddeel. Op die heide groeien door de begrazing allerlei soorten plantjes', zegt Coelingh. Zonnedauw bijvoorbeeld, klokjesgentiaan, stekelbrem en valkruid.

bloeiende heide vliegdennen in avondlichtFotograaf: wim vd neut

Terug in de tijd

Hij gaat terug in de tijd. Het Mantingerveld is vanaf de jaren dertig in de vorige eeuw een ontginningsgebied geweest dat geschikt werd gemaakt voor de landbouw. Dat werd in 1962 een halt toegeroepen. De ontginningsdrang had weinig heel gelaten van het heidegebied en de intensieve landbouw in de jaren erna deed de overgebleven heidegebiedjes ook geen goed. Ze stonden los van elkaar waardoor geen uitwisseling van plantjes en dieren plaatsvond. Vanaf de jaren tachtig begon Natuurmonumenten het tij te keren. Om alle losse heidegebieden weer aaneengesloten te krijgen, heeft zij tussenliggende stukken land van boeren aangekocht, zodat er weer een Mantingerveld van weleer ontstaat.

Half natuurlijk landschap

Natuurmonumenten liet de boerengrond afgraven om de van oudsher arme grond met heidebegroeiing terug te krijgen. Heidegrond vaart wel bij schraalheid die wordt verkregen door plaggen en branden, wat niet veel meer voorkomt omdat het arbeidsintensief is en niet altijd kan. Maaien gebeurt ook veel, maar het Mantingerveld wordt bovenal beheerd door grazers. 'De schapen, koeien en paarden zorgen ervoor dat het een half natuurlijk landschap is, waar veel heide in voor komt', aldus Coelingh. De begrazing door schapen en heidekoetjes past bij de begrazing door het vee van aanwonenden. Natuurmonumenten werkt hiervoor samen met de Agrarische Natuurvereniging (ANV) die 250 hectare van het Mantingerveld beheert met eigen vee.

Dieren van de lokale bevolking inzetten

'Zestig koeien, negen pony's en negentig schapen', zegt biologisch boer Jaap Boer uit Garminge. Hij spreekt namens dertig omwonenden van het Mantingerveld als hij zegt dat gebiedsvreemde dieren als Schotse Hooglanders er niet horen. 'Wij vinden dat het gebied beheerd moet worden door dieren van de lokale bevolking. Schapen en pony's laten we er het hele jaar grazen, koeien van 1 mei tot 1 november'. Het is een proef, zegt hij en tot nu toe vindt hij het prima gaan. Het Mantingerveld gemaakt door grazers, zogezegd. 'De bedoeling is dat onze dieren ervoor zorgen dat het een heidegebied blijft. Als je niks doet is het er binnen vijf jaar een bos. Onze beesten bestrijden de groei van struiken, berken en wilgen. We zullen zien hoe het verder gaat. Nu is er volop te eten, maar misschien blijkt verderop in het jaar dat we meer of juist minder dieren moeten inschakelen.'

Ontdek het Mantingerveld

Zelf het Mantingerveld ontdekken? Volg dan de wandelroute van 9 kilometer.

Renée Nitters

Boswachter Communicatie en Beleven beheereenheid Groningen en Noord-Drenthe