Nieuws van de boswachter

Zeer zeldzame sierlijke witsnuitlibel in Naardermeer

23 MEI 2018 | Hanne Tersmette

Luc Hoogenstein, boswachter van Natuurmonumenten, kan zijn geluk niet op. Gisteren zag hij de sierlijke witsnuitlibel in het Naardermeer. Nog nooit werd de sierlijke witsnuitlibel hier eerder gezien. ‘Ik zat er al een beetje op te azen: de sierlijke witsnuitlibel,’ geeft de dolblije boswachter toe. ‘Als ik me niet vergis was de laatste waarneming in de provincie Noord-Holland in 1920 in Ankeveen, hier vlakbij. Maar de soort doet het goed in laagveenmoerassen met een goed ontwikkelde waterplantenvegetatie, dus ik had al een stille hoop dat ik de libel, te herkennen aan het achterlijf met duidelijke knotsvormige verbreding en wit achterlijfsaanhangsel, hier zou kunnen ontdekken.’

Prijsvraag

Dat boswachter Lucer vertrouwen in had dat de libel in het Naardermeer zou leven bleek wel uit de prijsvraag die hij nog geen week eerder uitschreef onder de vaargidsen: degene die de sierlijke witsnuitlibel als eerste zou ontdekken kreeg een taart. Maar het was Luc zelf die gisteren, samen met stagiair Vincent Koorevaar, de libel ontdekte. ‘In de verte zag ik op een plompenblad een libel zitten en ik wist meteen dat het hem weleens zou kunnen zijn. We zetten onmiddellijk de motor uit en Vincent heeft de boot heel voorzichtig met een stok richting het plompenveld geduwd. Zelf lag ik al plat voor in de boot met mijn camera in de aanslag. Toen we dichterbij kwamen en ik zeker wist dat het de sierlijke witsnuitlibel was, wilde ik het liefst een gat in de lucht springen, maar dan zou het beestje er natuurlijk vandoor gaan. Geweldig dat we de sierlijke witsnuitlibel nu echt gezien hebben en ook nog eens met de camera hebben vastgelegd, ’aldus de enthousiaste Luc.

Landelijke verspreiding

In het begin van de 20e eeuw leefden er verschillende populaties in het zuiden van Nederland, maar die zijn langzaamaan verdwenen. In 2006 dook de sierlijke witsnuitlibel op in de ENCI-groeve bij Maastricht, maar in 2007 en 2008 kon de soort daar niet worden teruggevonden. In 2010 werd in de Weerribben voor het eerst sinds de jaren '60 voortplanting vastgesteld: een vers uitgeslopen dier werd ontdekt en later werden twee larvenhuidjes gevonden. Het vermoeden dat hier een kleine populatie aanwezig zou moeten zijn is in 2011 bevestigd. ‘Ook landelijk gezien is de sierlijke witsnuitlibel dus nog een behoorlijk zeldzaamheid,’ vertelt Luc. ‘Maar de soort is bezig met een langzame, maar gestage uitbreiding in westelijke richting, én wordt vooral in laagveenmoerassen met een goed ontwikkelde waterplantenvegetatie gevonden en nu dus ook in het Naardermeer,’ sluit Luc trots af.

Hanne Tersmette