Word lid
Nieuws van de boswachter

Wakker worden met de roerdomp

17 NOVEMBER 2016 | Regina Brouns

Een kleine dertig vrijwilligers telden ook dit jaar weer de vogels in een deel van De Wieden. Ze kregen dinsdagavond van Natuurmonumenten de resultaten gepresenteerd van die ontelbare uren tellen bij nacht en ontij. Daaruit blijkt onder meer een opvallende toename van de boompieper.

Vogeltelling in Belter- en Kiersche Wijde gebied

Natuurmonumenten telt in De Wieden sinds 2004 jaarlijks de vogels in een deelgebied. Het gebied Belter- en Kiersche Wijde was dit jaar voor de derde keer aan de beurt. Vogeldeskundige Arend-Jan van Dijk kijkt vooral naar de 74 soorten die sinds 2004 zijn waargenomen. “De boompieper, grasmus, grauwe gans, kneu, putter en graspieper zijn flink in aantallen toegenomen, soms tegen de Nederlandse trend in. Bijzonder is ook de grote aanwezigheid van de roodborsttapuit. Een soort die je verwacht op de drogere gronden.

Opvallende waarnemingen

Van Dijk presenteerde ook enkele cijfers over de gehele Wieden. Opvallend is dat het aantal aalscholvers in de kolonie bij Wanneperveen ten opzichte van 2014 bijna gehalveerd is naar 256 exemplaren. Met purperreigers (209), lepelaars (140) en ook de zwarte stern (132) gaat het goed. De laatste soort profiteert van de vlotjes die vrijwilligers jaarlijks uitleggen. Toch zijn er ook sterns waargenomen die op natuurlijk materiaal broeden. Opvallende waarnemingen zijn ook de kwak en de woudaap, die lang niet meer gesignaleerd waren.

Waarnemingen in alle vroegte

Het zijn niet alleen dat soort waarnemingen die het telwerk interessant maken. “In alle vroegte stap je in een bootje en vaar je De Wieden in. Die zijn dan vaak nog een beetje mistig. Langzaam hoor je dan steeds meer vogelgeluiden. Voor mij nog steeds magische en mystieke momenten”, vertelt boswachter Rosalie Martens. “Wakker worden met de roerdomp…”, glimlacht vrijwilliger Han Damsté.

Tellen op geluid in De Wieden

Hij heeft genoten van zijn eerste jaar vogels tellen in De Wieden. Makkelijk was het niet altijd. “Op De Wadden kijk je rustig door je verrekijker en tel je alle vogels die je ziet. In De Wieden komt het meer op geluid aan. En dat is soms verdraaid lastig”, zegt Damsté. Vogeltellen kost bovendien veel tijd. “Je moet verdeeld over het jaar tien tot twaalf keer op pad, waaronder twee keer in de nacht. Bij regen heeft het tellen geen zin. En vergeet niet dat De Wieden moeilijk toegankelijk zijn.”

In vervoering raken van telwerk

Desondanks raken bijna alle vrijwilligers in vervoering van het telwerk. “Ik deed het al in Dwingelerveld. Dat was zo fantastisch dat ik me ook voor De Wieden heb aangemeld”, zegt Willem Bouwknegt bijvoorbeeld. Natuurmonumenten kan meer vrijwilligers gebruiken, het liefst met de nodige ervaringen als vogelaar. Ze kunnen zich melden bij Roelof de Jonge van Natuurmonumenten, via 06-27024470 of [email protected]

Regina Brouns