Nieuws van de boswachter

Blog week 20: Dertigduizend vogels... en twee wadwachters

01 JUNI 2018 | Sanne van Gemerden

Het is koud en stormachtig tijdens ons verblijf als wadwachter op Richel als de telefoon gaat. Eelke Sybren aan de lijn, om te melden dat hij en zijn collega’s van de waddenunit (de ‘boswachters van de Waddenzee’), langskomen voor een internationale vogeltelling. We mogen mee, en dat is een mooie kans om het afgesloten gebied een keer te betreden, want ook wadwachters mogen hier normaal gesproken niet komen.

Ik vaar met Eelke Sybren naar de oostpunt terwijl hij uitlegt wat we gaan doen. Twee koppels lopen om het eiland heen – linksom en rechtsom - en tellen alle vogels die ze zien. Ook op alle andere ‘hoogwatervluchtplaatsen’ in de Waddenzee wordt vandaag zo’n telling vandaag gedaan. Dit gebeurt vijf keer per jaar. Zo krijg je een goed beeld van wat er in de Waddenzee leeft, foerageert en broedt.

We zijn nog niet begonnen of we struikelen bijna over een scholeksternest. Nou ja nest…juist door het ontbreken van enig nestmateriaal zijn de eieren veilig; door hun schutkleur zie je ze bijna niet liggen in hun ondiepe kuiltje in het zand. We zien een scholeksterkoppel, vijf zilvermeeuwen, wat aalscholvers, een zeehond. Dan wijst Eelke me op een groep eiders verderop. Als hij ze wil tellen vliegen ze net op. Shit, zijn we toch te dichtbij gekomen? Eelke zweert van niet. Hij kijkt omhoog en ziet meteen de reden van de paniek in de groep: een slechtvalk vliegt over. Wouw! Als de slechtvalk weg is kunnen ‘we’ de eiders alsnog tellen. Ik zag deze week mijn eerste eidereend. Later zag ik er zes bij elkaar en dat vond ik best indrukwekkend; zoveel had ik er nog nooit bij elkaar gezien. Maar deze groep bestaat uit zo’n 1300 (!) stuks. Ik begrijp meteen weer hoe bijzonder Richel eigenlijk is.

We lopen verder en zien een bult in het zand liggen en worden nieuwsgierig; er zit een jutter in elk van ons. Dichterbij gekomen zien we dat het een dode zeehond is. Zijn schedel is al helemaal kaal en we kunnen van heel dichtbij zijn grote en scherpe tanden zien. Om zijn lijf zitten nog flarden van zijn ooit dikke en vette bontjas, die nu zal dienen als voedsel en nestmateriaal voor de vogels hier. De een zijn dood…

In de verte zien we een grote zwarte vlek. Hoe tel je een groep vogels die zo groot is dat ze een onweerswolk lijken te zijn als ze opvliegen? Eelke Sybren heeft er zo zijn trucs voor. Door de telescoop kijkend telt hij tien vogels, vervolgens telt hij– ongeveer – per tien vogels door met een tikker. In recordtempo hoor ik Eelke klikken. Soms is de groep zo groot dat tellen per tien ondoenlijk is. Dan telt hij er eerst tien, vervolgens honderd en dan telt hij per honderd door. Het blijft een schatting, maar de tellers zijn ervaren en bij twijfel tellen ze allebei. Hun schattingen verschillen zelden meer dan tien procent van elkaar. De grootste groep bestaat vandaag uit bijna 16.000 bonte strandlopers. Ik blijf in verwarring meekijken en kan alleen maar concluderen dat ik ‘heel erg veel vogels’ zie.

Als alle vogels – onder andere aalscholvers, eiders, zilverplevieren, drieteenstrandlopers, rosse grutto’s - zijn geteld, is het tijd voor een monitoring van de kolonie zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen. In de duintjes van Richel hebben zij hun favoriete broedplek gevonden. Zodra Eelke Sybren richting de duintjes stapt, klinkt een oorverdovend gekrijs. De meeuwen hebben duidelijk geen boodschap aan zijn goede bedoelingen. Eelke is onverstoorbaar en noteert in voor mij onbegrijpelijke coderingen in zijn notitieboekje aantallen eieren en nesten. Pas als hij verderop is, valt me op dat de verstoring maar heel lokaal is. Na tien meter landen de meeste meeuwen weer op hun nest en broeden ze door alsof er niets gebeurd is. Die ene slechtvalk maakte een grotere indruk!

Een half uurtje later hebben de tellers alle nesten geïnventariseerd. Bijzonder; tussen de meeuwen broedt één eidereend. Net als vorig jaar en het jaar ervoor. Het lijkt steeds hetzelfde koppel te zijn, maar we kunnen er alleen naar gissen. Bijzonder is het wel; de meeuwen zouden hem normaal gesproken verjagen. Kennelijk zijn ze tot een wederzijdse omgangsregeling gekomen. Inmiddels neemt het tij af en ligt onze wadtoren weer bijna droog. Ik zwaai de mannen uit en ga te voet naar ‘huis’. Aantal getelde vogels op Richel vandaag: bijna 30.000. Aantal mensen nu: twee, waaronder ik. Wat een voorrecht!

Sanne van Gemerden

Volg mij:TwitterFacebook