Om je beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Met de cookies volgen wij en derde partijen jouw internetgedrag binnen onze site. Hiermee tonen we advertenties op basis van jouw interesse en kun je informatie delen via social media. Als je verdergaat op onze website gaan we ervan uit dat je dat goedvindt. Meer weten en instellingen.

Nieuws van de boswachter

Column stadsboswachter Maurice: De kievit

14 maart 2019 | Natascha Hokke

Stadsboswachter Maurice Kruk werkt aan de Noordrand van Rotterdam, op het Rotterdams platteland en bij Melkschuur Zuidpolder. Samen met de vrijwilligers van Natuurmonumenten onderhoudt hij hier de oer-Hollandse poldernatuur. Of laat hij natuurliefhebbers tijdens een wandeling vanaf Rotterdam CS zien dat natuur overal is, ook in de stad!

Boswachter Maurice in de Zuidpolder

De kievit

Geen vogel verdient méér het predicaat ‘weidevogel’ dan de kievit. Met een totale populatie van ca. 150.000 broedparen broeden er meer exemplaren van deze zwart-witte vogel met opvallende kuif in ons land dan in enig ander land in West-Europa. Een typische poldervogel, die zowel in gras- als bouwlanden zijn (broed)plekje vindt. In de jaren ’50 van de 20e eeuw voorspelde onderzoeker Klomp dat de kievit met het verdwijnen van de schraalgraslanden - toen een belangrijke broedplek - ook zou verdwijnen. Dankzij zijn grote aanpassingsvermogen werden echter ook modernere graslanden geschikt genoeg bevonden door de vogel. De eieren, doorgaans vier stuks, worden elk voorjaar gelegd in een ondiep kuiltje. Na zo’n 26 dagen broeden komen - als alles goed gaat - daaruit vier donzige kuikens, herkenbaar aan het ‘alpinopetje’ op hun kop. Vanaf hun geboorte moeten de kleintjes zelf hun kostje bij elkaar scharrelen: insecten, zoals torren, op latere leeftijd ook wormen. Ze hebben 6-7 weken nodig om ‘vliegvlug’ te worden. De broedtijd is een kwetsbare periode. Eieren en kuikens kunnen ten prooi vallen aan landbouwmachines of natuurlijke vijanden zoals kraaien, vossen en reigers, of vertrapt worden door rondstampende koeienpoten. Intensieve bemesting doet het aantal (grote) insecten afnemen, waardoor er een verminderd voedselaanbod is. Tot begin deze eeuw wist de kievit zich desondanks nog aardig te redden, daarna ging het met de soort echter bergafwaarts. Daarmee volgde de kievit de neergang van andere weidevogelsoorten zoals de grutto.

In Midden-Delfland worden door boeren (thans verenigd in het agrarisch collectief ‘Vockestaert’ en weidevogelpact Midden-Delfland) al sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw weidevogelbeschermingsmaatregelen genomen. In onze weidevogelreservaten nemen door goed graslandbeheer de aantallen toe. Ga zelf eens kieviten kijken in bijvoorbeeld Polder Noord-Kethel. Tussen medio maart en medio juni is het broedtijd. Vanaf de bankjes/uitkijkposten aan de Harreweg in Schiedam kun je al zittend met een verrekijker in de hand genieten van de spectaculaire duikvluchten van deze luchtacrobaat. En met een beetje geluk zie je misschien ook nog jongen in het gras rondscharrelen.

Meer stadsboswachter Maurice?

Voor een dagelijks kijkje achter de schermen, prachtige foto's of het laatste nieuws kun je boswachter Maurice volgen op Twitter!

Of kijk hier voor de eerdere columns van stadsboswachter Maurice >>

Boswachter op het Rotterdamse platteland
Natascha Hokke

Boswachter

logo