Om je beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Met de cookies volgen wij en derde partijen jouw internetgedrag binnen onze site. Hiermee tonen we advertenties op basis van jouw interesse en kun je informatie delen via social media. Als je verdergaat op onze website gaan we ervan uit dat je dat goedvindt. Meer weten en instellingen.

Nieuws van de boswachter

Column stadsboswachter Maurice: Wie wind zaait...

19 mei 2020 | Senne Meijers

Stadsboswachter Maurice Kruk werkt aan de Noordrand van Rotterdam, op het Rotterdams platteland en bij Melkschuur Zuidpolder. Samen met de vrijwilligers van Natuurmonumenten onderhoudt hij hier de oer-Hollandse poldernatuur. Of laat hij natuurliefhebbers tijdens een wandeling vanaf Rotterdam CS zien dat natuur overal is, ook in de stad!

Maurice

In sommige natuurprojecten worden vegetaties hersteld door het inzaaien van bloemenmengsels met de juiste soortensamenstelling. Er zijn natuurbeschermers die een dergelijke werkwijze sterk afkeuren. De verspreiding van planten zou volgens hen op een “natuurlijke manier” moeten plaatsvinden. Wat is eigenlijk de reden dat er soms wordt ingezaaid? Meestal twee redenen. Het beheer alléén is namelijk geen garantie dat soorten zich zullen vestigen. Het is hiervoor noodzakelijk dat er nog kiemkrachtige zaden aanwezig zijn de zaadbank in de grond en/of dat die van elders via dieren of bijvoorbeeld de wind een gebied in worden gebracht. Jarenlang intensief gebruik van een grondstuk put meestal de zaadbank uit, zeker die van de meest zeldzame en kwetsbare plantensoorten. En indien zich dan “in de nabijheid” weinig of geen plantensoorten bevinden van het doelvegetatietype dan is de kans van zadenaanvoer van buitenaf miniem. De vraag is dan: hoe dichtbij moeten de planten eigenlijk staan? En welke vormen van transport zijn dan nog wel geoorloofd? Machines, vee of bijvoorbeeld wandelaars zouden volgens sommigen nog wel onder de “natuurlijke verspreiders” kunnen vallen. De scheidingslijn tussen dit soort zadenaanvoer en inzaai is dus dun. Maar er is nog een bezwaar. Als het zo makkelijk is om vegetatietypen aan te leggen door inzaaien, dan zou dat ook een legitimatie kunnen zijn om bestaande bijzondere vegetaties te vernietigen. Je kunt dat dan immers gemakkelijk compenseren door weer een nieuwe aan te leggen. Hoe erg is dat dan als je inderdaad een vegetatie weer op een andere plek kunt aanleggen? Maar een uiterst geslaagde reproductie van Rembrandts “Nachtwacht” is toch niet hetzelfde als de echte zou je zeggen. De vraag is: waarom eigenlijk niet? Wat maakt een oorspronkelijke vegetatie, in Nederland zeker ook door invloed van de mens tot stand gekomen, nu anders dan de gereproduceerde, ingezaaide nieuwe? Iets om eens goed over na te denken. 

Meer stadsboswachter Maurice?

Voor een dagelijks kijkje achter de schermen, prachtige foto's of het laatste nieuws kun je boswachter Maurice volgen op Twitter!

Of kijk hier voor de eerdere columns van stadsboswachter Maurice >>

Senne Meijers
logo