De Priesnitzhoeve in Laag-Soeren ligt aan de rand van Nationaal Park Veluwezoom. Vanaf deze idyllische boerderij wandel je door het bos naar de sprengen en beekdalen die dit gebied zo bijzonder maken. De route van ruim 7,5 km start en eindigt bij de Priesnitzhoeve, een fijne plek voor koffie of een ijsje. Je kunt parkeren op het terrein tegenover de hoeve.
In 2,5 uur loop je via knooppunt 39 en 18 naar de plek waar beken ontspringen. Je wandelt langs oude sprengen door het landschap waar ooit het eerste kuuroord van Nederland stond. Onderweg ontdek je hoe het heldere Veluwse water werd gebruikt en kom je langs plekken waar vroeger papiermolens draaiden.
Bij nat weer kan de route modderig zijn.
De trap bij de sprengen is alleen geschikt voor mensen die goed ter been zijn.
Wandel vanaf de Priesnitzhoeve naar knooppunt 39 en daarna naar knooppunt 18. Sla linksaf en volg de bruine pijlen.
1. De Priesnitzhoeve
Deze wandeling vertrekt vanaf de Priesnitzhoeve, een sfeervolle, verbouwde boerderij aan de rand van Laag-Soeren. Het erf maakt deel uit van het beschermd dorpsgezicht en ademt de historie van het gebied.
Voor of na de wandeling kun je bij de hoeve terecht voor koffie of thee en een eenvoudige lunch. En in de zomer voor heerlijk boerenschepijs. Kinderen vermaken zich in de speeltuin en met de boerderijdieren die op en rond de hoeve rondlopen. Overnachten kan in de B&B tegenover de hoeve.
2. Priesnitz monument
In de verte steekt een klein torentje boven de velden uit: het Priesnitz-monument, ook wel het ‘Torentje van Jut’ genoemd. Hoewel de route er niet direct langs komt, is het bouwwerk een opvallend element in het landschap van Laag-Soeren.
Bankier Jut van Breukelerwaard liet het rond 1860 bouwen ter ere van vier watergeneeskundigen: Vincent Priessnitz (op het monument met dubbel-s geschreven), Oertel, Flusse en Rause. Het sprengenwater was uitzonderlijk helder, kalkarm en schoon - precies het soort water dat gebruikt werd voor de behandelingen in het nabijgelegen badhuis.
3. Herders en heide
In het bos herinneren straatnamen als Schaapsallee en Plaggenweg aan de tijd dat herders op de heide rond Laag-Soeren hun schaapskuddes hoedden. Van de uitgestrekte heidevelden is nog maar een klein stukje overgebleven.
Voor de komst van kunstmest waren schapen onmisbaar voor boeren. Overdag graasden de schapen op de heide, ’s nachts sliepen ze in de potstal. Elk voorjaar werd de stal leeggeschept: het mengsel van mest en heideplaggen werd uitgestrooid op de akkers. Voor de bemesting van 100 m2 akkergrond was wel 1.000 m2 heide nodig om de kudde te laten grazen. Tien keer zoveel – een indrukwekkende verhouding die destijds veel invloed had op het landschap.