Otter

Snel, sierlijk, sterk, speels en spectaculair; de otter is het allemaal. Een superieure jager die volledig is aangepast aan het water. Wat fijn dus dat hij zich op steeds meer plekken in ons land weer thuis voelt. Lees alles over ons grootste waterroofdier.

otter

Weinig dieren zijn zo kenmerkend voor ons waterrijke land als de otter (Lutra lutra). Met zijn wendbare lichaam, waterdichte vacht en stevige zwemvliezen is hij gemaakt om te jagen in het water. En water is er in ons deltaland volop.

Toch zie je de otter maar zelden. Overdag ligt het dier meestal te slapen in een hol onder een boom, in een rietbed of in een dikke pol van pluimzegge. En ze zijn slim en schuw. Al lang voordat je ook maar in de buurt komt, verdwijnt de otter onder water. Ze kunnen vier minuten onder water blijven.

Hoe herken je een otter?

Een otter zien is dus voor weinigen weggelegd, maar onmogelijk is het niet. Hieronder enkele belangrijke kenmerken.

  • Gestroomlijnd lichaam van 60 – 90 cm.
  • Gespierde, spits toelopende staart van 35 – 47 cm.
  • Korte, krachtige poten.
  • Glanzende vacht, met aan de buitenkant stevige dekharen en daaronder waterdichte donsharen.
  • Grotendeels donkerbruin, de onderzijde is licht gekleurd.
  • Brede, platte kop. De neus, oren en ogen vormen een driehoekig vlak.
  • Grote, sterk ontwikkelde snorharen waarmee ze bewegingen van waterdieren kunnen traceren.
  • Zwemvliezen tussen zijn tenen.

Spelende otters

Creatieve jagers

Otters leven alleen. Ze markeren hun territorium met spraints – een mooi woord voor poep. De spraints vind je vaak tussen twee wateren in of op een verhoging, zoals een boomstam, steen of steiger. Als er geen hoger punt is, dan maken ze er zelf een.

Eten vinden is voor de otters geen enkel punt. Het zijn creatieve jagers met een wijd uiteenlopend menu. Vis vormt veelal de hoofdmoot, maar ook (woel)ratten, muskusratten, amfibieën, watervogels, krabben en insecten worden gegeten. Sommige specialiseren zich in voedsel dat lokaal ruimschoots voorhanden is, zoals Amerikaanse rivierkreeft of wolhandkrab. Hun uitwerpselen zien er rood van. Zo’n kunstje wordt door jonge otters snel overgenomen van hun moeder.

otter 1

In troebel water gebruikt de otter zijn snorharen om prooidieren te vinden.

Comeback

De otter en het water, eeuwenlang waren ze in Nederland onafscheidelijk met elkaar verbonden. Toch stierf onze otter eind vorige eeuw uit. De laatste werd in 1988 bij Joure doodgereden. Decennia van milieuvervuiling, jacht, toenemend verkeer en steeds meer obstakels in hun leefgebieden zoals waterwerken en gevaarlijke fuiken, was de soort fataal geworden.

Vanaf 2002 volgde een herkansing. In ons grootste laagveenmoeras, Nationaal Park Weerribben-Wieden, werden nieuwe otters uitgezet, afkomstig uit Wit-Rusland, Letland, Polen en verschillende fokprogramma’s. Al snel voelden de otters zich hier uitstekend thuis. En tot ieders verrassing werden al na het eerste jaar jongen geboren.

Zwerfotters

Al snel waren alle territoria in het Overijsselse nationale park bezet. Voor jongelingen zat er niets anders op dan hun heil ergens anders te zoeken. En dat deden de jonkies met verve. Als volleerde zwervers doken ze in allerlei gebieden op waar schoon water en voedsel voorhanden was. Langs de Overijsselse Vecht, in de Vechtstreek, in het Groene Hart, in de Gelderse Vallei, in Friesland, Groningen en Limburg, de opportunistische otter is avontuurlijk ingesteld.

Zwervende otters zoeken niet alleen een nieuw leefgebied, maar ook een partner. Dat valt niet mee. Ze tippelen wat af langs eindeloze oevers. Hier en daar zetten jonge mannetjes ottergeil af, een substantie afkomstig uit klieren waarmee ze signalen afgeven. Maar als ze een leefgebied zonder resultaat hebben uitgekamd, trekken de eenzame pubers weer verder.

Levensgevaarlijk

De zoektocht naar het andere geslacht is echter levensgevaarlijk. Een otter legt makkelijk 20 km per nacht af. Dat doen ze lopend langs de oevers van waterwegen. Zwemmen kost veel te veel energie. En tijdens die nachtelijke zwerftochten stuit je in Nederland al heel snel op wegen en bruggen. Die passages blijken levensgevaarlijk. Otters zien slecht en zijn niet ingesteld op voortrazend verkeer. Dat is dan ook met afstand de grootste doodsoorzaak onder de otters.

otter 2

Doodgereden otter in het Groene Hart, 2010

Vooral jonge mannetjes worden vaak doodgereden. Zij overbruggen de grootste afstanden en lopen daarbij enorme risico’s. Zwervende vrouwtjes zoeken hun heil meestal wat dichter bij hun geboortegrond, maar als die plekken ook bezet zijn, gaan ze eveneens op de loop.

Nieuwe leefgebieden

Om de situaties voor onze otters te verbeteren, hebben onze boswachters actie gevoerd en gepleit voor een beter otterbeleid. Zo startte boswachter John Pietersen in 2014 een crowdfundingsactie voor de aanleg van een ottertunnel bij de Nieuwkoopse Plassen. De provincie zag daar uiteindelijk van af, wel kwamen er verkeersborden en een raster.

Mede dankzij nieuwe verbindingen tussen natte natuurgebieden weet de otter zijn leefgebied toch uit te breiden. In de Nieuwkoopse Plassen leven diverse otters en ook in de Reeuwijkse Plassen zijn sporen van een otter gevonden.

In 2019 werd de otter ook gespot in het Naardermeer, nadat eerder al uitwerpselen werden gevonden. Op basis van de beelden gaat het waarschijnlijk om een mannetje. Maar in mei 2020 volgde het trieste bericht over een doodgereden vrouwtje op de A1 bij het Naardermeer.

Het geeft aan dat de otter echt veilige verbindingen nodig heeft om in Nederland te kunnen leven. Gelukkig is daar geleidelijk aan steeds meer oog voor. Zo stelde de Nationale Postcode Loterij begin maart 2020 een extra bijdrage beschikbaar voor de inrichting van een groene buffer rond het Naardermeer. Een initiatief waardoor het natte natuurgebied kan uitgroeien tot otterparadijs.

 

otterkop

De otter is na 50 jaar afwezigheid terug in het Naardermeer.

logo