Wandelen

Rondelen route

Rondelen route

2.7 km

Waar

De Moeren

Wandelen

Rondelen route

Een korte, verrassende wandelroute door het bos ‘De Moeren’. Wandel door het bos en langs twee fraaie rondelen ofwel bosrotondes.

Volg de witte pijltjes tijdens de wandeling.

Praktische informatie

Bereikbaarheid

  • START

Startpunt

Restaurant De Moerse Bossen: Toon op kaart

De route

 Startpunt

1Lanen

De Moeren is vroeger aangelegd in een symmetrisch patroon, dat bekend is uit de Franse tuin- en landschapstijl. Lanen zijn daarbinnen een belangrijk kenmerk. Ze zijn hier met verschillende boomsoorten beplant, zoals beuken en eiken.Bij de beukenbomen zie je dat de bladvorming al laag bij de grond begint. Hiermee beschermen de beukenbladeren de bast van de boom tegen zonlicht. Een beukenbast is namelijk erg gevoelig voor zonlicht en met te weinig bedekking in de zomer kan de boom er zelfs dood aan gaan.In de herfst kun je, als een eekhoorn je niet voor is geweest. onder de bomen beukennootjes vinden. Deze zijn heerlijk om op te peuzelen. Houd het wel bij een paar, want in de nootjes zit blauwzuur en bij grote hoeveelheden is dat giftig voor ons.

2Rabatten

Je ziet hier in het bos links en rechts van het pad in greppels liggen. Deze greppels liggen aan weerskanten van een verhoging, ook wel rabatten genoemd. Deze rabatten zijn door mensen aangelegd, toen het nog een productiebos was. Omdat de bodem in dit gebied van oudsher vrij nat is, moest er iets gedaan worden om hier de grove dennen te kunnen laten groeien. Door de gegraven greppels werd het overtollige water afgevoerd en op de verhogingen plantte men de bomen voor de houtproductie. Nu de natuur hier weer veel meer haar eigen gang mag gaan, zie je dat de rabatten langzaamaan verdwijnen. Op de foto zie je een voorbeeld hoe rabatten er in volle glorie uitzagen.

Rabatten

3Zichtlanen

Ook hier loop je weer door een mooie zichtlaan. De Moeren is aangelegd in een symmetrisch patroon, dat bekend is uit de Franse tuin- en landschapsstijl. In die stijl vormen lange lanen een belangrijk kenmerk. Ze zijn hier met verschillende boomsoorten beplant, zoals beuken en eiken.Vooral de oude lanen met dode staande bomen zijn  van levensbelang voor vleermuizen, boommarters en andere holenbroeders. Zij vinden in deze bomen een leef-, broed- en schuilplek. Natuurmonumenten heeft twee lanen waar dodebomen mogen blijven staan voor de veiligheid van wandelaars afgesloten.

4Bosrotonde

Deze wandelroute dankt zijn naam aan de bosrotondes ofwel rondelen in het landschap. Je staat nu bij de eerste van twee rondelen in dit natuurgebied. Ze zijn vroeger aangelegd ter verfraaiing van het gebied en leggen door hun vorm en beplanting het accent op de vier lanen die er samenkomen.Bij deze rotonde vind je combinaties van oosterse levensboom/rode beuk en rhododendron/douglasspar. De meeste boomsoorten die op dezerondelen staan laten in de winter hun blad of naalden niet vallen. Dit levert in alle seizoenen een spannend spel met perspectief op.

5Hoge bomen

De Douglasbomen hebben hun naam te danken aan de heer David Douglas, de Schotse botanicus die als eerste de boom introduceerde bij kwekers in 1826. David Douglas wilde bomen die snel en recht omhoog groeien. Dat leverde namelijk mooie planken op voor de meubelindustrie. Als je in de winkel meubels ziet staan van pine of dennehout, dan komt het van de douglas vandaan.

Leuk weetje: De douglas hoort bij de dennenfamilie, maar toch klopt dat niet helemaal. Een dennenboom heeft namelijk setjes van twee naalden aan zijn takken zitten; een douglas maar één naald. Een ezelsbruggetje met beginletters: bij een den komt een duo naalden uit de tak. Bij een spar maar eentje, de s van solo. Maar de douglas is dus een uitzondering! Soms wordt de douglas ook wel de douglasspar genoemd. Een beetje van beide dus!

6Distelvinken

Je bent nu aangekomen op de Stouwdreef. Deze naam vindt zijn oorsprong vermoedelijk in de West-Brabantse benaming voor een stuw. Stuwen zijn van oudsher in sloten en vaarten gebruikt om het water te reguleren.Langs dit pad groeien veel distels en braamstruiken. De distels zijn belangrijke drachtplanten voor diverse soorten bijen, zij halen hier veel van hun benodigde stuifmeel en nectar vandaan. De prikkende distels en braamstruiken vormen ook een ideale schuilplek voor vogels en kleine zoogdieren. Roofdieren als een buizerd of vos halen het niet in hun hoofd om de doornen in te springen om een prooi achterna te zitten. PuttersIn het najaar kunnen de putters hier hun voedsel vinden, vandaar dat putters ook wel distelvinken worden genoemd. Je herkent dit vogeltje aan zijn opvallend rode 'masker'.

7Natuur op de akker

Aan je linkerzijde liggen akkers, weilanden met grazende koeien, houtwallen en bloemrijke graslanden.Op de akkers groeien kruiden als leeuwenklauw, klaproos en korenbloem en op de bloemrijke graslanden steken de rozepaarse, echte koekoeksbloem en duizendguldenkruid regelmatig de kop op.

Zangvogels als de prachtig zingende fitis en knalgele, maar schuwe wielewaal broeden langs het bouwland. En de bossen en houtwallen zijn geliefde schuilplaatsen voor hazen, fazanten en enkele reeën.Natuurmonumenten heeft de overgangen tussen bossen en weilanden wat geleidelijker gemaakt, waar kleine zoogdieren, vogels en vlinders van profiteren, zij kunnen zich zo beter en veiliger (voor roofdieren) verplaatsen en verspreiden.

8Stenen pad

Ze zakken steeds verder weg onder het zand, maar je voelt en ziet hier nog duidelijk stenen op het pad. Deze zijn door de jaren heen door de bewoners van dit gebied neergelegd, zodat het pad in dit van oudsher vochtige gebied beter begaanbaar was. Aan het einde van dit pad, kom je op een open plek uit: de tweede rondeel in het gebied. Ga eens in het midden staan en kijk hoe ver je de verschillende lanen in kunt kijken.

9Paarse poep

Op open ruimtes in het bos komen vaak ‘pioniersoorten’ tevoorschijn. Deze pioniers, zijn plantensoorten die vaak als eerste uit de grond schieten als er nog niks of bijna niks op groeit.

Op deze plek zien we heideplanten in het bos staan. Wat bijzonder is, is dat beide heidesoorten aanwezig zijn; Struikheide, die op drogere grond groeit en dopheide die juist op natte grond groeit. Van oudsher zijn hier dus natte en droge delen in het bos geweest. Hier tref je ook nog de blauwe bosbes aan, een laag struikje dat de hele bodem kan bedekken. Veel bosdieren vinden de blauwe bosbessen heerlijk. Zo ook de vos, zijn poep kleurt er zelfs blauwpaars van!

Ook de meeste mensen smikkelen graag van de bosbes. Maar let wel op, want vossen bakenen hun territorium af met plas. En in die plas kan een lintworm zitten, die dus zo doorgegeven kan worden aan mensen.

10Lelietje-van-dalen

Hier is het patroon van de vroegere bosaanplant goed te zien. Hoge wanden van de sloten geven aan dat het afwateren van het gebied belangrijk was. Ook langs de rabatten zie je afwateringskanalen. Tevens staan er stevige houtwallen tussendoor om juist daar de drogere gronden te waarborgen. Tussendoor zie je hier ook het mooie plantje lelietje- van-dalen staan. De witte bloemen van het, ook wel meiklokje genoemde, plantje, geven volgens sommige  de heerlijkste geur af die je in moeder natuur kunt vinden. Bij dit bijzondere plantje horen verschillende legendes, de een nog mooier dan de ander. Volgens een legende zou het lelietje-van-dalen op Paasmorgen ontstaan zijn uit de tranen van Maria bij het kruis van Jezus. Een andere overlevering verhaalt over de heilige Leonardus die dagenlang strijd voerde met een draak. Alhoewel flink gewond, hij wist te overwinnen. Uit de bloeddruppels die vielen, ontsproten de witte bloemetjes. In de Germaanse tijd was het lelietje-van-dalen gewijd aan Ostara, de zuster van Donar, de god van de donder. Zij werd geëerd als de godin van het opkomende licht, het stralende morgenrood en het naderende voorjaar. Ter ere van haar werden vreugdevuren ontstoken, waarin deze plantjes geworpen werden.

2.7 km

Rondelen route