Nieuws van de boswachter

De Wieden bloeit op dankzij ingrijpen

13 mei 2020 | Natuurmonumenten

Mei is misschien wel de mooiste maand in De Wieden. Op de bloemrijke hooilanden zoemen bijen, op de plassen nestelen zwarte sterns, tussen het riet zingt de snor, op de trilvenen ontkiemen orchideeën en in het water zwemmen otters. Maar om al die biodiversiteit te behouden moeten we voortdurend ingrijpen. Veel werk, maar wat een rijkdom aan planten en dieren.

Wieden

De Wieden zoals we dat nu kennen, is een gemaakt landschap. Vanaf de vijftiende eeuw ontstaan door het baggeren van veen. Het natte veen werd te drogen gelegd op smalle legakkers. Eenmaal droog werd dat als turf afgevoerd, eeuwenlang een veelgebruikte brandstof. Zo ontstond een landschap van legakkers – ook wel ribben genoemd – met daartussen trekgaten, plassen waaruit het veen met een baggerbeugel werd getrokken. De legakkers braken tijdens stormen soms door, waardoor grote open stukken water ontstonden: de wijden (of wieden in het dialect).

Grote variatie

In dat gemaakte landschap met plassen en sloten, rietlanden, hooilanden en moerasbossen is een grote variatie aan planten en dieren ontstaan. “Om die variatie te behouden, moet je veel ingrijpen, vertelt boswachter Rosalie Martens. “Als we niks doen, is binnen vijftien jaar meer dan  zestig procent van het gebied bedekt met bos. Dat is ook mooi, maar we willen hier juist het laagveen, dat zo kenmerkend is voor hoe Nederland er eeuwenlang uitzag, bewaren.”

Het bijzondere van De Wieden is dat je er alle stadia van verlanding aantreft, het proces waarbij open water langs natuurlijke weg in land verandert. Tussen het eerste plantje dat zich in open water vestigt en het eindstadium bos, bevindt zich een rijkdom aan landschappen: drijftillen, trilveen, veenmosrietland, moerasheide, nat schraalland, vochtig hooiland, kruid- en faunarijk grasland, broekbos.

veenpluis

Veenpluis in mei, De Wieden. Een plant die voorkomt op veenmosrietland.

Verjongingskuur

“Al die verschillende fasen vragen om maatregelen om ze in goede conditie te houden en om de bosvorming zo lang mogelijk uit te stellen”, vertelt Rosalie. “En daar komt nog een factor bij: de invloed van teveel stikstof in de natuur. Juist de zeldzame blauwgraslanden, trilvenen en veenmosrietlanden lijden daaronder. Ze raken kenmerkende planten en dieren kwijt.

Gelukkig zijn er gelden beschikbaar gesteld voor herstelwerkzaamheden. Daarmee kunnen we het gebied een verjongingskuur geven. De Wieden heeft nu veel oude fases uit de verlanding. We zetten dit jaar onder meer moerasbos om in hooiland en we maken nieuwe trekgaten.”

Maaien en nog eens maaien

Daarnaast wordt er heel veel gemaaid in De Wieden. “Nat schraalland, hooiland en grasland maaien we meestal een paar keer per jaar. Dat gebeurt veelal na 15 juni om broedvogels rust te geven. Het maaien is een enorme klus, want we kunnen niet met zware machines het gebied in. Die vernielen de natte, slappe bodem.

Al dat maaisel voeren we af, omdat anders de voedingsstoffen uit het hooi in de bodem terecht komen. We willen juist een schrale bodem, omdat dat de grootste soortenrijkdom oplevert.”

Nog ingewikkelder is het maaien van trilveen. “Dat doen we één keer per jaar. Maar voor trilveen geldt nog meer dan voor hooi- en graslanden dat je er geen gewicht op kunt hebben. Je zakt zo door dit pakket drijvende plantenresten heen. Vaak kan het alleen maar met een eenassige maaier.”

Blauwgrasland

Sommige hooilanden worden al in mei gemaaid. “Dat doen we voor de terugkeer van blauwgrasland”, legt Rosalie uit. “Dat is een steeds zeldzamere type grasland in Nederland met een hele bijzondere flora. Er groeien veel soorten veldbloemen zoals parnassia, welriekende nachtorchis, blauwe knoop en kleine valeriaan.

Voor blauwgrasland is schrale grond nodig, waar er vroeger veel meer van was. Om die schraalheid te krijgen, proberen we zo vaak mogelijk te maaien en af te voeren in het zomerseizoen. En daar moeten we vroeg mee beginnen. Uiteraard checken we de percelen eerst grondig op reekalveren, jonge hazen en broedvogels en maaien we gefaseerd, zodat niet in eens alle nectar verdwenen is. En dan is het een kwestie van geduld. Het duurt vele jaren voordat blauwgrasland ontstaat.”

Drijftillen

Om De Wieden te verjongen worden ook nieuwe drijftillen gemaakt (drijvende eilandjes). “Daarvoor kappen we bos op locaties waar voorheen petgaten waren. Ook daar kun je niet met machines komen. Je moet er dus met kettingzaag naartoe om de bomen eraf te halen. Vrij omslachtig, maar het is wel heel effectief. Want als je het gewicht van de bomen kwijt bent, komt de bodem door de druk van het water omhoog en gaat drijven. Op drijftillen groeien prachtige, zeldzame planten. Die horen echt bij De Wieden.”

Zo wordt het natuurlijke proces van verlanding op bepaalde plekken weer helemaal teruggezet. De natuur begint er weer op nul, zodat alle stadia van verlanding aanwezig zijn. “Dankzij al die stadia heeft De Wieden een rijke biodiversiteit. Ik geniet van al die planten en dieren die hier voorkomen. Al die vormen, geuren, kleuren en geluiden, ik hoop echt dat we die rijkdom blijven koesteren.”

paardenbijter

Paardenbijter in De Wieden

Wij gaan voor groei

Onze boswachters zijn dagelijks aan de slag om de biodiversiteit in onze gebieden te behouden. Maar ook buiten onze gebieden wil Natuurmonumenten de biodiversiteit vergroten, want talrijke plant- en diersoorten hebben het moeilijk in Nederland. Wij willen de natuur weer laten groeien. Help ook mee en laat de natuur groeien. Begin in je eigen tuin of buurt, geef dieren en planten de ruimte!

Vraag hier de gratis actiekrant aan met tips hoe jij je tuin in bloei kunt zetten.

Natuurmonumenten
logo