Nieuws van de boswachter

Gentiaanblauwtjes in het nauw

28 september 2021 | Sanne van Gemerden

Een helder wit eitje op de knop van een klokjesgentiaan is iets waar boswachters op het Dwingelderveld in juli naar zoeken. Het is de start van een bijzonder verhaal over het gentiaanblauwtje. Dit vlindertje lijkt zo eenvoudig en onopvallend, maar niets is minder waar. Het is een wonder van de natuur, hoe het zich voortplant en de winter overleeft!

Gentiaanblauwtje

Wonder

Nadat het eitje uitkomt begint het rupsje direct te eten van de klokjesgentiaanknoppen. Er zijn veel vlinders die gericht zijn op één bepaalde plant, in dit geval legt het gentiaanblauwtje alleen eitjes op de klokjesgentiaan. Als het rupsje voldoende heeft gegeten doet het iets geks. Het laat zich op de grond vallen en blijft daar liggen. Wat er moet gebeuren is dat de rups wordt gevonden door speciale waardmieren. Deze mieren herkennen de rups als een mierenlarve omdat de rups een vergelijkbare geur heeft. De rups wordt meegenomen naar het mierennest en leeft daar onbekommerd de hele winter. Ze voedt zich met mierenlarven en wordt door de mieren verzorgd. De vloeistof die ze afscheidt is voedsel voor de mieren. In het volgende jaar, wanneer de klokjesgentianen in juli in bloei zijn verlaat de verpopte vlinder snel het mierennest en begint de hele cyclus weer van voren af aan.

Waar zijn ze?

Op de velddag Gentiaanblauwtjes in Drenthe woensdag 22 september verzamelden onderzoekers van de Vlinderstichting, Science 4 Nature, natuurbeherende organisaties en betrokken provincies zich op het Dwingelderveld. Het is duidelijk dat het met het gentiaanblauwtje niet goed gaat. Het gevonden aantal eitjes is nu, in vergelijking met 1990, met 90% afgenomen. Het aantal vlinders dat wordt geteld, is 84% minder. Om het tij te keren wordt onderzoek gedaan, bijvoorbeeld in het Dwingelderveld. Dit is, één van de laatste drie plekken in Drenthe waar de vlinders, bloemen en mieren nog in voldoende mate voorkomen zodat de levenscyclus van het gentiaanblauwtje kan worden voltooid.

klokjesgentiaan

klokjesgentiaan

Klokjesgentiaan

Veldwerk conclusies

De uitkomsten van het veldwerk zijn dat in het belang van het gentiaanblauwtje aan grote en kleine oplossingen moet worden gewerkt. Op de heide moet de klokjesgentiaan kunnen groeien en bloeien. Door vergrassing en verzuring heeft de plant het moeilijk. Natuurmonumenten houdt de heide open met diverse maai- en plagmethodes. Kleinschalig plaggen met de hand blijkt het beste te zijn. Dit is ook voor de mieren beter dan machinaal werken. Hun nesten herstellen dan sneller. Gelukkig pakken vrijwilligers deze taak op. Stikstofdepositie zorgt voor een snellere groei van planten zoals grassen op de heide. Een afname van stikstofdepositie is noodzakelijk voor de instandhouding van het gentiaanblauwtje. Dit zijn opgaven waar de hele maatschappij voor staat. Een ander belangrijk punt is stabiele grondwaterstand. In het voorjaar niet te droog voor de klokjesgentiaan, maar in de winter ook niet te nat, want dan verdrinken de mieren… Klimaatverandering met hevige regenval en droge zomers is risicovol voor deze vlinder. Een bijdrage van RTV Drenthe.

Aanpak Natuurmonumenten

In het veld onderhoudt Natuurmonumenten leefruimte voor planten, mieren en vlinders door uitgekiende ingrepen. Zo bieden we dit wonderlijke symbiotische samenspel tussen dieren en plant in ieder geval de kans om te blijven bestaan. Het is op de velddag weer iets duidelijker geworden wat we moeten doen om het gentiaanblauwtje in Drenthe te kunnen redden. Met dank aan leden en vrijwilligers kan Natuurmonumenten zich hiervoor inzetten.

Lees hier meer over het gentiaanblauwtje.

Mier

Mier

Sanne van Gemerden
Sanne van Gemerden
logo