Nieuws van de boswachter

Jonge raven geboren op ’s-Gravelandse Buitenplaatsen

19 APRIL 2016

Het is de tweede keer dat er in dit natuurgebied jonge raven geboren zijn. Dat is bijzonder, want het ging jarenlang erg slecht met de raaf in Nederland.

Jonge raven geboren op ’s-Gravelandse Buitenplaatsen

‘Dit is de tweede waarneming van een succesvol broedgeval’, vertelt ecoloog Annemieke Ouwehand van Natuurmonumenten enthousiast. En dat is een goed teken, want het ging erg slecht met de raaf. 'De raaf is jarenlang niet te zien geweest in Nederland. De raaf werd gezien als brenger van onheil, zoals ziektes als de pest. Deze verhalen vormden een belangrijke reden om een ware heksenjacht op de vogel te maken. Hierdoor verdween de raaf uit Nederland. In 1970 is de soort opnieuw uitgezet op de Veluwe. Langzamerhand zie je de raaf op steeds meer plekken in Nederland, nu al voor de tweede keer op de Buitenplaatsen’, glundert Ouwehand.

Klein kind

De raaf lijkt op de kraai, maar is duidelijk groter en heeft een zwaardere snavel. Het is de grootste kraaiachtige die we in Nederland kennen. Een raaf is een slimme vogel. Zijn intelligentieniveau is vergelijkbaar met die van een 4-jarig kind.

Jonge raven ringen op de buitenplaatsen

Om de verspreiding van de raven te kunnen volgen zijn de jonge raven afgelopen vrijdag geringd. Ouwehand legt uit: ‘Als je een geringde vogel vindt kun je aan de ring aflezen waar de vogel geboren is. Je weet dan of ze dicht bij het territorium van hun ouders een eigen territorium claimen, of dat ze juist ver weg een eigen stek zoeken.’

Het ringen van de raven is gedaan door mensen van de Roofvogelwerkgroep Nederland in samenwerking met Natuurmonumenten. Om de jonge vogels te ringen worden ze even uit het nest gehaald. ‘De jonge raven zijn erg nieuwsgierig en komen rustig bij je op schoot zitten wachten tot ze aan de beurt zijn. Natuurlijk is het voor zowel ouder als jong spannend, maar terug in het nest is de rust direct weergekeerd. Van de ring voelen de raven ook niks, dus nee het is niet zielig’, licht Ouwehand toe.

Hans en Pascal ringen een raaf: