Nieuws van de boswachter

Marker Wadden van grote betekenis voor vogels

16 maart 2020 | Natuurmonumenten

Uit de vogelrapportage over 2019 blijkt dat Marker Wadden van grote betekenis is als vogelbroedgebied en voor vogels die tijdelijk op Marker Wadden verblijven of op doortrek zijn.

Visdieven

Afgelopen jaar hebben vrijwillige vogeltellers vanaf mei t/m oktober de broedvogels, pleisteraars en doortrekkers op Marker Wadden geteld. De coördinatie werd, in opdracht van Natuurmonumenten, verzorgd door het Lowland Ecology Network. De resultaten zijn verwerkt in een rapport over de periode 2017-2019. Dit rapport is net als andere vogelrapportages onderdeel van het Kennis- en Innovatieprogramma Marker Wadden (KIMA).

Conclusies broedvogels

De belangrijkste conclusies van de broedvogels op Marker Wadden zijn:

  • Op dit moment is het gebied binnen Nederland vooral van belang voor vogels van open pionierbiotopen als dwergstern, visdief, kluut, strandplevier en bontbekplevier. Van deze soorten komen landelijk relevante populaties voor in het gebied.
  • Het gebied is vanaf 2018 en vooral in 2019 gekoloniseerd door moerasvogels als grauwe gans, tafeleend, zomertaling, tureluur, meerkoet, waterral en kleine karekiet.
  • Door de variatie in aanlegperiodes van de compartimenten is er een wisselend aanbod aan biotopen geweest. Op dit moment broeden de meeste soorten in hoogste dichtheden op het hoofdeiland.
  • Landelijk schaarse of zeldzame vogelsoorten zijn op de eilanden gaan broeden, zoals strandplevier, dwergmeeuw, krooneend, bonte strandloper en ijseend.

Conclusies pleisteraars

De belangrijkste conclusies voor pleisterende vogels (die kort op Marker Wadden verblijven om te rusten en te eten) zijn:

  • Door de beschikbaarheid van nieuwe ondiepe biotopen met een hoge primaire productie van invertebraten (ongewervelden), zoals watervlooien en dansmuggen, biedt de Marker Wadden voedsel aan vele doortrekkers in hoge aantallen, waaronder op piekmomenten: 20.000 oeverzwaluwen, 1.000 kluten, 4.000 slobeenden, 1.000 zwarte sterns en honderden dwergmeeuwen.
  • De ondiepe geulen en oevers bieden plek aan viseters als lepelaar en fuut.
  • De archipel vormt een belangrijke overnachtingsplek voor vele duizenden zwarte sterns en visdieven die tijdens de trekperiode voedsel zoeken op het Markermeer en IJsselmeer. 
  • De luwte van de eilanden wordt benut door rustende watervogels zoals honderden kuifeenden en duizenden tafeleenden.

Kluut, visdief en dwergstern

De kluut en visdief krijgen speciale aandacht van de onderzoekers. Van hen wordt bekeken hoeveel jongen ze groot brengen. De visdief geeft informatie over het aanbod aan broedplekken in de vorm van pionierbiotopen en voedselbeschikbaarheid in het IJsselmeer en Markermeer. De onderzoekers willen weten of visdieven gaan profiteren van de nieuw aangelegde ondieptes en verandering van helderheid van het water. Kluten zijn indicatief voor de productiviteit van de waterlichamen en slikvlaktes voor steltlopers. 

Ook de dwergstern wordt nauwlettend gevolgd. Dwergsterns broeden op de Marker Wadden en jagen in de directe omgeving van de kolonie op kleine visjes. Ze geven daardoor informatie over de lokale productiviteit (o.a. opgroeigebied visbroed) van de wateren binnen en direct rondom de archipel. Hieronder volgen de belangrijkste conclusies van deze soorten in 2019.

Conclusies visdieven

  • Visdieven vestigden zich later dan voorgaande jaren op de Marker Wadden en er waren ook minder broedparen, namelijk 800.
  • Tijdens de eerste broedgolf werden er bijna geen jongen grootgebracht. Vanaf de tweede broedgolf ging het goed en werd er alsnog gemiddeld 1,4 jong per paar groot gebracht.
  • De allereerste levensdagen bleven de kuikens iets achter in de groei, maar daarna groeiden ze conform een optimale situatie.
  • De voornaamste prooisoorten waren in 2019 jonge snoekbaars en baars. Samen waren ze goed voor 80% van het dieet, omgerekend naar gewicht vormde snoekbaars 53% van het dieet.
  • Een tekort aan spiering kan een verklaring zijn voor de late start van het broedseizoen en het mislukken van de eerste broedpogingen. Naarmate jonge snoekbaarzen en baarzen beschikbaar kwamen nam de populatieomvang en het broedsucces toe.

Conclusies kluten

  • De Marker Wadden waren in 2019 wederom van nationaal en internationaal belang voor kluten. Bijna 1 % van de internationale populatie en 8 % van de Nederlandse populatie broedt er.
  • Kluten foerageerden in de compartimenten waarin water stond. De aantallen namen in de loop van de zomer snel af.
  • De meeste paren broedden op de natuureilanden en paren zochten met hun kuikens de compartimenten op met ondiep water als het ergens droog viel.
  • De kluten brachten in 2019 gemiddeld minder jongen groot (0,8 jong per paar) dan in 2018. Marker Wadden was met deze reproductie nog steeds een bronpopulatie voor Nederland.
  • De reproductie was in 2019 mede lager vanwege het opspuiten van slib tijdens het broedseizoen.
  • Kluten foerageerden op prooien in het slib en de waterkolom en het gebied was erg productief zodat de kluten een groot deel van de dag (gemiddeld 57 %) aan het rusten waren.

Conclusies dwergsterns

  • De Marker Wadden zijn momenteel de enige locatie waar dwergsterns in het zoete water een broed- en foerageerplek vinden in Nederland.
  • Met 2 % van de Nederlandse populatie is het aandeel ook relevant.
  • De vroege paren brachten vrijwel geen jongen groot. De tweede broedgolf was wel succesvol met minimaal één jong per paar. Waarschijnlijk was de voedselbeschikbaarheid voor kuikens hier een bepalende factor.
  • De meeste dwergsterns foerageerden binnen de archipel of in de directe omgeving. Plekken met stromend water waren favoriet.

 

Natuurmonumenten
logo