Nieuws van de boswachter

Opinie: Kiezen tussen natuur en economie is onzin

14 december 2020 | Marjolein Koek

Biodiversiteit Belangentegenstellingen bij het stikstofbeleid kun je opheffen door te bouwen aan natuur die een stootje kan hebben, menen Marc van den Tweel en Maxime Verhagen.

Reflectie op de Kampina

Sinds de Raad van State in mei 2019 oordeelde dat het oude stikstofbeleid onvoldoende bijdroeg aan de bescherming van onze natuur, is vergunningverlening stilgevallen. Investeringen in woningbouw, infrastructuur en economie wachten op een uitweg uit de stikstofcrisis. Van buitenaf bezien lijkt die crisis een kwestie van kiezen tussen natuur óf economie. Maar dat is een schijntegenstelling. De enige uitweg is om in te zien dat natuur en economie elkaar hard nodig hebben.

In geen enkel Europees land is de uitstoot van stikstof zo hoog als in het onze. Niet voor niets had Nederland sinds 2015 specifiek beleid om stikstofuitstoot en natuurherstel te combineren: het Programma Aanpak Stikstof (PAS).

Maar in praktijk was het PAS een hypotheek op de toekomst: vergunningen voor extra uitstoot werden weggestreept tegen intenties om in de toekomst de uitstoot weer te beperken. De nooit betaalde rekening landde in natuurgebieden, en de Raad van State kon terecht niet anders dan dat systeem onhoudbaar verklaren. Maar de huidige situatie, waarin vergunningverlening is vastgelopen, aannemers en infrabouwers met lege handen staan en ontwikkelperspectief ontbreekt, is evenzeer onwenselijk.

Te sectoraal

De situatie is helder: de uitstoot moet omlaag. Maar een echte oplossing kwam niet in beeld. Onderdeel van de impasse is dat de regering het probleem vanaf de start te sectoraal heeft aangepakt: boeren, bouwers en bedrijven: iedereen zag de schim van gedwongen sectorale krimp boven zich hangen. En waarom ook alweer? Moeten we onze economie opofferen voor het lot van de Veenbesparelmoervlinder?

Het ligt anders. Onze stikstofuitstoot is zo hoog dat er natuurgebieden zijn waar geen enkele boom meer vol in het blad komt, en jonge vogels sterven voordat ze kunnen uitvliegen. Water is vanwege de stikstofoverdaad op een aantal plekken niet meer geschikt om als drinkwater te winnen en concentraties in de lucht zijn zo hoog dat het consequenties heeft voor de volksgezondheid. Dus, ja: stikstof is een serieus maatschappelijk probleem. De vraag is niet of we dat op moeten lossen, maar hoe.

Afgelopen donderdag presenteerde minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ChristenUnie) haar plannen om uit de stikstofcrisis te komen. Hier was de maatschappelijke waterscheiding zichtbaar. Een deel van de samenleving reageerde fel omdat de plannen de doodsteek zouden betekenen voor onze economie. Een ander deel omdat de plannen niet (snel) genoeg zouden bijdragen aan herstel van de natuur.

Wij menen dat Schouten met dit pakket een goede basis legt voor de toekomst: door 3 miljard euro te investeren in natuurherstel en de stikstofuitstoot tot 2035 met 50 procent te beperken, ontstaat ruimte voor herstel van natuur én economie. En die stikstofreductie moet ook écht plaatsvinden. Het debacle met de PAS kan niet herhaald worden.

Dat betekent niet dat de economie op slot gaat. We kunnen in Nederland volop ruimte vinden voor economische ontwikkeling als we bereid zijn naar creatieve oplossingen te zoeken. Kijk bijvoorbeeld naar de kustprovincies.

Het feit dat die provincies aan het ‘stikstofplafond’ zitten, komt niet primair door uitstoot van de landbouw: dieselgebruik door zeescheepvaart is hier de dominante factor. Het is niet eenvoudig om daar internationale afspraken over te maken, maar het is wel noodzakelijk – en terecht vraagt de agrarische sector om niet de problemen van onze hele samenleving op te hoeven vangen. Iedere sector moet zijn evenredige bijdrage leveren.

Politiek schaduwspel

Daar waar aanpassing van de landbouw wel aan de orde is, is het een politiek schaduwspel om het te hebben over het wel of niet dwingen van boeren om hun bedrijf te beëindigen. Feit is dat een kwart van de boeren bereid is om vrijwillig te stoppen als daar een fatsoenlijke regeling tegenover staat. Boeren die (bijna) met pensioen gaan en een goede oplossing zoeken. Sterker nog: het grootste probleem van de Nederlandse landbouw is dat er te weinig boeren zijn die een bedrijfsopvolger in beeld hebben. Wij maken ons meer zorgen over het voortbestaan van het boerengezinsbedrijf dan over de vraag of de landbouw bij kan dragen aan terugdringen van de stikstofuitstoot. Wie dat ontkent vecht met beelden, niet met feiten.

Onze ambitie is te werken aan gezonde, robuuste natuur in het hart van een economisch gezond en welvarend land. Dat kan alleen als natuur geen hindermacht is (of lijkt te zijn) voor basale vragen van de samenleving. Het blijft van belang dat het kabinet ruimte creëert om de ontwikkeling van woningbouw en aanleg van infrastructuur op korte termijn mogelijk te maken. We kunnen technisch regelen dat huizen en infrastructuur worden aangelegd, maar dat werkt alleen als mensen het ook kunnen benutten. En investeren in het herstel van onze economie na de coronacrisis. En juist daarom moeten we investeren in natuurherstel en stikstofreductie.

Marc van den Tweel is directeur van Natuurmonumenten

Maxime Verhagen is voorzitter van Bouwend Nederland

Bovenstaande opinie verscheen op 14-12-2020 in NRC Next.

 

Marjolein Koek

Persvoorlichter landelijk & oost (Ov-Gld)

logo