Ontdek de schoonheid en veelzijdigheid van polder Waalenburg. Je komt hier ogen tekort.
Je wandelt dwars door bontgekleurde weilanden. Onderweg ontdek je de historische elementen van de polder, zoals oude kreken, greppels en kolken. In het voorjaar en de zomer kun je genieten van het concert van de veldleeuwerik en schieten de zeldzame orchideeën de grond uit. In de herfst en winter barst het van de trekvogels, de smienten, slob- en bergeenden dobberen in de kreek. Grote groepen wulpen, spreeuwen en ganzen rusten in de weides. De route is blauw gemarkeerd en loopt deels door het weiland wat onverhard is, zodat je op een echt natuurpad loopt.
Praktische informatie
Honden niet toegestaan op onverharde delen van het wandelpad. Alleen toegestaan langs het fietspad, mits aangelijnd
Vanaf de veerhaven volg je de Pontweg (N501) richting De Koog, sla bij de 2e rotonde rechtsaf de Akenbuurtsweg op. Volg deze weg en sla na 4,5 km rechtsaf het doodlopende straatje in richting Natuurcentrum De Marel.
Neem de Texelhopper naar Natuurcentrum De Marel. Het Natuurcentrum heeft een eigen halte, met nummer 137. De Texelhopper dien je 30 minuten vooraf te reserveren via texelhopper.nl of via 0222 – 784 000
Wat kom je onderweg tegen?
1. Start loopie
Volg de blauwe pijltjes.
Onderweg vertelt de boswachter je over de meest bijzondere plekken in waddenpolder Waalenburg.
2. Paardenpaadje
Ga hier rechtsaf de oude Motweg op, een historisch stukje Texel. Dit was vroeger de verbindingsweg door Waalenburg, een echt paardenpad. De paarden liepen over de steentjes in het midden en de wielen van de kar over de grasstroken ernaast. Dit soort paardenpaden komen op een paar plekken op Texel nog voor. Aan het einde van dit pad ga je linksaf het weiland in.
3. Met je neus in de bloemen
Je loopt letterlijk midden door de velden. In het voorjaar ruik je de toffee-achtige geur van reukgras, ook wel toffeegras genoemd. Hier en daar een narcis, dit zijn overgebleven bollen vanuit de vroegere landbouw. Zie je gras met witte haartjes, dan heb je veldbies gevonden. Elk seizoen andere geuren en kleuren.
De weilanden zijn voorzien van greppels, deze zijn aangelegd voor de afvoer van regenwater en zorgen voor een goede schuilplek voor weidevogels. In en rond de greppels is de grond natter, dus hier vind je andere planten dan op hogere delen.
De polder heeft hier veel hoogteverschillen. Je loopt over het hoge en droge gedeelte. In de lagere stukken staan in de lente veel orchideeën. Loop het graspad af tot aan het fietspad.