Nieuws van de boswachter

Hazelmuis geniet van de lente

09 april 2020 | Natuurmonumenten

Eindelijk, ook voor de hazelmuis is de lente aangebroken. Het zeldzame diertje behoort tot de slaapmuizen en gaat maar liefst zes maanden in winterslaap. Pas in april opent de langslaper zijn oogjes.

Hazelmuis

Maar ook overdag ligt de hazelmuis meestal te slapen in een zelfgebouwd nestje. Het is een nachtdier die in het donker rondscharrelt door de gevarieerde bosranden van Zuid-Limburg.

Acrobaat

De hazelmuis staat wel bekend als ons ‘mini-aapje’ uit Limburg: een aandoenlijk knaagdiertje met grote ogen, zachte vacht en poezelige pluimstaart. Maar alleen echte geluksvogels krijgen het beestje te zien. Het is niet alleen een nachtdier, maar ook uiterst zeldzaam en heeft een beperkt verspreidingsgebied.

De hazelmuis leidt ook nog eens een verborgen bestaan tussen het gebladerte. Als volleerde acrobaat bengelt hij tussen de takken, handig gebruik makend van zijn bewegelijke staart. Een extra kliminstrument dat net zo lang is als zijn rossige lijfje.

Op de grond is het maar een stuntelaar. Zijn pootjes zijn gemaakt om te klimmen, niet om mee te lopen. Dat heeft voor de rasechte klimmer echter de nodige gevolgen. Een weiland oversteken is er niet bij. De hazelmuis heeft klimtuig nodig om zich te kunnen verspreiden: graften, houtwallen, heggen en hagen, prachtige landschapselementen die het Limburgse heuvellandschap van oudsher kenmerken.

Knabbelaar

In het voorjaar klimmen ze vooral omhoog, waar ze van de knoppen van loofbomen knabbelen. Ze eten dan ook veel rupsen, bladluizen en larven. Aan het eind van de zomer zoeken hun voedsel in de lagere regionen. In het struikgewas gaan ze op zoek naar bessen, bramen, vruchten, eikels, kastanjes en hazelnoten. Ze eten zich helemaal rond, klaar om zes maanden onder zeil te gaan.

De hazelmuis is wakker

Herstel van landschap

De afgelopen jaren heeft Natuurmonumenten veel werk verzet om het leefgebied van de hazelmuis te verbeteren, onder meer door kleinschalig bosrandbeheer, aanplant van hagen en herstel van graften, met struikgewas begroeide steilranden op hellingen die vroeger werden aangelegd om erosie tegen te gaan. Dankzij dit beheer kan het diertje zich verplaatsen en zijn leefgebied uitbreiden.

Ook andere soorten, zoals de grauwe klauwier, de wilde kat, de steenuil en allerlei vlinders profiteren van dit landschapsherstel.

Natuurmonumenten
logo